Zaadcelaanmaak, onderzoek, leefstijl en de grenzen van coaching
Inhoudsopgave
Bronnen
Over deze les
Een zaaduitslag is een momentopname, geen oordeel over mannelijkheid. Vruchtbaarheid is een kans van twee mensen samen. Een coach helpt iemand vragen stellen, leefstijl bespreekbaar maken en tijdig zorg vinden; de diagnose en behandeling zijn medisch. Informatie gecontroleerd tot 8 oktober 2026.
Les 12 beschreef de hypothalamus-hypofyse-testikel-as en waarom testosteron van buitenaf de eigen hormoonproductie remt. Les 18 liet zien dat het oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO) beide partners betreft. In deze les kijk je specifiek naar de man. Een afwijkend zaadmonster kan bijdragen aan een lagere kans, maar vertelt op zichzelf niet of een paar wel of geen kind kan krijgen. Ook een normale uitslag garandeert geen zwangerschap. De duur van de kinderwens, gezondheid van beide partners en de kans op spontane zwangerschap blijven van belang.
Na deze les kun je:
De hypothalamus geeft GnRH in pulsen af. De hypofyse reageert met LH en FSH. LH stimuleert Leydigcellen tussen de zaadbuisjes om testosteron te maken. FSH werkt op Sertolicellen in de zaadbuisjes; die ondersteunen de zich ontwikkelende kiemcellen. Voor een goede zaadcelaanmaak is ook voldoende testosteron in de testikel nodig. Daarom zegt een bloedwaarde testosteron alleen niet rechtstreeks hoeveel zaadcellen iemand maakt. Sertolicellen maken onder meer inhibine B, dat FSH via terugkoppeling remt. Testosteron en estradiol remmen de as eveneens. De schematische as uit les 12 helpt dit te onthouden.
Een spermatogonium deelt zich; via meiose ontstaan cellen met de helft van het aantal chromosomen. Die veranderen van vorm tot zaadcellen met kop en staart. Vervolgens rijpen en worden ze opgeslagen in de bijbal. Een ejaculaat bevat naast zaadcellen vooral vloeistof uit de zaadblaasjes en prostaat. Bij een afsluiting kan de productie in de testikel dus doorgaan terwijl er weinig of geen zaadcellen in het ejaculaat komen. Bij een aanmaakstoornis ligt het probleem eerder in de testikel of de hormonale aansturing.
De ontwikkeling van vroege kiemcel tot zaadcel duurt ruwweg twee tot ruim tweeënhalve maand; daarna volgt transport en rijping in de bijbal. De vaak genoemde ongeveer drie maanden is een bruikbare vuistregel om een nieuwe semenanalyse na koorts of een verandering te plannen, geen klok die voor iedere man of blootstelling precies gelijk loopt. De Nederlandse zorgroute laat een afwijkende eerste semenanalyse doorgaans na twee tot drie maanden herhalen. Een acute koorts kan een uitslag tijdelijk beïnvloeden. Noteer daarom ziekte, medicatie en abstinentieduur bij het interpreteren van een monster.
De balzak houdt testikels doorgaans koeler dan de lichaamstemperatuur. Warmte kan de spermatogenese beïnvloeden, maar de stap van een gemeten temperatuur of een saunabezoek naar een bewezen lagere kans op een levendgeboren kind is groot. De NVOG beoordeelt de onderzoeksresultaten hierover als tegenstrijdig. Beschrijf dus de biologische plausibiliteit, niet een gegarandeerd effect van een andere onderbroek of het vermijden van één warm bad.
Een laboratorium onderzoekt een volgens instructie verzameld ejaculaat. Het kijkt naar volume, concentratie (miljoenen zaadcellen per milliliter), totaal aantal per ejaculaat, beweeglijkheid en vorm. Progressieve beweeglijkheid betekent dat cellen zich vooruit verplaatsen; totale beweeglijkheid telt ook niet-progressieve beweging. Een lage concentratie heet oligozoöspermie; geen zaadcellen in het onderzochte ejaculaat heet azoöspermie. Dat laatste vraagt verder onderzoek: het kan door ontbrekende aanmaak of een afsluiting komen. Een lage uitkomst voor één maat verklaart niet automatisch de volledige kans van het paar.
Het WHO-handboek uit 2021 geeft als onderste vijfde percentielen in een referentiegroep: 1,4 ml volume, 16 miljoen/ml concentratie, 30% progressieve beweeglijkheid en 4% normaal gevormde zaadcellen. Dit zijn statistische referentiepunten van mannen wier partner binnen twaalf maanden zwanger werd, geen scheidslijn tussen vruchtbaar en onvruchtbaar. De waarden van één man variëren tussen monsters; de methode en het laboratorium doen ertoe.
| Maat | Wat meet je? | Veelgemaakte vergissing |
|---|---|---|
| Volume | hoeveelheid vloeistof per ejaculaat | klein volume betekent niet altijd weinig productie |
| Concentratie | zaadcellen per ml | niet hetzelfde als totaal aantal |
| Progressieve beweging | aandeel cellen dat vooruitgaat | niet hetzelfde als zwanger worden |
| Morfologie | aandeel met normale vorm volgens strikte criteria | 4% is geen vereiste dat 96% “kapot” is |
De Nederlandse OFO-richtlijn uit 2025 adviseert geen standaard tweede semenanalyse wanneer de eerste normospermie toont. Bij een afwijkende eerste uitslag wordt in de zorgroute doorgaans wel herhaling na twee tot drie maanden overwogen of gedaan. Dat voorkomt dat een voorbijgaande dip als blijvend probleem wordt gezien. Een normale eerste uitslag sluit niet iedere mogelijke bijdrage van de man uit, maar een herhaaltest zonder aanleiding kost tijd en kan onrust geven. Bij duidelijk lage concentratie, azoöspermie of een klein testikelvolume adviseert de NVOG-richtlijn van 2026 gerichte hormoonmetingen, waaronder testosteron, LH en FSH. De arts combineert die met voorgeschiedenis en lichamelijk onderzoek; thuis een hormoonpanel bestellen vervangt dit niet.
Lees de noemer
16 miljoen/ml is een concentratie. Bij 2 ml zou dat rekenkundig 32 miljoen zaadcellen in het hele ejaculaat zijn. Werkelijke beweeglijkheid, vorm en omstandigheden blijven afzonderlijke gegevens. Een enkel “goed” of “slecht” getal is dus te smal.
Een verlaagde aanmaak kan samenhangen met testikelschade, genetische oorzaken, eerdere niet-ingedaalde testikel, behandeling met chemotherapie of soms een doorgemaakte orchitis. Een varicocèle is een verwijde ader rond de testikel; zij kan bij sommige mannen met afwijkende semenanalyse meespelen, maar ook zonder problemen voorkomen. Bij een afsluiting van de zaadleider of bijbal ontbreken zaadcellen in het ejaculaat ondanks mogelijke aanmaak. Bij afwezige zaadleiders kan de arts aan varianten in het CFTR-gen denken. Een hormonale oorzaak kan in de hypofyse of hypothalamus liggen: te weinig LH en FSH geeft de testikel onvoldoende prikkel. Soms blijft de oorzaak na onderzoek onverklaard.
| Route | Voorbeelden | Gerichte medische vraag |
|---|---|---|
| Aanmaak | Klinefelter, Y-deletie, eerdere testikelschade | hoe zijn testes, FSH en genetiek? |
| Transport | afsluiting of afwezige zaadleider | zijn zaadleiders aanwezig? |
| Aansturing | hypogonadotroop hypogonadisme; medicatie | hoe zijn LH, FSH en testosteron? |
| Geen duidelijke oorzaak | afwijkende uitslag zonder eenduidige verklaring | wat is de prognose van het paar? |
Genetisch onderzoek is geen standaard test voor iedereen. Een uroloog-androloog kiest het bij passende bevindingen, bijvoorbeeld ernstige oligozoöspermie of azoöspermie. Klinefelter (meestal 47,XXY) kan samenhangen met kleine testikels en sterk verminderde zaadaanmaak. Een Y-chromosoommicrodeletie kan eveneens een aanmaakstoornis veroorzaken. De precieze uitslag kan uitmaken voor kans op zaadcellen bij een ingreep en voor erfelijkheidsvoorlichting. Bij een ontbrekende zaadleider kan CFTR-onderzoek ook voor de partner van belang zijn. Laat deze interpretatie bij specialist en klinisch geneticus.
Testosterontherapie en anabole androgenen verhogen de hoeveelheid androgeen van buitenaf. Door negatieve terugkoppeling dalen GnRH, LH en FSH. Daardoor valt juist de prikkel voor de eigen zaadproductie weg; sommige gebruikers krijgen zeer weinig of geen zaadcellen in hun ejaculaat. Dit verklaart waarom een normale of hoge bloedwaarde testosteron bij gebruik van buitenaf geen bewijs is voor goede vruchtbaarheid. De NVOG-richtlijn raadt testosteron bij een actuele kinderwens af. Stoppen en herstel vergen individuele begeleiding: herstel kan maanden duren, na anabolengebruik soms langer, en is niet met één kalenderdatum te garanderen.
Een erectiestoornis is niet hetzelfde als een zaadaanmaakstoornis; ook ejaculatieproblemen kunnen de kans beïnvloeden. Vraag zonder oordeel naar seks, middelen, voorgeschreven medicijnen en eerdere aandoeningen. Medicijnen stop je niet op advies van een coach. Bij een pijnlijke of plots ontstane zwelling in de balzak, of een nieuwe knobbel, is medische beoordeling belangrijk; acute hevige testikelpijn vraagt direct spoedbeoordeling.
Een gezonde leefstijl is goed voor de algemene gezondheid. Voor mannelijke subfertiliteit vond de Nederlandse richtlijn uit 2026 wel aanwijzingen voor betere semenparameters bij sommige veranderingen, maar geen bewezen winst in de kans op zwangerschap door een algemene leefstijlinterventie. Dat onderscheid is belangrijk: een beter getal in een monster is geen automatisch extra kind. Bespreek leefstijl als een haalbare gezondheidskeuze, zonder schuld of succesgarantie.
Overgewicht en obesitas hangen in grote observationele studies samen met meer lage zaadtellingen. In de meta-analyse van Sermondade (2013) was de oddsratio voor oligo- of azoöspermie 1,11 bij overgewicht en 1,28 bij obesitas ten opzichte van normaal gewicht. Dat zijn relatieve verbanden, geen kans dat een individuele man onvruchtbaar is en geen bewijs dat gewichtsverlies zwangerschap oplevert. De lokale NHG-Standaard Obesitas (M95, 2025, aangepast augustus 2026) vraagt om aandacht voor gezondheid, context, medicatie en passende begeleiding. Een coach vermijdt stigmatiserende taal en bespreekt samen met de cliënt wat haalbaar is.
Roken en drugs zijn redenen om te stoppen of hulp te zoeken; anabolen zijn vanwege de asremming een bijzonder sterk aandachtspunt. Veel alcohol kan gezondheid, seksualiteit en fertiliteit schaden. De lokale NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik noemt verminderde fertiliteit van de man als mogelijk urogenitaal gevolg. Geef geen exacte “veilige” hoeveelheid voor vruchtbaarheid als de onderbouwing die niet draagt. Voor cannabis en warmte is het bewijs voor meer levendgeborenen na stoppen beperkter dan voor het vermijden van gezondheidsrisico’s. Een gevarieerd eetpatroon en passend bewegen zijn verstandig, maar een specifieke “spermadieet”-claim vraagt bewijs op zwangerschap of geboorte, niet alleen op zaadwaarden.
De leeftijd van de vader kan ertoe doen. Met elke deling van voorlopercellen kunnen nieuwe DNA-veranderingen ontstaan; Kong en collega’s (2012) vonden een gemiddelde stijging van het aantal nieuwe mutaties met de leeftijd van de vader. Dat is een groepsverband en de absolute kans op een specifieke aandoening bij een kind blijft meestal klein. Leeftijd van de vrouwelijke partner en andere factoren bepalen samen de kans van het paar. Het is daarom onjuist om voor mannen een harde leeftijdsgrens of individuele risicovoorspelling uit één studie af te leiden.
Sauna, laptop en telefoon
Warmte kan biologisch relevant zijn, maar studies naar sauna, strakke kleding en laptopgebruik geven geen stevige voorspelling van zwangerschap of levendgeboorte. Een telefoon in de broekzak is daarnaast een andere blootstelling dan warmte; de WHO-review uit les 16 vond zeer onzekere aanwijzingen voor een verband met semenkwaliteit. Verkoop geen kledingkeuze of “stralingsdetox” als behandeling.
Levine en collega’s bundelden in 2023 onderzoeksreeksen van monsters afgenomen tussen 1973 en 2018. Hun model schatte een daling van de gemiddelde zaadconcentratie van ongeveer 101 naar 49 miljoen/ml, over de onderzochte populaties samen. Dat is een opvallende trend in verzamelde gegevens. Het zijn geen herhaalde metingen van dezelfde wereldbevolking met één uniforme methode. De deelnemers, landen, selectie voor onderzoek en meetmethoden veranderden in de loop van de tijd.
Boulicault en collega’s benadrukken dat zaadtellingen van nature sterk variëren en dat een historische hoge waarde niet automatisch een biologisch ideaal is. Daardoor zijn omvang, oorzaken en betekenis voor de kans op kinderen onderwerp van discussie. Een daling van een gemiddelde concentratie kan niet rechtstreeks worden vertaald naar hetzelfde percentage minder zwangerschappen. Ook volgt uit deze trend geen bewezen oorzaak zoals pesticiden, plastics of telefoons. Een goede samenvatting is: er zijn aanwijzingen voor een daling in onderzochte zaadtellingen; de gevolgen voor vruchtbaarheid en de oorzaken zijn onzeker. Dat laat ruimte voor degelijk onderzoek zonder een “einde van de mensheid”-claim.
Een arts bespreekt hoe lang de kinderwens bestaat, eerdere zwangerschappen, ziekte, koorts, operaties, medicatie, middelengebruik, seks en uitslagen van beide partners. Bij een afwijkende semenanalyse kan een uroloog-androloog aanvullend lichamelijk, hormonaal of genetisch onderzoek kiezen. De OFO-richtlijn van 2025 en de richtlijn Mannelijke subfertiliteit van 2026 sturen die stappen. De behandelkeuze hangt niet alleen van één semengetal af, maar ook van de vrouwelijke partner, duur van de kinderwens en kans op een spontane zwangerschap.
| Mogelijke route | Wat gebeurt er? | Belangrijke grens |
|---|---|---|
| Afwachten / oorzaak behandelen | prognose bespreken; waar mogelijk oorzaak aanpakken | niet elke afwijking vraagt direct ART |
| IUI | voorbereide zaadcellen in de baarmoeder rond eisprong | geschiktheid hangt van paar af |
| IVF / ICSI | bevruchting buiten het lichaam; bij ICSI injectie van één zaadcel | behandeling van beiden, geen garantie |
| TESE / microTESE | zoeken naar zaadcellen in testikelweefsel | alleen bij geselecteerde azoöspermie |
Bij een klinisch aanwezige varicocèle, afwijkend semen en beperkte andere verklaringen kan behandeling worden overwogen. De NVOG noemt de verbetering van semen en zwangerschapskans onzeker; Cochrane vond mogelijk meer zwangerschappen, maar een effect op levendgeborenen is onduidelijk. Opereren is dus geen standaard antwoord op iedere voelbare ader. Bij hormonaal aangetoonde onderstimulatie kan een specialist in specifieke gevallen hCG en FSH inzetten om de testikel te stimuleren. Empirische hormonale stimulatie bij andere vormen wordt in gespecialiseerde zorg soms besproken; een algemene belofte bij “laag zaad” is niet onderbouwd.
Bij azoöspermie verschilt de route sterk tussen een afsluiting en een aanmaakstoornis. Soms kan chirurgisch zaad worden gevonden voor ICSI; soms niet. Bij Klinefelter, genetische afwijkingen of een voorgeschiedenis met testosteron/anabolen vraagt de voorbereiding extra zorg. Een arts bespreekt succeskans, belasting, alternatieven en zo nodig erfelijkheidsvoorlichting. De afkortingen zijn geen menu dat een coach op basis van één labwaarde kan kiezen.
| Claim | Wat laat het bewijs zien? | Sterkte |
|---|---|---|
| “Antioxidanten zorgen voor een kind” | Cochrane vond mogelijk meer levendgeborenen, maar bewijs zeer onzeker; na uitsluiten studies met hoog biasrisico verdwijnt het duidelijke effect. | zwak |
| “Een thuistest vervangt het lab” | Sommige tests tonen één of enkele semenkenmerken; kwaliteit en interpretatie verschillen. OFO vraagt klinische context. | beperkt |
| “Boxers herstellen vruchtbaarheid” | Observationeel verband bij een kliniekpopulatie; geen bewijs voor meer levendgeborenen. | beperkt |
| “Soja verlaagt testosteron” | Meta-analyse in les 12 vond geen effect op mannelijke hormonen; daarmee is niet elke fertiliteitsuitkomst getest. | matig tot sterk tegen |
| “Varicocèle moet altijd weg” | Alleen geselecteerde gevallen; effect op levendgeborenen onzeker. | matig tegen |
| “Dagelijks ejaculeren put zaad uit” | ASRM vindt geen reden om gemeenschap in het vruchtbare venster te beperken. | matig tegen |
De MOXI-studie vond bij een specifieke groep paren geen verbetering van zaadkwaliteit of levendgeboorte door een antioxidantmix. Samen met de Cochrane-onzekerheid is dat onvoldoende voor een algemeen supplementadvies. “Natuurlijk” sluit bijwerkingen of interacties ook niet uit. Een goede vraag bij elk product is: bij welke mannen onderzocht, welke dosis, hoe lang, en was de uitkomst een levendgeboren kind?
Voor zwangerschap is gemeenschap iedere één à twee dagen in het vruchtbare venster effectief; twee à drie keer per week is voor veel paren praktisch en komt vaak dicht in de buurt (ASRM 2022). Frequenter ejaculeren hoeft niet te worden afgeraden als het prettig is. Bij een zaadanalyse kan het laboratorium een specifieke abstinentieduur vragen om monsters te vergelijken; dat is een meetprotocol, geen leefregel voor natuurlijke conceptie.
Je rol en je grenzen
Bespreek uitblijvende zwangerschap na twaalf maanden met de huisarts; bij hogere leeftijd van de vrouwelijke partner, bekende risicofactoren of duidelijke klachten kan eerder overleg passend zijn (zie les 18). Verwijs bij knobbel, zwelling, pijn, erectie- of ejaculatieproblemen en bij gebruik of stoppen van testosteron/anabolen. Acute hevige testikelpijn vraagt spoedbeoordeling. Schrijf geen testosteron, hormonen, supplementen of “fertiliteitskuur” voor. Vraag wat het paar zelf belangrijk vindt en steun beiden zonder schuldtoewijzing.
1.Welke hormonen maken LH en FSH in de testikel belangrijk, en welke cellen reageren erop?
2.Waarom is een normale bloedwaarde testosteron geen bewijs voor normale zaadaanmaak?
3.Wat is het verschil tussen aanmaak en transport van zaadcellen?
4.Waarom beoordeel je een verandering in leefstijl niet na één week met een zaadmonster?
5.Welke vier WHO-maten staan in figuur 2 en wat betekent vijfde percentiel?
6.Bereken het totaal aantal bij 2 ml en 16 miljoen/ml; waarom is dat nog geen vruchtbaarheidskans?
7.Wat is het verschil tussen progressieve en totale beweeglijkheid?
8.Wanneer adviseert de OFO-richtlijn geen routinematige tweede semenanalyse?
9.Waarom kan koorts een reden zijn een afwijkende uitslag later opnieuw te bekijken?
10.Noem vier verschillende routes naar mannelijke subfertiliteit.
11.Wat kunnen Klinefelter, Y-deletie en CFTR elk voor het onderzoek betekenen?
12.Waarom kan testosterontherapie zaadaanmaak remmen ondanks een hoge bloedspiegel?
13.Welke claim over herstel na anabolen kun je niet doen?
14.Wat is een varicocèle en wanneer kan behandeling ter sprake komen?
15.Wat laten BMI-studies zien, en wat bewijzen ze niet?
16.Waarom is een verbeterde zaadconcentratie geen bewezen hogere geboortekans?
17.Hoe bespreek je alcohol, roken en cannabis zonder een exact onbewezen fertiliteitseffect te beloven?
18.Welke rol kan vaderlijke leeftijd spelen en welke individuele conclusie volgt niet?
19.Wat vond Levine over zaadtellingen en welke kritiek is relevant?
20.Waarom bewijst een trend in zaadtellingen geen oorzaak door telefoon of plastics?
21.Wat is het verschil tussen IUI en ICSI?
22.Wat is TESE en waarom komt dat vooral bij azoöspermie ter sprake?
23.Waarom is een thuistest geen vervanging voor OFO?
24.Wat zegt Cochrane over antioxidanten en levendgeborenen?
25.Wanneer verwijs je naar de huisarts of vraag je spoedbeoordeling?
Kies bij elke situatie het beste antwoord (a t/m d).
1.Een man gebruikt testosterongel en heeft een actieve kinderwens. Wat leg je uit?
a.Gel verhoogt FSH.
b.Testosteron van buitenaf kan LH/FSH en zaadaanmaak remmen; bespreek dit met de arts.
c.Een hoge bloedwaarde garandeert vruchtbaarheid.
d.Stop op eigen houtje en begin supplementen.
2.Een uitslag is 16 miljoen/ml bij 2 ml. Wat is het berekende totaal?
a.16 miljoen
b.18 miljoen
c.64 miljoen
d.32 miljoen
3.Een eerste semenanalyse toont normospermie. Wat zegt NVOG OFO 2025?
a.Niet standaard herhalen.
b.Altijd na twee weken herhalen.
c.Direct TESE.
d.Een positieve zwangerschapstest is zeker.
4.Een uitslag is na hoge koorts afwijkend. Wat past?
a.Definitief onvruchtbaar verklaren.
b.Een antioxidantkuur starten.
c.Context vastleggen en een latere herhaling via de zorgroute bespreken.
d.Alleen testosteron meten.
5.Wat betekent 4% normale morfologie als WHO-referentiepunt?
a.96% van de zaadcellen is onbruikbaar.
b.Het is een statistisch percentiel, geen harde grens tussen vruchtbaar en onvruchtbaar.
c.De kans op zwangerschap is 4%.
d.ICSI is verplicht.
6.Bij azoöspermie ontbreekt een zaadleider. Welke route kan de specialist onderzoeken?
a.Alleen obesitas.
b.Uitsluitend stress.
c.Een te korte onthouding.
d.Een transportprobleem met mogelijk CFTR-onderzoek.
7.Een cliënt zegt: “Als ik afval, word ik zeker vader.” Wat zeg je?
a.Gewichtsverlies kan gezondheid helpen; winst in zwangerschapskans is niet bewezen.
b.Elke kilo geeft een vaste kanswinst.
c.BMI zegt alles over vruchtbaarheid.
d.De vrouwelijke partner hoeft niet onderzocht.
8.Een varicocèle wordt bij onderzoek gevonden. Wat volgt?
a.Iedere varicocèle moet worden geopereerd.
b.Een coach kiest de operatie.
c.Behandeling is alleen bij geselecteerde combinatie van klinische varicocèle, afwijkend semen en paarcontext te overwegen.
d.Een varicocèle is altijd de enige oorzaak.
9.Wat is een juiste conclusie uit Levine 2023?
a.Iedere man is nu onvruchtbaar.
b.Er is een dalende trend in verzamelde zaadtellingen, met onzekerheid over oorzaken en geboorte-effect.
c.Telefoons zijn bewezen oorzaak.
d.De daling geldt exact voor iedere regio.
10.Een supplementverkoper citeert Cochrane als hard bewijs. Wat ontbreekt?
a.Cochrane onderzocht alleen vrouwen.
b.Er zijn geen studies.
c.Alle supplementen zijn identiek.
d.Het bewijs voor levendgeboorte was zeer onzeker en gevoelig voor bias.
11.Een paar wil om de dag gemeenschap tijdens het vruchtbare venster. Wat past?
a.Dat is een werkbare frequentie; het hoeft niet dwangmatig.
b.Dagelijks is verplicht.
c.Zaadcellen raken permanent op.
d.Alleen de dag na ovulatie telt.
12.Een thuistest geeft “normaal”. Wat concludeer je?
a.Subfertiliteit van het paar is uitgesloten.
b.Geen huisarts nodig na een jaar.
c.De test vervangt geen laboratoriumanalyse en beoordeling van beiden.
d.Genetisch onderzoek is nu verplicht.
13.Een man heeft een nieuwe pijnlijke zwelling in een testikel. Wat doe je?
a.Drie maanden wachten op zaadvernieuwing.
b.Medische beoordeling adviseren; acute hevige pijn met spoed.
c.Meer soja eten.
d.Zelf hCG kopen.
14.Welke koppeling klopt?
a.IUI injecteert één zaadcel in een eicel.
b.TESE brengt zaad in de baarmoeder.
c.ICSI meet LH.
d.TESE zoekt zaadcellen in testikelweefsel.
15.Een man met obstructieve azoöspermie vraagt of FSH altijd helpt. Wat zeg je?
a.De route hangt van de oorzaak af; een afsluiting vraagt andere beoordeling dan hormonale onderstimulatie.
b.FSH opent de zaadleider.
c.Elke azoöspermie heeft dezelfde oorzaak.
d.Een normale bloedwaarde sluit afsluiting uit.
16.Welke uitspraak over boxers is juist?
a.Ze verdubbelen zeker de geboortekans.
b.Ze vervangen een semenanalyse.
c.Een observationeel verband is gevonden, maar een effect op levendgeboorte is niet bewezen.
d.De studie was een grote gerandomiseerde geboorteproef.
Leesdiepte: [S] gerichte passages, abstract of samenvatting; [Sec] secundaire weergave. Uitgebreide verantwoording en claimcontrole staan in LESNOTITIES en het dossier.
WHO, Laboratory manual for the examination and processing of human semen, 6e editie (2021), referentietabel en toelichting [S]; Boitrelle F et al. (2021), kritische bespreking [S].
NVOG, Oriënterend fertiliteitsonderzoek, module herhalen semenanalyse bij normospermie (30 oktober 2025) [S]; NVOG, Mannelijke subfertiliteit, modules anamnese, endocrinologische diagnostiek, leefstijl, varicocèle, hypogonadisme, ART en supplementen (30 april 2026) [S].
OpenStax, Anatomy and Physiology 2e, §27.1 testikel en spermatogenese [S]; AUA/ASRM, Diagnosis and Treatment of Infertility in Men (2024), geselecteerde aanbevelingen [S].
Sermondade N et al. (2013), BMI en zaadtelling, Hum Reprod Update 19:221 [S]; Kong A et al. (2012), vaderlijke leeftijd en nieuwe mutaties, Nature 488:471 [S].
Levine H et al. (2023), trends in spermaconcentratie, Hum Reprod Update 29:157 [Sec]; Boulicault M et al. (2021), biovariabiliteit en kritiek, Hum Fertil [Sec].
De Ligny W et al. (2022), Antioxidants for male subfertility, Cochrane CD007411 [S]; Steiner AZ et al. (2020), MOXI-studie, Fertil Steril 113:552 [S].
Mínguez-Alarcón L et al. (2018), ondergoed en testikelfunctie, Hum Reprod 33:1749 [Sec]; Persad E et al. (2021), varicocèle, Cochrane CD000479 [S].
ASRM, Optimizing natural fertility (2022), frequentie en leefstijl [S]; Reed KE et al. (2021), soja en mannelijke hormonen [S]; WHO-review RF-EMF en semenkwaliteit (Kenny 2024, zie les 16) [S].
StatPearls, Physiology, Male Reproductive System, bijbalrijping [S]; Human Reproduction Update (2022), overzicht spermatogenese [S]; ARCS (2023), verklaring over thuistests [S].
Lokale NHG-PDF’s Obesitas M95 (2025; aangepast augustus 2026) en Problematisch alcoholgebruik M10 (2014; aangepast april 2021), relevante passages [S].