Les 16 - EMF

Zelfstudie hormonen · Alleen wetenschappelijke informatie

Inhoudsopgave

16.1 Inleiding

16.2 Wat zijn elektromagnetische velden?

16.3 Blootstelling en normen

16.4 Wat bewezen is: opwarming en stimulatie

16.5 Kanker: classificatie, mensen en proefdieren

16.6 EMF en hormonen

16.7 Elektrogevoeligheid

16.8 5G

16.9 Hoogspanningslijnen

16.10 Omstreden producten en praktische keuzes

16.11 Onderbouwd of niet?

16.12 Je rol en je grenzen

16.13 Samenvatting

16.14 Oefenopgaven

16.15 Praktijkopgaven

Bronnen

Over dit materiaal

Deze les bespreekt elektromagnetische velden met het onderscheid tussen natuurkunde, biologische effecten, gezondheidsrisico's en onzekerheid. Het is eigen studiemateriaal, geen diagnosehandleiding of behandeladvies. Wetenschappelijke informatie en beleidscontext zijn bijgewerkt tot 8 oktober 2026.

16.1 Inleiding

EMF staat voor electromagnetic fields: elektromagnetische velden. In het Nederlands zie je ook EMV. De term roept soms beelden op van zendmasten, wifi en telefoons, maar omvat veel meer: velden rond elektriciteitsleidingen, radiofrequente signalen en in brede zin ook zichtbaar licht. Die bronnen hebben niet allemaal dezelfde werking. De vraag 'is straling gevaarlijk?' is daarom te algemeen. Je moet weten welke soort, welke sterkte, welke blootstelling en welk gezondheidseffect worden bedoeld.

Voor een hormooncoach is vooral het onderscheid belangrijk tussen een aangetoonde hormoonziekte en een vermoeden over de omgeving. Een kleine laboratoriumstudie kan een verandering in een hormoonwaarde vinden. Dat maakt wifi nog geen bewezen oorzaak van schildklierklachten. Omgekeerd betekent een onzekere oorzaak niet dat de klachten onbelangrijk zijn. Je kunt klachten serieus nemen en tegelijk zorgvuldig blijven over de verklaring.

Les 4 verwees al kort naar dit onderwerp. In les 7 behandelde je stress, in les 9 slaap en melatonine, en in les 12 testosteron. Hier leer je hoe je uitspraken over EMF aan die kennis koppelt zonder een onbekende oorzaak als vaststaand te behandelen. Vruchtbaarheid volgt uitgebreider in les 18 en 19.

Na deze les kun je:

16.2 Wat zijn elektromagnetische velden?

16.2.1 Frequentie is niet hetzelfde als sterkte

Een elektrisch veld hangt samen met elektrische lading en spanning; een magnetisch veld onder meer met bewegende lading, dus elektrische stroom. Bij een voortplantende elektromagnetische golf hangen elektrisch en magnetisch veld samen. Rond een stroomkabel of vlak bij een bron is de situatie ingewikkelder dan bij een golf op afstand. Daarom kun je niet elke bron met hetzelfde getal beschrijven.

Frequentie is het aantal trillingen per seconde, uitgedrukt in hertz (Hz). Het Nederlandse stroomnet werkt op 50 Hz. Een megahertz (MHz) is een miljoen Hz; een gigahertz (GHz) een miljard Hz. Radio, mobiele communicatie en wifi gebruiken veel hogere frequenties dan het stroomnet. ICNIRP behandelt in de RF-richtlijn van 2020 het gebied van 100 kHz tot 300 GHz. De grenzen van benamingen verschillen soms tussen vakgebieden.

Frequentie zegt iets over het soort interactie met het lichaam. Sterkte en opgenomen vermogen zeggen iets over hoeveel blootstelling er is. Een hogere frequentie betekent dus niet vanzelf een grotere gezondheidsbelasting. Je kunt twee lampen met dezelfde kleur hebben waarvan één veel feller is; vergelijkbaar moet je bij RF frequentie en intensiteit apart beoordelen.

Figuur 1: conceptuele volgorde van het spectrum. Het 50 Hz-veld is geen telecomsignaal; de vakken zijn niet op schaal.

16.2.2 Ioniserend en niet-ioniserend

Röntgen- en gammastraling hebben genoeg energie per foton om elektronen uit atomen of moleculen los te maken: ionisatie. RF van telefoon en wifi heeft die fotonenergie niet. Je mag het risico van röntgenstraling daarom niet rechtstreeks overzetten op een router. Meer vermogen maakt een radiofoton ook niet ineens een röntgenfoton.

Niet-ioniserend betekent echter niet 'kan niets doen'. Een sterk RF-veld kan weefsel opwarmen. Zichtbaar licht beïnvloedt via het oog de biologische klok. UV is een overgangsgebied: de energierijkste UV-straling kan ioniseren, maar ook niet-ioniserend UV kan via fotochemische processen DNA beschadigen. De simpele grens 'UV-C en hoger is ioniserend, de rest kan geen DNA beschadigen' is dus onjuist.

Let op: mechanisme en risico zijn verschillende vragen

Het ontbreken van directe ionisatie door RF is een natuurkundig gegeven. Het bewijst op zichzelf niet dat ieder mogelijk indirect gezondheidseffect uitgesloten is. Daarvoor heb je onderzoek naar blootstelling en uitkomsten nodig.

16.2.3 Welke eenheid hoort bij welke vraag?

GrootheidEenheidBetekenis
FrequentieHz, MHz, GHzhoe snel het veld wisselt
Elektrische veldsterkteV/msterkte van het elektrische veld
Magnetische fluxdichtheidtesla; vaak microtesla (µT)sterkte van het magneetveld, bijvoorbeeld bij 50 Hz
VermogensdichtheidW/m²vermogen per oppervlak; gebruikt in RF-meetrapporten
SARW/kgspecifiek absorptietempo: opgenomen vermogen per kilogram weefsel

SAR is geen hormoonwaarde, geen hoeveelheid radioactiviteit en geen rechtstreeks kankerpercentage. Het is een maat voor energieopname per tijd en massa. Ook een SAR-waarde moet je lezen met de testomstandigheden, het gemiddelde over tijd en de hoeveelheid weefsel waarover is gemiddeld.

16.3 Blootstelling en normen

16.3.1 Wat de ICNIRP-richtlijn doet

ICNIRP beoordeelt welke schadelijke effecten voldoende onderbouwd zijn en stelt daar beschermende beperkingen voor op. Voor RF gaat het vooral om het voorkomen van schadelijke opwarming; aan de lage kant van het RF-bereik gelden ook beperkingen voor zenuwstimulatie. Er zijn basisrestricties voor grootheden in het lichaam en referentieniveaus waarmee blootstelling buiten het lichaam praktischer kan worden getoetst.

De richtlijn gebruikt veiligheidsmarges. Voor de gemiddelde SAR over het hele lichaam is de publieksgrens 0,08 W/kg tegenover een gebruikte drempel van 4 W/kg: een factor 50. Dat is geen universele factor voor elke frequentie en elke lokale grens. Het algemene publiek omvat ook kinderen en mensen met uiteenlopende gezondheidstoestanden; beroepsmatige blootstelling kent andere voorwaarden.

Voorbeeld ICNIRP 2020, algemeen publiekBasisrestrictieMiddeling
SAR hele lichaam, 100 kHz-300 GHz0,08 W/kg30 minuten, hele lichaamsmassa
Lokale SAR hoofd/romp, 100 kHz-6 GHz2 W/kg6 minuten; 10 gram weefsel
Lokale SAR ledematen, 100 kHz-6 GHz4 W/kg6 minuten; 10 gram weefsel

Dit zijn geselecteerde voorbeelden, geen volledige toetsingshandleiding. Boven 6 GHz wordt lokale blootstelling anders beschreven, omdat energie oppervlakkiger wordt opgenomen. Kortdurende blootstelling heeft aanvullende beperkingen. Een hele-lichaamswaarde en een lokale waarde zijn niet uitwisselbaar.

16.3.2 Nederlandse metingen

Nederland hanteert ICNIRP-blootstellingslimieten. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, RDI, voert metingen bij antennes uit; het Antennebureau publiceert de resultaten. In het tweede kwartaal van 2026 waren er 64 metingen, waaronder tien voorlichtingsmetingen. Alle gemeten waarden bleven volgens de publicatie onder de limieten. Dit is een overzicht van die metingen, geen willekeurige steekproef van ieders dagelijkse blootstelling.

Een concreet voorbeeld is De Meern, 20 mei 2026. Het rapport vermeldt een breedbandig gemiddelde van 0,0140 W/m². Twee selectief gemeten signalen staan hieronder. De percentages zijn berekend als gemeten vermogensdichtheid gedeeld door de in het rapport vermelde limiet, maal 100.

Selectief signaalGemetenLimiet in rapportPercentage
794,70 MHz0,003634 W/m²4 W/m²0,09085%
3602,02 MHz0,0005133 W/m²10 W/m²0,005133%
Figuur 2: selectieve metingen als percentage van hun eigen RF-limiet. Iedere stap op de horizontale logschaal is een factor tien. Geen landelijk gemiddelde of totale persoonlijke blootstelling.

De twee percentages zijn geen volledige toetsing van alle aanwezige bronnen. Daarvoor moet je het hele meetrapport en de gebruikte methode beoordelen. Het rapport concludeert dat de gemeten niveaus aan de referentieniveaus voldoen. Deel een breedbandige som niet zonder meer door één limiet: verschillende frequenties kunnen verschillende grenzen hebben.

16.3.3 Een meter stelt geen diagnose

Een meetwaarde geldt voor een plek, een tijd, een frequentiebereik en een meetmethode. Blootstelling verandert met brongebruik en omgeving. Kalibratie, onzekerheid en de positie van de meter doen ertoe. Een piek op een consumentenmeter betekent niet automatisch gevaar; een apparaat dat 50 Hz meet beoordeelt niet vanzelf wifi. En een meting buiten het lichaam is geen meting van een hormoonstoornis.

Wist je dat?

Een percentage in V/m is niet hetzelfde als een percentage in W/m². Onder geschikte verre-veldvoorwaarden hangt vermogensdichtheid samen met het kwadraat van de elektrische veldsterkte. Meng percentages uit verschillende eenheden daarom niet.

16.4 Wat bewezen is: opwarming en stimulatie

Bij voldoende sterke RF-blootstelling neemt weefsel energie op en kan het warmer worden. Dat is een goed vastgesteld effect. Hoeveel de temperatuur stijgt, hangt ook af van warmteafvoer, doorbloeding, duur en welk weefsel wordt blootgesteld. De RF-beperkingen beschermen vooral tegen schade door die opwarming.

Bij lage frequenties is inductie belangrijk: wisselende velden kunnen elektrische velden en stromen in het lichaam opwekken. Bij voldoende sterkte kunnen die zenuwen of spieren stimuleren. De relevante normering voor 50 Hz is dus niet simpelweg de RF-opwarmingsnorm. De stelling 'het enige biologische effect van alle EMF is warmte' klopt niet.

Ook het verschil tussen biologisch effect en schadelijk effect telt. Een meetbare verandering in hersenactiviteit of een celmarker is niet automatisch ziekte. Onderzoekers moeten nagaan of zo'n effect reproduceerbaar is, welke blootstelling ervoor nodig is en of het tot gezondheidsschade leidt. Een niet-thermisch onderzoeksresultaat kun je niet wegstrepen omdat het niet thermisch is; je moet de kwaliteit en betekenis ervan beoordelen.

Let op: onder de limiet is geen belofte over alle toekomstig onderzoek

Een limiet is gebaseerd op de huidige beoordeling van onderbouwde schadelijke effecten en beschermende marges. Voldoen aan de limiet is relevante veiligheidsinformatie. Het vervangt geen verder onderzoek naar langetermijneffecten en bewijst niet dat iedere denkbare uitkomst voor altijd is uitgesloten.

16.5 Kanker: classificatie, mensen en proefdieren

16.5.1 Wat IARC-groep 2B betekent

IARC, het kankeronderzoeksagentschap van de WHO, classificeerde RF-velden in 2011 als mogelijk kankerverwekkend voor mensen: groep 2B. Er waren beperkte aanwijzingen bij mensen, vooral voor glioom en akoestisch neuroom, maar toeval, vertekening en verstorende factoren konden niet voldoende worden uitgesloten. De uitgebreide monografie verscheen in 2013.

De groep beschrijft de beoordeling van het bewijs voor een mogelijk gevaar, niet de grootte van het risico bij jouw gebruik. 'Mogelijk' betekent dus niet 'bewezen', maar ook niet 'verwaarloos het onderzoek'. Een latere afzonderlijke review verandert de formele IARC-classificatie niet automatisch. De adviesgroep voor 2025-2029 gaf herbeoordeling van RF hoge prioriteit; een prioriteitsadvies is nog geen afgeronde herclassificatie.

16.5.2 Wat de bekende mensenstudies laten zien

OnderzoekBevindingBelangrijke beperking
INTERPHONE, 2010geen overtuigende algemene stijging; een signaal voor glioom in de hoogste gebruikscategorieachteraf herinneren van belduur, selectie en onwaarschijnlijke gebruiksschattingen
Deens cohort, update 2011geen verhoogd risico op tumoren van het centrale zenuwstelselabonnement is een onvolmaakte maat voor werkelijk gebruik; zakelijke abonnementen niet in blootgestelde groep
Million Women Study, update 2022geen stijging van hersentumorrisico bij de onderzochte gebruikspatronenzelfgerapporteerd gebruik en een specifieke populatie van vrouwen
Karipidis-review, 2024geen verhoogd risico op de meest onderzochte hoofd-/hersentumoren bij mobiel gebruikzekerheid verschilt per uitkomst en bron; geen toets van alle kanker of elk toekomstig gebruik

Case-controlonderzoek begint bij mensen met en zonder een tumor en vraagt terug naar eerder gebruik. Dat kan gedetailleerd zijn, maar de herinnering aan jarenlang bellen is niet perfect. Cohortonderzoek volgt mensen vooruit of koppelt bestaande registers. Daarmee verminder je sommige vormen van herinneringsbias, maar blootstelling kan nog steeds verkeerd worden ingedeeld. Veel deelnemers betekenen niet automatisch een goede blootstellingsmaat.

De systematische review van Karipidis en collega's uit 2024 includeerde 63 artikelen. Voor mobiel gebruik was er matige zekerheid dat het risico op onder meer glioom, meningeoom en akoestisch neuroom niet toeneemt. Ook analyses van langer gebruik ondersteunden geen toename. Voor vaste zenders en beroepsblootstelling waren de onderzochte uitkomsten en de zekerheid anders; je mag die conclusie niet uitbreiden tot 'alle straling veroorzaakt nooit kanker'.

Registeronderzoek geeft een extra controle. Trends in onder meer Amerikaanse, Scandinavische en Australische gliomacijfers passen niet bij een grote algemene stijging door de sterke groei van mobiel gebruik. Dat ondersteunt de mensenbevindingen. Zulke bevolkingscijfers sluiten een klein effect, een bijzondere subgroep of een zeer lange latentietijd niet op zichzelf uit.

16.5.3 Waarom dieronderzoek óók in deze les hoort

Een systematische dierenreview van Mevissen en collega's uit 2025 vond bij mannelijke ratten aanwijzingen voor meer gliomen en kwaadaardige schwannomen van het hart; de auteurs beoordeelden de zekerheid voor die uitkomsten als hoog. Dat is relevante informatie over mogelijk gevaar. Het is niet hetzelfde als een berekend kankerpercentage voor mensen die wifi gebruiken.

De vertaalslag hangt af van soort, dosis, blootstellingsduur, verdeling over het lichaam en een nog onvolledig opgehelderd mechanisme. De zekerheidstoekenning wordt bovendien besproken: een kwantitatieve heranalyse/commentaar van Belenki en collega's uit 2026 beoordeelde harttumoren met matige en hersentumoren met lage zekerheid. Dit commentaar vervangt de oorspronkelijke review niet, maar laat zien dat de methode van samenwegen uitmaakt.

Figuur 3: cel- en dieronderzoek, mensenonderzoek en beleid beantwoorden verschillende vragen. Je combineert de bewijslijnen in plaats van één studie alles te laten beslissen.

Eerlijke conclusie over kanker

De best onderzochte verbanden bij mensen laten geen verhoogd risico zien, met onder meer matige zekerheid voor verschillende tumortypen. Er zijn tumorsignalen in dieronderzoek, met discussie over de bewijsweging en de vertaling naar mensen. 'Mobiel bellen veroorzaakt bewezen kanker' én 'er bestaat helemaal geen aanwijzing die onderzoek verdient' zijn te stellig.

16.6 EMF en hormonen

16.6.1 Hoe je hormoononderzoek leest

Hormonen wisselen met tijdstip, slaap, eten, inspanning, leeftijd, cyclus en ziekte. Dat heb je in eerdere lessen gezien. Onderzoek naar EMF moet die invloeden zo goed mogelijk controleren. Vergelijkbare groepen, gemeten blootstelling, vooraf gekozen uitkomsten, herhaalde metingen en replicatie helpen. Bij veel hormoonwaarden en veel analyses neemt de kans op een toevallig opvallende uitkomst toe.

Vraag steeds: gaat het om cellen, dieren of mensen? RF of 50 Hz? Hoe sterk en hoe lang? Is temperatuur gecontroleerd? Is de uitkomst een losse laboratoriumwaarde of een klinische ziekte? Een statistisch significant verschil bewijst niet automatisch een relevante hormoonverstoring door alledaagse blootstelling.

16.6.2 Melatonine en cortisol

Reviews over EMF en het endocriene systeem beschrijven wisselende resultaten. Vooral rond melatonine en laagfrequente magneetvelden zijn er positieve en negatieve studies. Dieronderzoek en sommige beroepsstudies leveren hypotheses op, maar mensengegevens zijn beperkt en niet consistent. Er is geen overtuigend, reproduceerbaar bewijs dat gebruikelijke RF-blootstelling onder de limieten een klinische melatonine- of cortisolstoornis veroorzaakt.

Dat is geen volledige uitsluiting van ieder effect. Het is een oordeel over wat je nu kunt onderbouwen. Een oudere endocriene review uit 2004 en een mechanistische melatoninereview uit 2022 zijn bijvoorbeeld geen moderne, beslissende klinische toets. De titel 'melatonine als schild' mag je niet lezen als bewijs dat melatoninesupplementen mensen beschermen tegen wifi.

Bij schermgebruik is een ander mechanisme wel duidelijk: zichtbaar licht bereikt via het oog de biologische klok en kan het melatonineritme beïnvloeden. Ook laat doorgaan, spannende inhoud en meldingen kunnen de slaap hinderen. Dat is niet hetzelfde als een effect van het radiosignaal. Je kunt dus een telefoonvrije avond proberen vanwege gedrag en licht, zonder te zeggen dat wifi de pijnappelklier beschadigt.

Figuur 4: schermlicht, gebruiksgedrag en RF zijn verschillende blootstellingen. De licht-klokroute is in les 9 uitgewerkt.

16.6.3 Schildklier

Er zijn studies waarin T3, T4 of TSH veranderden na RF- of ELF-blootstelling. Een review uit 2021 verzamelde dierexperimenten en mensengegevens, maar de resultaten en opzetten verschillen sterk. Veranderingen zijn niet steeds in dezelfde richting; sommige experimenten gebruiken blootstellingen die slecht vergelijkbaar zijn met dagelijks telefoongebruik. Dit is zwak bewijs voor een klinische oorzaak bij mensen.

Een RIVM-overzicht met onderzoeksupdate 2024 bespreekt bijvoorbeeld een klein cohort van werknemers met laagfrequente beroepsblootstelling. Er werd geen duidelijk effect op schildklierziekte, vorm of antistoffen gevonden, maar wel enkele veranderingen in hormoonwaarden in de tijd, met onduidelijke klinische betekenis. Dat laat zien waarom een veranderd getal niet automatisch een ziekte is. Dit arbeidsvoorbeeld is geen wifi-experiment.

Je kunt hieruit geen betrouwbare diagnose 'EMF-hypothyreoïdie' of een reden voor preventieve schildklierbehandeling afleiden. Vermoeidheid, koudegevoel of hartkloppingen beoordeel je via de gebruikelijke medische route uit les 4. Een vermoedelijke omgevingsbron vervangt geen anamnese, gericht onderzoek of passend laboratoriumonderzoek door een arts.

16.6.4 Zaadkwaliteit en de telefoon in de broekzak

Kenny en collega's includeerden in 2024 negen observationele mensenstudies: zeven in de algemene bevolking en twee bij werknemers. De zekerheid voor effecten op zaaduitkomsten was zeer laag, onder meer door meetproblemen en bias. Voor een telefoon in de voorbroekzak waren er weinig aanwijzingen voor een effect, maar de gegevens waren ook beperkt. De juiste conclusie is onzeker, niet 'bewezen onvruchtbaar' en niet 'bewezen zonder elk effect'.

Zaadconcentratie, beweeglijkheid en tijd tot zwangerschap zijn verschillende uitkomsten. Een proef met sperma buiten het lichaam meet niet vanzelf de kans op een zwangerschap. Temperatuur, dosimetrie en proefopzet moeten worden gecontroleerd voordat je zo'n bevinding vertaalt. RF-blootstelling is bovendien niet hetzelfde als eventuele warmte van een apparaat. Les 19 gaat uitgebreider over mannelijke vruchtbaarheid.

Let op: geen hormoontest voor wifi

Deze onderzoeken valideren geen speekselpanel, cortisolcurve of commerciële 'stralingsbelastingtest' om een EMF-oorzaak vast te stellen. Hormonen worden medisch onderzocht als klachten en context daar aanleiding toe geven, niet omdat een meter piept.

16.7 Elektrogevoeligheid

16.7.1 Klachten en oorzaak uit elkaar houden

Met elektrogevoeligheid of EHS bedoelt men klachten die iemand aan elektromagnetische velden toeschrijft. Onderzoekers gebruiken ook IEI-EMF: idiopathische omgevingsintolerantie toegeschreven aan EMF. Genoemde klachten zijn onder meer hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, concentratieproblemen, huidgevoelens en hartkloppingen. De klachten kunnen ernstig en beperkend zijn. De term legt echter nog geen bewezen oorzakelijk verband vast.

16.7.2 Wat provocatieonderzoek onderzoekt

In een geblindeerde provocatie krijgt iemand echte en nep-blootstelling in een gecontroleerde volgorde. De deelnemer weet niet wat aan staat; bij dubbelblind onderzoek weet ook de begeleider dat niet. Onderzoekers meten klachten en vragen eventueel of iemand de blootstelling herkent. Zo scheid je het fysieke signaal zoveel mogelijk van verwachting en context.

Figuur 5: principe van een dubbelblinde kruisproef. De vergelijking gaat over een reproduceerbare reactie op het signaal, niet over de oprechtheid van iemand.

Rubin en collega's bundelden in 2010 46 geblindeerde provocatiestudies met 1.175 deelnemers die zichzelf elektrogevoelig noemden. Er was geen robuust bewijs dat de velden de klachten veroorzaakten. Een nieuwere RF-review uit 2024 bundelde 41 studies met 2.874 deelnemers, zowel uit de algemene bevolking als met IEI-EMF. Die vond geen overtuigende acute symptoomtoename door RF onder de limieten en geen herkenning beter dan toeval.

De reviews hebben een verschillende afbakening en deels overlappende literatuur; tel de aantallen dus niet op als onafhankelijke onderzoeken. Vooral kortdurende experimentele blootstelling is onderzocht. Die opzet beantwoordt niet alle vragen over zeer langdurige blootstelling, ouderen of chronisch zieken. Er is wel een belangrijk verschil tussen een zichtbaar aanstaande bron en geblindeerde werkelijke blootstelling.

16.7.3 Nocebo zonder schuldtaal

Een nocebo-effect betekent dat negatieve verwachtingen en dreiging klachten kunnen oproepen of versterken. Dat gebeurt niet opzettelijk en maakt klachten niet verzonnen. Provocatieonderzoek ondersteunt een rol van verwachting bij sommige klachten; het bewijst niet dat je bij iedere persoon de volledige oorzaak kent. Een andere medische oorzaak kan tegelijk bestaan.

Een goede reactie is: 'Ik geloof dat je deze klachten hebt. Wat ze veroorzaakt, moeten we zorgvuldig onderzoeken.' De WHO adviseert aandacht voor klachten, functioneren en medische of psychologische factoren. De huisarts kan andere oorzaken beoordelen en met de patiënt een passende aanpak kiezen. Als coach stel je geen nocebo-diagnose en beloof je geen genezing door afscherming of een hormoonreset.

16.8 5G

5G is een generatie mobiele communicatietechniek, geen nieuwe soort natuurkundige straling. Ook 5G gebruikt RF. Het gezondheidsvraagstuk hangt samen met frequentie, vermogen en daadwerkelijke blootstelling, niet alleen met het getal in de naam. Het advies van de Gezondheidsraad uit 2020 behandelde onder meer 700 MHz, 3,5 GHz en 26 GHz.

De Gezondheidsraad achtte een verband met de onderzochte ziekten niet aangetoond of waarschijnlijk. Dat is voorzichtiger dan 'bewezen ongevaarlijk'. De raad zag geen reden om gebruik van de lagere frequentiebanden tot 3,5 GHz te stoppen of te beperken, adviseerde blootstelling te monitoren en meer onderzoek te doen. Voor 26 GHz was destijds nauwelijks onderzoek beschikbaar; de raad adviseerde die band niet in gebruik te nemen voordat de mogelijke risico's onderzocht waren.

De raad besprak ook biologische processen. Veranderingen in elektrische hersenactiviteit konden samenhangen met RF, zonder dat duidelijk was of dit gunstig of ongunstig voor de gezondheid is. Dat illustreert waarom 'geen biologisch effect' een andere bewering is dan 'geen aangetoonde ziekte'. Het advies uit 2020 is een beoordeling van toen; nieuwere reviews vullen het bewijs aan.

Voor individuele zorgen kun je gebruikmaken van officiële metingen. De RDI-resultaten uit het tweede kwartaal van 2026 zijn voorbeelden van gecontroleerde niveaus onder de limieten. Ze bewijzen niet dat elk toekomstig netwerk overal hetzelfde zal zijn. Deze les doet geen uitspraak over een actuele landelijke uitrol van 26 GHz zonder daarvoor aparte actuele gegevens te hebben.

16.9 Hoogspanningslijnen

16.9.1 Andere frequentie, andere bewijsvraag

Hoogspanningslijnen hebben met het 50 Hz-stroomnet te maken, niet met RF van mobiele telefonie. In observationeel onderzoek zijn er aanwijzingen voor een hogere kans op kinderleukemie bij langdurige gemiddelde magneetvelden rond of boven 0,3-0,4 µT. Dat verband heeft tot voorzorg geleid. Het is niet hetzelfde als bewezen causaliteit of een biologische grens waarboven ieder kind ziek wordt.

De waarde 0,4 µT gaat over een langdurig, jaargemiddeld magneetveld in deze beleidscontext. Een kort moment boven die waarde bij een elektrisch apparaat is niet dezelfde blootstelling. Je kunt µT bovendien niet vergelijken met W/m² uit een antennemeting. Verschillende grootheden, frequenties en onderzoeksuitkomsten vragen verschillende beoordelingen.

16.9.2 Het herijkte Nederlandse beleid

Het voorzorgbeleid is in april 2023 herijkt. Bronmaatregelen betreffen verschillende onderdelen van het elektriciteitsnet, waaronder lijnen, kabels, stations en transformatorhuisjes bij nieuwbouw of aanpassing. Het landelijke afstandsadvies met de berekende 0,4 µT-zone geldt specifiek voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Gevoelige bestemmingen omvatten niet alleen plaatsen voor kinderen, maar ook woningen en andere plekken waar mensen langdurig verblijven.

De GGD-richtlijn adviseert breder om langdurig verblijf in magneetvelden boven 0,4 µT bij componenten van het elektriciteitsnet zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen. Die bredere GGD-benadering en het landelijke afstandsbeleid zijn niet identiek. Bij een concrete woningvraag horen gemeente, netbeheerder en GGD te beoordelen welke informatie en berekening nodig zijn.

Let op: voorzorgwaarde is geen diagnosegrens

Een berekende zone helpt bij ruimtelijke afwegingen. Ze vertelt niet of een bewoner ziek is, bewijst geen hormoonverstoring en is geen reden om als coach te adviseren direct te verhuizen.

16.10 Omstreden producten en praktische keuzes

16.10.1 Stickers, hangers en 'harmoniseren'

Producten beloven soms straling te neutraliseren, te harmoniseren of om te zetten in een gezonde frequentie, terwijl de telefoon gewoon blijft werken. Voor een gezondheidsclaim zijn onafhankelijke metingen én klinisch bewijs nodig; een mooi plaatje of ervaring is onvoldoende. In 2002 trad de Amerikaanse FTC op tegen twee verkopers van telefoonpatches wegens ononderbouwde en volgens de aanklacht misleidende claims. Dit is een voorbeeld over die producten, geen test van ieder merk dat tegenwoordig bestaat.

Voor shungiet, hangers en vergelijkbare 'hormoonbescherming' is geen betrouwbaar klinisch beschermend effect aangetoond in de hier gebruikte bronnen. Je mag een voorwerp aantrekkelijk vinden, maar dat is iets anders dan bewezen bescherming. Verkoop het als coach niet als behandeling van schildklier-, cortisol- of slaapklachten.

16.10.2 Echte afscherming en meters

Fysieke afscherming kan bepaalde velden verminderen; dat is iets anders dan een 'harmoniserende' sticker. Het resultaat hangt af van materiaal, frequentie, plaatsing en welke openingen er zijn. Vermindering van een veld bewijst nog geen gezondheidswinst. Een afgeschermde telefoon kan bovendien minder goed communiceren. Je kunt daarom niet uit een algemene materiaalclaim afleiden dat een hoes de totale persoonlijke blootstelling onder normaal gebruik verlaagt.

Een goede meter kan een natuurkundige grootheid meten. Een rode lamp, een app of het woord 'electrosmog' stelt geen ziekte vast. Vraag welk frequentiebereik wordt gemeten, in welke eenheid, met welke onzekerheid en tegen welke geldige grens. Een meetdienst die uit een piek hormoonziekten afleidt, gaat verder dan wat de meting aantoont.

16.10.3 Wifi uit en minder telefoon

Wifi 's nachts uitzetten is een persoonlijke keuze. Er is geen overtuigend bewijs dat dit via herstel van melatonine of andere hormonen de slaap verbetert. Wie tegelijkertijd meldingen uitzet, minder scrollt en eerder naar bed gaat, verandert meerdere dingen. Eventuele verbetering vertelt niet welk onderdeel werkte; 'na' is geen bewijs voor 'door'.

Wie zonder grote kosten de lokale RF-blootstelling van bellen wil verminderen, kan de afstand tussen telefoon en hoofd vergroten, bijvoorbeeld met luidsprekergebruik. Minder blootstelling is een natuurkundig doel, geen bewezen noodzakelijke hormoonbehandeling. Laat zulke keuzes niet uitgroeien tot een steeds langer lijstje van verboden plaatsen en apparaten. Ondersteun vooral slaap, functioneren en een zorgvuldige beoordeling van klachten.

16.11 Onderbouwd of niet?

UitspraakBeoordelingWat je erbij moet zeggen
Sterke RF kan weefsel opwarmensterk onderbouwdintensiteit, duur en plaats bepalen het effect
RF ioniseert zoals röntgenstralingonjuistRF-fotonen hebben daarvoor onvoldoende energie
Mobiel gebruik verhoogt hersentumorrisiconiet ondersteund; matige zekerheid bij meerdere uitkomstengeen uitsluiting van alle kanker, subgroepen en elke looptijd
Dieronderzoek bevat geen tumorsignalenonjuistsignalen bestaan; zekerheid en vertaling zijn onderwerp van discussie
Wifi verstoort klinisch je hormonenzwak/inconsistent bewijsgeen betrouwbare klinische oorzaak of gevalideerde diagnose aangetoond
Telefoon in broekzak maakt onvruchtbaarniet aangetoond; zeer lage zekerheidgeen hard bewijs voor schade én geen definitieve uitsluiting
EHS-deelnemers herkennen RF blindniet ondersteund in deze testsklachten blijven reëel; acute tests dekken niet elk scenario
Boven 0,4 µT heb je een hormoonziekteonjuistlangdurige voorzorgcontext bij stroomnet; geen diagnosegrens
Een beschermhanger herstelt hormonenniet onderbouwdgeen betrouwbare klinische bescherming aangetoond
Schermlicht kan de klok beïnvloedengoed onderbouwdzichtbaar licht en gebruiksgedrag onderscheiden van RF

16.12 Je rol en je grenzen

Begin bij de hulpvraag. Welke klachten heeft iemand, sinds wanneer, hoe ernstig, wat beperkt het dagelijks leven en wat is al medisch onderzocht? Je hoeft niet direct over zendmasten te discussiëren. Een gesprek wordt vaak beter als je eerst de ervaring begrijpt en daarna samen kijkt wat een mogelijke verklaring wel en niet ondersteunt.

Een bruikbare coachzin

'Je klachten verdienen aandacht. Het onderzoek ondersteunt nog niet dat wifi je hormonen ontregelt. We kunnen wel kijken naar slaap en belasting, en met je huisarts bespreken welke oorzaken onderzocht moeten worden.'

Bij een pacemaker of ander actief medisch implantaat kunnen aparte instructies over elektromagnetische interferentie gelden. Dat is een technisch-medisch vraagstuk naast de gewone RF-blootstellingslimieten. Volg daarvoor de instructies van behandelaar en fabrikant; een algemene les over omgevingsblootstelling is geen vrijbrief om die te negeren.

16.13 Samenvatting

16.14 Oefenopgaven

1.Wat betekent EMF, en waarom is 'alle straling' geen bruikbare risicocategorie?

2.Leg het verschil uit tussen frequentie en intensiteit.

3.Wat is ionisatie? Waarom ioniseert wifi niet zoals röntgenstraling?

4.Waarom is niet-ioniserend niet hetzelfde als biologisch onwerkzaam? Geef twee voorbeelden.

5.Koppel Hz, µT, W/m² en W/kg aan de bijbehorende grootheid.

6.Wat is het verschil tussen een basisrestrictie en een referentieniveau?

7.Wat betekent de lokale SAR-grens van 2 W/kg voor hoofd en romp? Noem ook de middeling.

8.Waarom geldt de veiligheidsfactor 50 niet automatisch voor alle limieten?

9.Bereken het percentage van 0,003634 W/m² ten opzichte van 4 W/m².

10.Waarom is de De Meern-meting geen landelijk blootstellingsgemiddelde?

11.Waarom kun je een breedbandige som niet zomaar door één limiet delen?

12.Wat betekent IARC-groep 2B wel en niet?

13.Noem een voordeel en een beperking van cohortonderzoek naar mobiel gebruik.

14.Wat concludeerde Karipidis 2024, en waarom is 'alle kanker uitgesloten' te sterk?

15.Hoe plaats je de tumorsignalen uit dieronderzoek naast mensenonderzoek?

16.Waarom bewijst één veranderde TSH-waarde na veel telefoongebruik geen oorzaak?

17.Onderscheid schermlicht, laat telefoongebruik en RF als mogelijke slaapinvloeden.

18.Wat is de juiste conclusie over RF en mannelijke vruchtbaarheid bij zeer lage bewijszekerheid?

19.Hoe werkt een dubbelblinde provocatie?

20.Wat laten provocatiereviews zien, en welke beperking hebben ze?

21.Leg nocebo uit zonder iemand de schuld te geven van klachten.

22.Wat betekent het Gezondheidsraadadvies uit 2020 voor lagere 5G-banden en voor 26 GHz?

23.Waarom is een korte piek van 0,6 µT niet hetzelfde als langdurige gemiddelde blootstelling boven 0,4 µT?

24.Onderscheid bronmaatregelen, het landelijke afstandsadvies en het bredere GGD-advies.

25.Schrijf een reactie op iemand die EMF-schildklierklachten vermoedt en een beschermhanger wil kopen.

16.15 Praktijkopgaven

Kies per vraag het beste antwoord. De casussen gaan over uitleg en coachgrenzen, niet over het stellen van een diagnose.

1.Wat zegt 3,5 GHz op zichzelf?

a.Dat de hormonen beschadigd raken.

b.De frequentie, niet de totale blootstelling.

c.Dat de bron radioactief is.

d.Dat de intensiteit 3,5 W/kg is.

2.Welke uitspraak over RF en röntgen klopt?

a.RF heeft onvoldoende fotonenergie voor directe ionisatie zoals röntgen.

b.RF is altijd sterker dan röntgen.

c.Beide hebben dezelfde fotonenergie.

d.Een router wordt ioniserend als je langer naast hem zit.

3.Wat betekent SAR?

a.Een schildklierantistof.

b.De totale hoeveelheid radioactiviteit.

c.Opgenomen vermogen per kilogram weefsel.

d.Een percentage kans op kanker.

4.Casus. Een website noemt 0,4 µT een grens voor hormoonschade. Wat klopt?

a.Dat is de RF-limiet voor wifi.

b.Iedere overschrijding bewijst hypothyreoïdie.

c.Het is een cortisolgrens.

d.Het is een voorzorgwaarde rond langdurige stroomnetblootstelling, geen diagnosegrens.

5.Hoeveel is 0,003634 W/m² als percentage van 4 W/m²?

a.9,085%.

b.0,09085%.

c.90,85%.

d.0,9085%.

6.Wat is een juiste uitleg van IARC 2B?

a.Mogelijk kankerverwekkend; geen maat voor je persoonlijke risico.

b.Bewezen dat ieder gebruik kanker geeft.

c.Een garantie dat een product veilig is.

d.Precies 2 procent kankerrisico.

7.Welke conclusie over kanker past het beste?

a.Dieronderzoek bestaat niet.

b.IARC werd automatisch ingetrokken door een review.

c.Alle mogelijke tumoren zijn definitief uitgesloten.

d.Mensenbevindingen zijn geruststellend voor onderzochte uitkomsten; dierlijke tumorsignalen verdienen afzonderlijke weging.

8.Wat betekent zeer lage zekerheid over RF en zaadkwaliteit?

a.Bewezen onvruchtbaarheid.

b.Bewezen nul effect.

c.Een onzeker effect; geen harde conclusie voor schade of uitsluiting.

d.Dat je testosteron moet voorschrijven.

9.Casus. Iemand slaapt beter na minder scrollen én wifi uit. Wat kun je concluderen?

a.Meerdere dingen veranderden; het bewijst geen RF-effect.

b.Wifi was zeker de oorzaak.

c.De melatonine is bewezen verdubbeld.

d.De schildklier is genezen.

10.Waarom is dubbelblind onderzoek nuttig?

a.Het maakt meetapparatuur overbodig.

b.Het bewijst dat alle klachten psychisch zijn.

c.Het meet ieder langetermijneffect.

d.Het beperkt invloed van kennis over blootstelling bij deelnemer en begeleider.

11.Casus. Een cliënt heeft klachten bij een zichtbare zendmast. Wat is de beste reactie?

a.Onmiddellijk adviseren te verhuizen.

b.Zeggen dat klachten verzonnen zijn.

c.Klachten erkennen en oorzaak zorgvuldig laten beoordelen.

d.Een EMF-diagnose vaststellen.

12.Wat zegt een korte meting van 0,6 µT naast een apparaat?

a.Dat het jaargemiddelde in de woning 0,6 µT is.

b.Een waarde op dat moment; niet automatisch de langdurige beleidsblootstelling.

c.Dat de wifi-norm is overschreden.

d.Dat leukemie is vastgesteld.

13.Wat past bij het 5G-advies uit 2020?

a.Alle frequenties zijn bewezen zonder elk risico.

b.26 GHz was toen volledig onderzocht.

c.Geen monitoring nodig.

d.Lagere banden niet stoppen; monitoren en onderzoek, met extra terughoudendheid bij 26 GHz.

14.Casus. Een verkoper toont minder veld achter een doek. Wat ontbreekt voor een medische claim?

a.Alleen een duurder prijskaartje.

b.Bewijs voor gezondheidswinst en beoordeling onder realistische gebruiksomstandigheden.

c.Een nieuwe kleur van het doek.

d.Een verhaal over kwantumharmonie.

15.Wat klopt over 0,08 W/kg en 2 W/kg?

a.De eerste betreft hele-lichaams-SAR; de tweede lokale hoofd-/romp-SAR, met andere middeling.

b.Het zijn twee verschillende cortisolwaarden.

c.Ze zijn direct uitwisselbaar.

d.Ze zijn in microtesla gemeten.

16.Casus. Een cliënt met een pacemaker vraagt of algemene RF-limieten alle toesteladviezen vervangen. Wat zeg je?

a.Ja, elke afstandsinstructie kan weg.

b.Koop eerst een beschermhanger.

c.Volg behandelaar en fabrikant; implantaatinterferentie vraagt aparte instructies.

d.Stop de pacemakerbehandeling.

Bronnen

Leesdiepte: [V] volledig gelezen; [S] samenvatting, abstract of geselecteerde kernpassages; [Sec] via een secundaire weergave. Vindplaatsen, beperkingen en de controle per bewering staan in het brondossier en de lesnotities.

OpenStax, University Physics Volume 2, 16.5: elektromagnetisch spectrum en UV; plus WHO, Radiation: Electromagnetic fields, natuurkundige uitleg. [S]

ICNIRP (2020). Guidelines for limiting exposure to electromagnetic fields (100 kHz to 300 GHz). Health Physics 118:483-524. Mechanismen, basisrestricties, referentieniveaus en tabel 2 gericht gelezen. [S]

Antennebureau, Blootstellingslimieten voor elektromagnetische velden; EMV-metingen tweede kwartaal 2026 gepubliceerd, 10 juli 2026. [S]

RDI, Rapport meting elektromagnetisch veld, De Meern, meting 20 mei, rapport 27 mei 2026. Methode, conclusie en selectieve meettabel. [S]

IARC (2011/2013), RF-classificatie 2B, persbericht 208 en dossier over monografie 102. Persbericht [S]; monografie via dossier [Sec]. IARC Advisory Group, prioriteiten 2025-2029 (2024), RF-paragraaf via geïndexeerde weergave [Sec].

Karipidis K et al. (2024). Systematische review mensenonderzoek naar RF en kanker, deel I. Environ Int 191:108983. [S]

Frei P et al. (2011). Deens cohort, BMJ 343:d6387; Schüz J et al. (2022). Update Million Women Study, JNCI 114:704-711. [S]

National Cancer Institute, Cell Phones and Cancer Risk, herzien 4 april 2024: onderzoeksopzetten en incidentietrends. [S]

Mevissen M et al. (2025). Systematische dierenreview RF en kanker, Environ Int 199:109482. Abstract [S]. Belenki D et al. (2026). Kwantitatieve heranalyse/commentaar, Environ Int 209:110154. Abstract [S].

Karasek M, Woldanska-Okonska M (2004), Electromagnetic fields and human endocrine system; Jammoul M, Lawand N (2022), Melatonin: a Potential Shield against Electromagnetic Waves. [S]

Alkayyali T et al. (2021). Review RF/ELF en schildklierhormonen, Cureus 13:e17329. [S]

Kenny RPW et al. (2024). Systematische review observationeel mensenonderzoek naar RF en mannelijke vruchtbaarheid, Environ Int 190:108817. Abstract [S].

Rubin GJ et al. (2010). Systematische review provocatiestudies IEI-EMF, Bioelectromagnetics 31:1-11. [S]

Bosch-Capblanch X et al. (2024). Systematische review experimenteel mensenonderzoek RF en symptomen, Environ Int 187:108612. Abstract in auteursrepository [S]. WHO (2005), Electromagnetic hypersensitivity. [S]

Gezondheidsraad (2020). 5G en gezondheid, nr. 2020/16. Officiële samenvatting [S].

RIVM, Herijkt voorzorgbeleid, gewijzigd 18 maart 2024; GGD-richtlijn medische milieukunde: EMV en gezondheid (2024), kernboodschap en voorzorgpassages. [S]

Rijs KJ, Stam R. RIVM-rapport 2024-0157, Mogelijke langetermijneffecten van elektromagnetische velden op de gezondheid van werknemers - update 2024, uitgave 2025. Samenvatting en §5.2.2, p. 48 gericht gelezen. [S]

FTC (2002). Aanklachten tegen verkopers van telefoonpatches, 20 februari 2002. Officieel persbericht [S]. Bundesamt für Gesundheit (Zwitserland), Mobiltelefon, 1 juni 2026: afstand, accessoires en implantaten, p. 1-2 en 5. [S]

Les 9 en het bijbehorende gecontroleerde brondossier: licht, biologische klok, melatonine en gebruiksgedrag. Les 4 voor de gebruikelijke schildklierroute; les 7 voor stresscontext. Geselecteerde passages [S].