Zelfstudie voedingsleer · Module 2: Voedingsmiddelen
Inhoudsopgave
14.4 Bekende en omstreden additieven
14.7 Voedings- en gezondheidsclaims
14.9 Etiket lezen in de praktijk
14.10 Supplementen en het etiket
14.11 Omstreden punten eerlijk bekeken
14.12 Onderbouwd of niet? Een overzicht
Bronnen
Over dit materiaal
Dit is eigen studiemateriaal, geschreven op basis van Europese en Nederlandse wetgeving, adviezen van voedselveiligheidsautoriteiten en wetenschappelijke bronnen (zie Bronnen achteraan). Het is bedoeld om te leren en is geen juridisch of medisch advies. Regels voor etiketten en additieven veranderen geregeld; controleer de actuele stand bij de NVWA, het Voedingscentrum of op EUR-Lex.
Draai een pak ontbijtgranen om en je leest een ingrediëntenlijst, een voedingswaardetabel, een paar E-nummers, misschien 'bron van vezels' en een Nutri-Score. Voor veel cliënten is dat een raadsel, of een bron van wantrouwen: 'Er zitten E-nummers in, dus het is ongezond.' In deze les leer je wat er op een etiket staat, wat het betekent en hoe je het gebruikt om beter te kiezen.
Deze les is module 2, onderdeel 2.4. De Schijf van Vijf-criteria uit les 11 en 12 gebruik je hier om producten te beoordelen. Zoetstoffen en polyolen kwamen al kort aan bod in les 4, transvet in les 5 en de verrijking van zout en smeervetten in les 9 en 12. Allergenen in de keuken volgen in les 15, supplementen voor sporters in les 19.
Na deze les kun je:
Additieven (levensmiddelenadditieven) zijn stoffen die met een technologisch doel aan voedsel worden toegevoegd: om het langer houdbaar te maken, de kleur, smaak of structuur te verbeteren, of het product makkelijker te kunnen maken. Ze zijn geregeld in de Europese Verordening (EG) 1333/2008. Een additief dat in de EU is goedgekeurd, krijgt een E-nummer; de E staat voor Europa. Er zijn meer dan 300 goedgekeurde E-nummers. De wet bepaalt per stof in welke producten ze mag, hoeveel en onder welke voorwaarden. Zilver (E 174) en goud (E 175) mogen bijvoorbeeld alleen in likeur en als decoratie, boorzuur (E 284) alleen in supplementen en kaviaar.
Op het etiket staat een additief altijd met zijn functie en de naam of het E-nummer, bijvoorbeeld 'kleurstof: paprika-extract' of 'kleurstof: E 160c'. Belangrijke functiegroepen zijn kleurstoffen, conserveermiddelen, antioxidanten, emulgatoren, stabilisatoren, verdikkings- en geleermiddelen, zoetstoffen, smaakversterkers, zuurteregelaars, rijsmiddelen en glansmiddelen.
Veel E-nummers zijn stoffen die ook in de natuur voorkomen. Ascorbinezuur (E 300) is vitamine C; carotenen (E 160a) zitten in wortels; curcumine (E 100) komt uit kurkuma en calciumcarbonaat (E 170) uit kalksteen. Glutamaten (E 620-625) zitten van nature in vlees, kaas en tomaten en worden voor gebruik als additief gemaakt via fermentatie. Andere E-nummers, zoals tartrazine (E 102) en aspartaam (E 951), komen niet in de natuur voor. Het lichaam verwerkt ook die stoffen: ze worden omgezet en opgenomen, of verlaten het lichaam via de ontlasting. 'Natuurlijk' of 'synthetisch' zegt dus niets over veiligheid.
Sommige E-nummers zijn (of kunnen zijn) van dierlijke oorsprong, wat belangrijk is voor vegetariërs, veganisten en mensen die om religieuze redenen bepaalde producten niet eten: karmijnzuur (E 120) uit schildluizen, bijenwas (E 901), lactitol (E 966) uit melksuiker, en lecithine (E 322) kan uit eidooier komen. Mono- en diglyceriden van vetzuren (E 471-472) worden meestal van plantaardig, maar soms van dierlijk vet gemaakt.
Omdat veel consumenten E-nummers wantrouwen, kiezen fabrikanten steeds vaker 'natuurlijker' klinkende alternatieven, bekend als clean label. Voorbeelden: 'citroenzuur' in plaats van 'E 330', stevia (E 960) in plaats van aspartaam, of gistextract in plaats van glutamaat (E 621); gistextract bevat van nature veel glutamaat en heeft dezelfde functie. 'Zonder conserveermiddelen' staat ook vaak op producten die die niet nodig hebben, zoals conserven in blik of producten met veel suiker of zout. Clean label is dus vooral marketing; een gezondheidsvoordeel is niet aangetoond.
De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA beoordeelt of een additief veilig is. Daarna beslist de Europese Commissie samen met de lidstaten of de stof wordt toegelaten en voor welke producten. EFSA herbeoordeelt bestaande additieven regelmatig. Zijn er te weinig gegevens, dan kan een E-nummer van de lijst verdwijnen (zoals calciumsorbaat, E 203). In Nederland controleert de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) of bedrijven zich aan de regels houden.
Voor veel additieven wordt een ADI vastgesteld: de aanvaardbare dagelijkse inname. Dat is de hoeveelheid die je gemiddeld elke dag van je leven zonder merkbaar gezondheidsrisico kunt binnenkrijgen, uitgedrukt in milligram per kilogram lichaamsgewicht per dag. Figuur 2 laat zien hoe de ADI wordt afgeleid.
Uitgangspunt is de NOAEL (no observed adverse effect level): de hoogste dosis waarbij in langdurige dierproeven, bij de gevoeligste diersoort en het gevoeligste effect, geen schadelijk effect werd gezien. Die wordt meestal door 100 gedeeld: een factor 10 omdat mensen gevoeliger kunnen zijn dan proefdieren, en nog een factor 10 voor verschillen tussen mensen (bijvoorbeeld kinderen, zwangeren, ouderen). Omdat de ADI per kilo lichaamsgewicht geldt, is de toegestane hoeveelheid voor een kind lager dan voor een volwassene. Bij het bepalen van de maximaal toegestane hoeveelheden in producten wordt rekening gehouden met de ADI. Daardoor is het onwaarschijnlijk dat iemand er structureel boven komt; een enkele dag erboven geeft volgens het Voedingscentrum weinig kans op gezondheidseffecten.
Nitriet wordt gebruikt in vleeswaren en worst. Het remt de groei van Clostridium botulinum, de bacterie die het levensgevaarlijke botulinetoxine maakt. Nadeel: uit nitriet kunnen nitrosaminen ontstaan, waarvan sommige kankerverwekkend zijn. EFSA stelde in 2017 een ADI vast van 0,07 mg nitriet per kg per dag; in 2023 concludeerde EFSA dat de blootstelling aan kankerverwekkende nitrosaminen via voeding een mogelijke gezondheidszorg is, met vlees en vleesproducten als belangrijkste bron. De EU heeft daarop de toegestane hoeveelheden nitriet en nitraat verlaagd (Verordening (EU) 2023/2108), met behoud van de bescherming tegen botulisme. Nitriet draagt bij aan het kankerrisico van bewerkt vlees (les 12).
Zwaveldioxide en sulfieten worden onder meer als conserveermiddel gebruikt. Ze horen bij de 14 allergenen (§ 14.6): bij meer dan 10 mg per kilo of per liter moet 'sulfiet' duidelijk op het etiket staan. Mensen die overgevoelig zijn, kunnen er klachten van krijgen.
In 2007 publiceerden McCann en collega's (Southampton) een gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek bij 153 kinderen van 3 jaar en 144 kinderen van 8-9 jaar. Ze kregen drankjes met een mengsel van kunstmatige kleurstoffen plus het conserveermiddel natriumbenzoaat (E 211), of een placebo. Bij een van de mengsels was er een klein maar meetbaar effect op hyperactief gedrag (effectgrootte ongeveer 0,1-0,3). Andere onderzoeken bevestigden dit niet, en EFSA vond het bewijs onvoldoende om de kleurstoffen te verbieden. Toch moet sindsdien uit voorzorg op producten met tartrazine (E 102), chinolinegeel (E 104), zonnegeel (E 110), azorubine (E 122), ponceau 4R (E 124) of allurarood (E 129) staan: '[naam of E-nummer]: kan de activiteit of oplettendheid van kinderen nadelig beïnvloeden'.
Titaandioxide was een witte kleurstof in onder meer kauwgom, snoep en taartdecoratie. In mei 2021 concludeerde EFSA dat E 171 'niet langer als veilig kan worden beschouwd', omdat niet kon worden uitgesloten dat het DNA beschadigt (genotoxiciteit). De EU verbood het daarop (Verordening (EU) 2022/63); sinds 7 augustus 2022 mogen er geen levensmiddelen met titaandioxide meer in de handel worden gebracht. Het voorbeeld laat zien dat het systeem van herbeoordeling werkt: twijfel over veiligheid is bij additieven al genoeg voor een verbod. Als kleurstof in geneesmiddelen is titaandioxide voorlopig nog toegestaan.
In juli 2023 deelde het kankeronderzoeksinstituut van de WHO (IARC) aspartaam in als groep 2B, 'mogelijk kankerverwekkend', op basis van beperkt bewijs (vooral voor leverkanker). Tegelijk bevestigde het voedingscomité van de WHO en de FAO (JECFA) de ADI van 40 mg per kg lichaamsgewicht per dag, omdat het bewijs voor schade bij normale inname niet overtuigend was. Die twee uitspraken spreken elkaar niet tegen: de IARC beoordeelt of iets in principe kanker kán veroorzaken (het gevaar), JECFA en EFSA beoordelen hoe groot het risico is bij de hoeveelheden die mensen werkelijk binnenkrijgen. Een volwassene van 70 kg zou 9 tot 14 blikjes light frisdrank per dag moeten drinken om boven de ADI te komen. Producten met aspartaam moeten vermelden dat ze een bron van fenylalanine bevatten; dat is belangrijk voor mensen met de erfelijke stofwisselingsziekte fenylketonurie.
Glutamaat geeft een hartige smaak (umami) en zit van nature in onder meer vlees, kaas en tomaten. EFSA stelde in 2017 een groeps-ADI vast van 30 mg per kg per dag voor alle glutamaten, onder de doses waarbij bij mensen effecten als hoofdpijn zijn beschreven. Bij mensen met een eetpatroon met veel van deze additieven kon de inname boven de ADI uitkomen, en EFSA adviseerde de maximaal toegestane hoeveelheden te herzien. Uit de meldingen over overgevoeligheidsreacties kon EFSA geen duidelijk verband met de dosis afleiden.
Emulgatoren (zoals carboxymethylcellulose, E 466, en polysorbaat 80) zorgen ervoor dat water en vet gemengd blijven. Bij muizen veroorzaakten ze een verstoorde darmflora, laaggradige ontsteking en kenmerken van het metabool syndroom (Chassaing 2015). Bij mensen is er één kleine gerandomiseerde studie (Chassaing 2022): gezonde volwassenen aten 11 dagen een emulgatorvrij dieet (9 personen) of hetzelfde dieet met 15 gram carboxymethylcellulose per dag (7 personen). De CMC-groep had iets meer buikklachten na het eten, een minder diverse darmflora en minder korte-ketenvetzuren; bij 2 deelnemers drongen bacteriën dieper in de slijmlaag van de darm. Die dosis is veel hoger dan wat mensen normaal binnenkrijgen. Een groot Frans cohortonderzoek (NutriNet-Santé, ruim 95.000 volwassenen) vond een iets hoger risico op hart- en vaatziekten bij een hogere inname van sommige emulgatoren, zoals cellulosen (E 460-468) en mono- en diglyceriden (E 471-472), maar dat is observationeel onderzoek. Het bewijs is dus beperkt: een reden voor meer onderzoek en mogelijk een extra argument om minder ultrabewerkt te eten, maar geen reden voor paniek.
Intensieve zoetstoffen (zoals aspartaam, acesulfaam-K, sucralose, steviolglycosiden) hebben allemaal een ADI en zijn veilig bij normaal gebruik. De WHO adviseerde in 2023 wel (voorwaardelijk) om zoetstoffen niet te gebruiken om af te vallen, omdat er op lange termijn geen voordeel is gevonden (les 13). Polyolen (suikeralcoholen zoals sorbitol en maltitol) kunnen in grotere hoeveelheden laxerend werken; bij meer dan 10 procent toegevoegde polyolen moet op het etiket staan: 'overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben'.
De regels voor het etiket staan in de Europese Verordening (EU) 1169/2011 over voedselinformatie. Op voorverpakte levensmiddelen is onder meer verplicht:
De voedingswaardevermelding is verplicht in een vaste volgorde: energie (kJ en kcal), vet, waarvan verzadigd, koolhydraten, waarvan suikers, eiwitten en zout, altijd per 100 gram of 100 ml. Vezels en bijvoorbeeld enkelvoudig onverzadigd vet mogen erbij. Fabrikanten mogen de waarden ook per portie geven en als percentage van de referentie-inname (RI): de hoeveelheid voor een gemiddelde volwassene.
| Referentie-inname (volwassene) | Hoeveelheid per dag |
|---|---|
| Energie | 8400 kJ / 2000 kcal |
| Vet / waarvan verzadigd | 70 g / 20 g |
| Koolhydraten / waarvan suikers | 260 g / 90 g |
| Eiwitten | 50 g |
| Zout | 6 g |
| Enkele vitamines en mineralen | vitamine C 80 mg; vitamine D 5 µg; vitamine B12 2,5 µg; calcium 800 mg; ijzer 14 mg; jodium 150 µg |
Bron: Verordening (EU) 1169/2011, bijlage XIII.
Let op: referentie-inname is geen advies
De RI is een Europese rekenwaarde voor het etiket, geen persoonlijk advies en geen Nederlandse voedingsnorm. Zo is de RI voor 'suikers' 90 gram en gaat over alle suikers (ook de melksuiker in yoghurt en de suiker in fruit), terwijl de WHO adviseert om minder dan 10 procent van de energie uit vrije suikers te halen. En de RI voor vitamine D (5 µg) is lager dan de Nederlandse ADH (10 µg, les 8).
| Ten minste houdbaar tot (THT) | Te gebruiken tot (TGT) | |
|---|---|---|
| Wat betekent het? | Tot deze datum blijft het product zeker goed, bij juiste bewaring en ongeopende verpakking | Na deze datum kan het product schadelijk zijn |
| Na de datum? | Vaak nog goed: kijk, ruik en proef | Weggooien |
| Voorbeelden | Rijst, pasta, koekjes, conserven, yoghurt | Vers vlees, vis, kip, vleeswaren |
Het verschil tussen THT en TGT is belangrijk om voedselverspilling te voorkomen (les 15).
Europees zijn 14 allergenen aangewezen die altijd vermeld moeten worden, ook als ze via een samengesteld ingrediënt of een aroma in het product komen:
| De 14 allergenen (Verordening (EU) 1169/2011, bijlage II) | |
|---|---|
| 1. Glutenbevattende granen (tarwe, ook spelt en kamut, rogge, gerst, haver) | 8. Noten |
| 2. Schaaldieren | 9. Selderij |
| 3. Eieren | 10. Mosterd |
| 4. Vis | 11. Sesamzaad |
| 5. Pinda's | 12. Zwaveldioxide en sulfieten (> 10 mg/kg of /l) |
| 6. Soja | 13. Lupine |
| 7. Melk (inclusief lactose) | 14. Weekdieren |
In de ingrediëntenlijst moeten allergenen extra duidelijk zijn, bijvoorbeeld vetgedrukt of in hoofdletters. Ook bij onverpakt voedsel (restaurant, bakker, slager, catering, zorginstelling) moet de informatie beschikbaar zijn. Mondeling mag, maar er moet dan zichtbaar staan dat je ernaar kunt vragen.
Een waarschuwing voor mogelijke kruisbesmetting (bijvoorbeeld omdat in dezelfde fabriek noten worden verwerkt) was lange tijd niet geregeld. Daardoor stond 'kan sporen van … bevatten' op heel veel producten, ook als het risico klein was. Sinds 2024 gelden er in Nederland duidelijkere regels, die vanaf 1 januari 2026 voor alle fabrikanten verplicht zijn:
Glutenvrij. Een product mag 'glutenvrij' heten bij maximaal 20 mg gluten per kilo, en 'met zeer laag glutengehalte' bij maximaal 100 mg per kilo (Verordening (EU) 828/2014). Van nature glutenvrije granen die bewerkt zijn, zoals boekweitmeel of havervlokken, kunnen besmet zijn; mensen met coeliakie kiezen daarom alleen producten met de vermelding 'glutenvrij' of het symbool met de doorgestreepte graanaar (les 12).
Claims op voedingsmiddelen zijn geregeld in Verordening (EG) 1924/2006. Er zijn twee soorten.
Een voedingsclaim zegt iets over wat er in een product zit: 'vetarm', 'bron van vezels', 'eiwitrijk'. Zo'n claim mag alleen als het product aan de voorwaarde voldoet (figuur 4 en de tabel).
| Claim | Voorwaarde |
|---|---|
| Lage energetische waarde | Max. 40 kcal per 100 g (dranken 20 kcal per 100 ml) |
| Vetarm / vetvrij | Max. 3 g vet per 100 g (dranken 1,5 g per 100 ml) / max. 0,5 g |
| Arm aan verzadigde vetten | Verzadigd + transvet max. 1,5 g per 100 g én max. 10% van de energie |
| Suikerarm / suikervrij | Max. 5 g / max. 0,5 g suikers per 100 g |
| Zonder toegevoegde suikers | Geen suikers of zoetmakende levensmiddelen (honing, siroop, vruchtensapconcentraat) toegevoegd; bij van nature aanwezige suikers moet erbij: 'Dit product bevat van nature aanwezige suikers' |
| Zoutarm | Max. 0,12 g natrium (± 0,3 g zout) per 100 g |
| Bron van vezels / vezelrijk | Min. 3 g / min. 6 g per 100 g (of 1,5 / 3 g per 100 kcal) |
| Bron van eiwitten / eiwitrijk | Min. 12% / min. 20% van de energie uit eiwit |
| Bron van / rijk aan [vitamine of mineraal] | Meestal min. 15% / min. 30% van de referentie-inname per 100 g |
| Verlaagd [nutriënt] / light | Min. 30% minder dan een vergelijkbaar product (zout: 25%), met vermelding wat |
Bron: Verordening (EG) 1924/2006, bijlage; NBC-werkwijzer voedingsclaims.
Rekenvoorbeeld: bron van eiwitten of eiwitrijk?
Volkorenbeschuit bevat per 100 g 1664 kJ en 14 g eiwit. Eiwit levert 17 kJ per gram: 14 × 17 = 238 kJ. Dat is 238 / 1664 × 100 = 14,3% van de energie. 'Bron van eiwitten' (≥ 12%) mag dus wel, 'eiwitrijk' (≥ 20%) niet (voorbeeld uit de NBC-werkwijzer).
Een gezondheidsclaim legt een verband tussen een stof en de gezondheid: 'calcium is nodig voor de instandhouding van normale botten'. Gezondheidsclaims zijn verboden, tenzij ze na een beoordeling door EFSA zijn toegelaten en op de EU-lijst staan. Claims over het verkleinen van een ziekterisico vragen een aparte vergunning, en dan moet erbij staan dat de ziekte meerdere risicofactoren heeft. Een voorbeeld van een toegelaten claim is die over plantensterolen en het LDL-cholesterol (les 13). Claims dat een levensmiddel een ziekte voorkomt, behandelt of geneest, mogen niet.
De Nutri-Score is sinds 1 januari 2024 het officiële voedselkeuzelogo in Nederland. Het gebruik is vrijwillig voor bedrijven. Het logo geeft een score van A (donkergroen, gunstigste keuze) tot E (donkeroranje). De score wordt berekend met punten voor ongunstige bestanddelen (energie, suikers, verzadigd vet, zout) minus punten voor gunstige (groente, fruit en peulvruchten, vezel, eiwit).
| Logo | Betekenis |
|---|---|
| EU-biologisch logo (blaadje), EKO, Demeter | Biologisch geproduceerd; controle door Skal; maximaal 5% niet-biologische ingrediënten uit een beperkte lijst; alleen een beperkt aantal additieven van natuurlijke oorsprong. Niet aantoonbaar gezonder (les 11) |
| MSC / ASC | Duurzaam gevangen wilde vis / verantwoord gekweekte vis (les 12) |
| Beter Leven-keurmerk | Keurmerk voor dierenwelzijn |
| Doorgestreepte graanaar | Glutenvrij product (§ 14.6) |
| Het Vinkje | Bestaat niet meer: de overheid erkende het logo niet langer en het moest in 2018 van de verpakkingen verdwijnen, mede omdat consumenten het verwarrend vonden |
Een praktische volgorde bij het lezen van een etiket:
Toegevoegde suikers hebben veel namen: glucose(-fructose)stroop, fructosestroop, dextrose, glucose, invertsuiker, rietsuiker, honing, ahornsiroop, agavesiroop en geconcentreerd vruchtensap. Ze tellen allemaal als vrije suiker. Een product 'zonder toegevoegde suikers' mag geen van deze ingrediënten bevatten.
Voorbeeld: de ontbijtgranen uit figuur 3
Vezel: 9 g per 100 g, dus 'vezelrijk' (≥ 6 g) zou mogen.
Eiwit: 11 g × 4 kcal = 44 kcal van 361 kcal = 12%: net 'bron van eiwitten'.
Schijf van Vijf? Nee: er zijn suiker en honing toegevoegd, en het criterium voor ontbijtgranen is 'geen suiker toegevoegd' (plus min. 8 g vezel, max. 0,69 g zout en min. 50% volkoren).
Allergenen: haver en tarwe (gluten), en mogelijk melk.
Voedingssupplementen vallen onder de levensmiddelenwetgeving (in Nederland het Warenwetbesluit voedingssupplementen), niet onder de geneesmiddelenwet. Behalve de gewone etiketregels moet op het etiket staan (artikel 6):
De hoeveelheid vitamines en mineralen staat als percentage van de referentie-inname. Er is geen toelating vooraf; medische claims zijn verboden. Voor vitamine B6 geldt een maximum van 21 mg per dagdosering (sinds 2018). Voor sportsupplementen is er daarnaast het risico op verontreiniging met doping; het NZVT-keurmerk komt aan bod in les 19.
Wat klopt er: een paar additieven zijn omstreden of verboden (titaandioxide), enkele kunnen bij gevoelige mensen klachten geven (sulfiet), en voor emulgatoren en nitriet loopt onderzoek. Producten met veel E-nummers staan bovendien vaak buiten de Schijf van Vijf.
Wat niet klopt: een E-nummer betekent juist dat een stof is beoordeeld en toegelaten. Veel E-nummers zijn natuurlijke stoffen (vitamine C, carotenen). Alles is 'chemisch', ook water en vitamine C. Bewijs tegen de algemene claim: sterk.
IARC: groep 2B (beperkt bewijs, het gevaar); JECFA en EFSA: veilig onder de ADI van 40 mg/kg (het risico). Normale inname blijft ver onder de ADI. Bewijs voor de claim bij normale inname: zwak.
Duidelijke effecten bij muizen; bij mensen één kleine, korte studie met een hoge dosis en observationele verbanden. Bewijs: beperkt.
Een klein effect in één goed opgezette studie, niet bevestigd in ander onderzoek; de waarschuwing op het etiket is uit voorzorg. Bewijs: zwak tot beperkt.
Een 'natuurlijk' klinkende vervanger heeft meestal dezelfde functie (gistextract bevat glutamaat). Een gezondheidsvoordeel is niet aangetoond. Bewijs: zwak.
Voor: snel vergelijken binnen een productgroep, ook buiten de Schijf; het algoritme is aangepast aan de Nederlandse richtlijnen. Tegen: het is vrijwillig, een A is niet automatisch gezond, en sommige producten (zoals olijfolie of kaas) scoren minder goed dan hun plek in een gezond patroon doet vermoeden. Oordeel: een hulpmiddel, geen vervanging van de Schijf van Vijf.
| Bewering | Oordeel | Bewijs |
|---|---|---|
| Een E-nummer betekent dat een stof is beoordeeld en toegelaten | Klopt | Wet |
| Natuurlijke additieven zijn veiliger dan synthetische | Klopt niet; het gaat om stof en dosis | Sterk (tegen) |
| De ADI is meestal 1/100 van de NOAEL | Klopt (veiligheidsfactor 100) | - |
| Titaandioxide is verboden in levensmiddelen | Klopt (sinds 2022) | Wet |
| Aspartaam is in normale hoeveelheden veilig | Klopt (JECFA/EFSA, ADI 40 mg/kg) | Matig |
| Kleurstoffen maken kinderen hyperactief | Klein effect in één studie, niet bevestigd | Zwak |
| Emulgatoren beschadigen de menselijke darm | Onzeker | Beperkt |
| Na de THT-datum moet je een product weggooien | Klopt niet (wel na de TGT) | - |
| 'Kan sporen van … bevatten' is de juiste waarschuwing | Klopt niet meer (sinds 2026: 'Kan xxx bevatten') | Regel |
| 'Light' betekent weinig calorieën | Klopt niet; minstens 30% minder van iets | Wet |
| Een Nutri-Score A betekent dat een product gezond is | Klopt niet; vergelijken binnen een productgroep | - |
| Supplementen zijn vooraf gecontroleerd | Klopt niet | Wet |
Je helpt cliënten etiketten te lezen, claims te begrijpen en binnen een productgroep een betere keuze te maken. Bij allergieën, intoleranties en klachten na het gebruik van producten of supplementen verwijs je door.
| Je mag wel | Doorverwijzen |
|---|---|
| Uitleggen wat additieven en E-nummers zijn en hoe ze beoordeeld worden | 112 / huisarts: benauwdheid, zwelling van gezicht of keel na het eten |
| Een voedingswaardetabel en claims uitleggen en narekenen | Huisarts: vermoeden van een voedselallergie of overgevoeligheid; geen IgG-tests of andere zelftests adviseren |
| De allergenenregels uitleggen (bij al vastgestelde allergie) | Diëtist (gespecialiseerd): vastgestelde voedselallergie, meerdere allergenen, coeliakie |
| Helpen kiezen met de Nutri-Score binnen een productgroep | Huisarts of apotheker: supplementen in combinatie met medicijnen; bijwerkingen melden bij Lareb |
| Uitleggen wat er op een supplementetiket hoort | Huisarts: fenylketonurie of andere stofwisselingsziekte (dieet via diëtist) |
Werk deze opgaven eerst zelf uit en controleer daarna je antwoorden achteraan. De opgaven 13 tot en met 16 zijn rekenopgaven.
1.Wat is een additief en wat betekent het als een stof een E-nummer heeft?
2.Noem vijf functiegroepen van additieven met bij elk een voorbeeld.
3.Waarom zegt 'natuurlijk' of 'synthetisch' niets over de veiligheid van een additief? Geef een voorbeeld van beide.
4.Wat is 'clean label'? Geef twee voorbeelden.
5.Leg uit hoe een ADI wordt bepaald.
6.Waarom wordt nitriet nog gebruikt, ondanks de vorming van nitrosaminen?
7.Wat liet de Southampton-studie zien, en waarom staat er een waarschuwing op het etiket terwijl EFSA de kleurstoffen niet verboden heeft?
8.Waarom werd titaandioxide (E 171) verboden?
9.Leg het verschil uit tussen het oordeel van de IARC en dat van JECFA over aspartaam.
10.Noem acht verplichte onderdelen van een etiket van een voorverpakt product.
11.Wat is het verschil tussen THT en TGT? Geef bij elk twee voorbeelden.
12.Wat veranderde er per 1 januari 2026 aan de waarschuwing voor mogelijke kruisbesmetting met allergenen?
13.Rekenopgave. Een kind van 25 kg drinkt per dag 1 liter limonade met 25 mg aspartaam per 100 ml. Hoeveel procent van de ADI (40 mg/kg) is dat?
14.Rekenopgave. Een yoghurtdrank bevat per 100 g 70 kcal en 3,6 g eiwit. Mag er 'bron van eiwitten' op? En 'eiwitrijk'?
15.Rekenopgave. Een pizza bevat per 100 g 1,4 g zout; de verpakking bevat 350 g. Hoeveel procent van de referentie-inname voor zout is één hele pizza?
16.Rekenopgave. Een cracker bevat 4,5 g vezel per 100 g. Welke vezelclaim is mogelijk? En als de cracker 7 g vezel bevat?
Tip
Neem drie verpakkingen uit je keukenkast. Zoek de allergenen, de E-nummers (met hun functie) en de claims. Klopt de claim als je hem narekent? Kijk of er nog 'kan sporen van' op staat.
Kies bij elke vraag het beste antwoord. De laatste opgaven zijn casussen zoals je ze in de praktijk tegenkomt.
1.Wat betekent het als een stof een E-nummer heeft?
a.Ze is beoordeeld en toegelaten als additief in de EU.
b.Ze is synthetisch gemaakt.
c.Ze is schadelijk.
d.Ze is een allergeen.
2.Welk E-nummer is vitamine C?
a.E 100
b.E 951
c.E 300
d.E 621
3.Hoe wordt de ADI meestal berekend?
a.NOAEL × 100
b.NOAEL ÷ 100
c.NOAEL ÷ 10
d.Gemiddelde inname × 2
4.Waarom is titaandioxide (E 171) verboden?
a.Het veroorzaakte hyperactiviteit.
b.Het is een allergeen.
c.Het was te duur.
d.Schade aan het DNA kon niet worden uitgesloten.
5.Wat betekent IARC-groep 2B voor aspartaam?
a.Het is zeker kankerverwekkend.
b.Het is verboden.
c.Het mag niet in frisdrank.
d.Mogelijk kankerverwekkend, op basis van beperkt bewijs; iets over het gevaar, niet over het risico.
6.In welke volgorde staan ingrediënten op het etiket?
a.Alfabetisch
b.Aflopend naar gewicht
c.Oplopend naar gewicht
d.Willekeurig
7.Wat is de referentie-inname voor zout op het etiket?
a.2 g
b.12 g
c.6 g
d.9 g
8.Wat betekent THT?
a.Ten minste houdbaar tot: na de datum vaak nog goed.
b.Te gebruiken tot: na de datum weggooien.
c.Temperatuur houden tot.
d.Thuis houdbaar tot.
9.Welke stof hoort bij de 14 allergenen?
a.Tomaat
b.Aardbei
c.Sesamzaad
d.Maïs
10.Welke waarschuwing voor kruisbesmetting is in Nederland sinds 2026 toegestaan?
a.Kan xxx bevatten
b.Kan sporen van xxx bevatten
c.Geproduceerd in een fabriek waar ook xxx wordt verwerkt
d.Elke tekst die de fabrikant kiest
11.Wanneer mag 'eiwitrijk' op een product?
a.Bij min. 5 g eiwit per 100 g
b.Bij min. 12% van de energie uit eiwit
c.Altijd bij zuivel
d.Bij min. 20% van de energie uit eiwit
12.Waarvoor is de Nutri-Score bedoeld?
a.Om te zien of iets in de Schijf van Vijf staat
b.Om producten binnen een productgroep te vergelijken
c.Om de allergenen aan te geven
d.Om de prijs te vergelijken
13.Casus. Linda (41) koopt alleen producten 'zonder E-nummers' omdat die gezonder zouden zijn. Ze koopt nu chips 'zonder toevoegingen' en laat volkorenbrood met een emulgator liggen. Wat leg je uit?
a.Ze heeft gelijk; E-nummers zijn schadelijk.
b.E-nummers zijn beoordeeld en vaak onschuldig; kijk naar het hele product (volkorenbrood staat in de Schijf, chips niet).
c.Ze moet alleen biologisch kopen.
d.Chips zonder toevoegingen staan in de Schijf van Vijf.
14.Casus. Een moeder vraagt of haar zoon met een notenallergie een koek mag eten zonder noten in de ingrediëntenlijst en zonder waarschuwing (Nederlands product, 2026). Wat zeg je?
a.Nooit eten; er kan altijd iets in zitten.
b.Alleen eten als er 'kan sporen van' op staat.
c.Je weet het niet, bel de fabrikant altijd.
d.Volgens de nieuwe regels is het product geschikt; bij twijfel of een zeer ernstige allergie overleggen met de behandelaar of diëtist.
15.Casus. Bert (66) wil een multivitamine met 50 mg vitamine B6 bestellen bij een buitenlandse webshop. Wat zeg je?
a.Dat ligt boven het Nederlandse maximum van 21 mg per dag in supplementen; overleg met de huisarts of apotheker of hij het nodig heeft.
b.Hoe meer B6, hoe beter.
c.Buitenlandse webshops worden streng gecontroleerd door de NVWA.
d.B6 is een mineraal en dus veilig.
16.Casus. Fenna (23) twijfelt tussen twee ontbijtgranen: A heeft Nutri-Score B en 12 g suiker, B heeft Nutri-Score A, geen toegevoegde suiker, 9 g vezel en is volkoren. Wat is je advies?
a.Ze zijn gelijk.
b.Kies A, want die heeft minder vezel.
c.Kies B: betere Nutri-Score binnen dezelfde productgroep, en mogelijk ook in de Schijf van Vijf (controleer zout en volkorenpercentage).
d.De Nutri-Score is onbetrouwbaar; kies op prijs.
Leesdiepte: [V] volledig gelezen, [S] samenvatting of betreffend hoofdstuk/passage gelezen, [Sec] via een secundaire bron.
Verordening (EU) 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten (artikel 9, bijlage II, III, XIII en XV), via EUR-Lex. [S, betreffende artikelen en bijlagen]
Verordening (EG) 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims (artikelen 10-14 en bijlage), via EUR-Lex; NBC (2023/2024), Werkwijzer voedingsclaims en voorwaarden voor gebruik. [V, bijlage en werkwijzer]
Verordening (EG) 1333/2008 inzake levensmiddelenadditieven (via Voedingscentrum). [Sec]
Verordening (EU) 2022/63 (titaandioxide, E 171), via EUR-Lex. [S]
Verordening (EU) 828/2014 (glutenvrij), via EUR-Lex. [V, bijlage]
Voedingscentrum. Encyclopedie E-nummers, Etiket, Allergenen, Voedingssupplementen, Biologisch (geraadpleegd oktober 2026). [V]
EUFIC. Q&As on acceptable daily intakes (ADIs). [V]
EFSA (2017). Re-evaluation of sodium nitrite and potassium nitrite (E 249-250); EFSA (2023), nitrosamines in food; Verordening (EU) 2023/2108 (via zoekresultaten en EUR-Lex-overwegingen). [Sec]
EFSA (2017). EFSA reviews safety of glutamates added to food (persbericht, 12 juli 2017) en BfR-samenvatting. [Sec]
McCann, D. e.a. (2007). Food additives and hyperactive behaviour in 3-year-old and 8/9-year-old children in the community. Lancet, 370, 1560. [S, abstract]
WHO (2023). Aspartame hazard and risk assessment results released (IARC en JECFA, 14 juli 2023). [V]
WHO (2023). Use of non-sugar sweeteners: WHO guideline (via zelfstudie hormonen, dossier les 13). [Sec]
Chassaing, B. e.a. (2015). Dietary emulsifiers impact the mouse gut microbiota promoting colitis and metabolic syndrome. Nature, 519, 92. [S, abstract]
Chassaing, B. e.a. (2022). Randomized controlled-feeding study of dietary emulsifier carboxymethylcellulose. Gastroenterology, 162, 743. [S, abstract]
Sellem, L. e.a. (2023). Food additive emulsifiers and risk of cardiovascular disease in the NutriNet-Santé cohort. BMJ. [S, abstract]
RIVM (2026). Nutri-Score (wijzigingsdatum 21 juli 2026); Rijksoverheid, Nutri-Score: producten vergelijken en kiezen. [V]
Consumentenbond en Kamerstukken over het afschaffen van het Vinkje (2016-2018), via zoekresultaten. [Sec]
Gezondheidsraad (2025). Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025 (Beter Leven-keurmerk als topkeurmerk). [S]
Warenwetbesluit voedingssupplementen, artikel 6. Staatsblad 2003, 125; Lareb (2018), maximum vitamine B6; Ondernemersplein, Voedingssupplementen maken of verkopen. [V]
Bewust afgeweken van gangbare vereenvoudigingen: 'E-nummers zijn slecht' niet overgenomen; het verschil tussen gevaar (IARC) en risico (JECFA/EFSA) uitgelegd; de oude waarschuwing 'kan sporen van … bevatten' vervangen door de Nederlandse regels van 2026; de referentie-inname nadrukkelijk onderscheiden van de Nederlandse voedingsnormen; emulgatoren genuanceerd (muisstudies tegenover beperkt onderzoek bij mensen).