Zelfstudie voedingsleer · Module 2: Voedingsmiddelen
Inhoudsopgave
15.2 Bewust inkopen en voedselverspilling
15.3 Bederf en voedselinfecties
15.6 Bereiden en voedingswaarde
15.7 Stoffen die bij het bereiden ontstaan
15.10 Omstreden punten eerlijk bekeken
15.11 Onderbouwd of niet? Een overzicht
Bronnen
Over dit materiaal
Dit is eigen studiemateriaal, geschreven op basis van adviezen van het Voedingscentrum, rapporten van het RIVM, Europese regelgeving en wetenschappelijke bronnen (zie Bronnen achteraan). Het is bedoeld om te leren en is geen vervanging voor medisch advies. Voor bedrijven (horeca, catering, zorg) gelden aparte hygiënecodes; deze les gaat over de keuken thuis en over advies aan cliënten.
Gezond eten begint niet aan tafel, maar in de supermarkt en de keuken. Wat je koopt, hoe je het bewaart en hoe je het klaarmaakt, bepaalt hoeveel ervan in de prullenbak belandt, hoeveel voedingsstoffen er overblijven en of je er ziek van kunt worden. Voor een gewichtsconsulent zijn dit praktische onderwerpen: een cliënt die wil gaan mealpreppen, wil weten hoe lang de bakjes goed blijven; een zwangere vraagt wat ze beter niet kan eten; iemand vraagt of de magnetron 'alle vitamines kapotmaakt'.
Deze les is module 2, onderdeel 2.5, en sluit module 2 af. Het verschil tussen THT en TGT en de allergenen op het etiket kwamen aan bod in les 14; vitamineverlies bij bereiden kort in les 8. Uit eten gaan en speciale gelegenheden volgen in les 35, het maken van een weekmenu in een behandelplan in les 37.
Na deze les kun je:
Volgens het Voedingscentrum gooide een Nederlander in 2025 gemiddeld 25,5 kilo vast voedsel per jaar weg. Dat is 29 procent minder dan in 2015 (ongeveer 36 kilo), maar nog altijd ongeveer 7 procent van wat er gekocht wordt. In de hele keten gaat het om ongeveer 1,6 miljard kilo per jaar, waarvan ongeveer 37 procent bij consumenten. Het doel is halvering in 2030 ten opzichte van 2015; dat doel ligt nog niet binnen bereik. Wie niets verspilt, bespaart ongeveer 100 euro per persoon per jaar.
Brood, groente en fruit worden het meest weggegooid (figuur 1). Gezinnen met jonge kinderen en jongeren verspillen relatief veel. Tegelijk vindt 93 procent van de mensen verspilling belangrijk. Praktische tips:
In voedsel kunnen micro-organismen zitten: bacteriën, gisten, schimmels, virussen en parasieten. Veel zijn onschuldig of zelfs nuttig (in yoghurt, kaas, zuurkool). Andere laten voedsel bederven: het gaat ruiken, wordt slijmerig of beschimmeld. En sommige maken je ziek: dan spreken we van een voedselinfectie (door de ziekteverwekker zelf) of een voedselvergiftiging (door een gifstof die de bacterie in het voedsel heeft gemaakt). Belangrijk: ziekmakende bacteriën zie, ruik of proef je niet. Een product dat er goed uitziet, kan toch besmet zijn.
Bacteriën vermenigvuldigen zich door zich in tweeën te delen. Volgens het Voedingscentrum groeien ze het snelst bij:
Onder 0 °C delen ze zich niet meer, maar ze blijven wel in leven (een soort winterslaap). Bij 4 °C groeien de meeste bacteriën niet of heel langzaam; dat is de ideale koelkasttemperatuur. Boven 75 °C, bijvoorbeeld bij het koken, gaan ze dood. Bij kamertemperatuur kunnen uit één bacterie in ongeveer 7 uur miljoenen bacteriën ontstaan (figuur 2).
Let op: verschillende grenzen voor de 'gevarenzone'
In lesboeken en hygiënecodes kom je verschillende grenzen tegen. Het Voedingscentrum noemt 15-60 °C als temperatuur waarbij bacteriën het snelst groeien en adviseert de koelkast op 4 °C. In de horeca geldt dat gekoelde producten onder 7 °C moeten blijven en warm gepresenteerde producten boven 60 °C; daarom zie je vaak '7-60 °C' als gevarenzone. Sommige bronnen noemen 4-60 °C. De boodschap is hetzelfde: boven ongeveer 4-7 °C neemt de groei toe en tussen 15 en 60 °C gaat het snel. Houd bederfelijk eten dus koud (4 °C) of heet (boven 60 °C bij warmhouden, door en door verhitten tot boven 75 °C).
Het RIVM schat jaarlijks hoeveel mensen ziek worden door veertien ziekteverwekkers die via voedsel kunnen worden overgedragen. In 2024 waren dat er ongeveer 1,9 miljoen; er overleden ongeveer 290 mensen aan. Niet al die infecties komen via voedsel: ook mens-op-mensbesmetting (bijvoorbeeld norovirus), reizen, contact met dieren, het milieu en zwemwater spelen mee. Ongeveer 559.000 ziektegevallen en 91 sterfgevallen werden aan voedsel toegeschreven, goed voor 39 procent van de ziektelast. Ongeveer 62 procent van de voedselgerelateerde ziektelast kwam via vlees (vooral kip, varken, rund en lam). Het RIVM zag in 2024 meer infecties met Salmonella Enteritidis (ook vaker bij leghennen), STEC, hepatitis A en norovirus.
| Ziekteverwekker | Ziektelast 2024 (DALY) | Kosten 2024 (miljoen euro) |
|---|---|---|
| Norovirus | 3000 | 200 |
| Campylobacter | 2600 | 59 |
| Salmonella | 1900 | 32 |
| Toxoplasma gondii (vooral aangeboren infecties) | 1800 | 18 |
| Rotavirus | 950 | 69 |
| Listeria monocytogenes | 400 | 6 |
| Gifstofvormers: Staphylococcus aureus, Clostridium perfringens, Bacillus cereus | 220 / 200 / 33 | 76 / 37 / 14 |
| Overige: hepatitis E, Giardia, STEC O157, hepatitis A, Cryptosporidium | ± 130-230 elk | 2-23 elk |
Bron: RIVM-rapport 2025-0098, tabel 13.5.3 (ziektelast, niet gedisconteerd) en tabel 13.5.4 (kosten, gedisconteerd met 4%). Een DALY is één verloren gezond levensjaar. Per geval is Listeria bij pasgeborenen het duurst. Norovirus en Salmonella veroorzaakten de meeste gemelde uitbraken.
De klachten van een voedselinfectie beginnen meestal uren tot 2 dagen na het eten: buikkrampen en diarree, soms braken en koorts. Ze duren 2 tot 9 dagen, gemiddeld 4. Meestal gaat het vanzelf over, maar zelden ontstaan ernstige complicaties, zoals hersenvliesontsteking, een ernstige nieraandoening (HUS) of het Guillain-Barré-syndroom (een zenuwaandoening). Kwetsbaar zijn jonge kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met een verminderde afweer.
Listeria is een bijzondere bacterie: ze groeit ook in de koelkast (langzamer bij 4 °C dan bij 7 °C) en overleeft verhitting boven 75 °C niet. Risicoproducten zijn producten die lang gekoeld worden bewaard en zonder verhitting worden gegeten: rauwmelkse zachte kaas, voorverpakte gerookte vis, voorverpakte vleeswaren, rauwe vis en schaaldieren, gekoelde paté, en koelverse kant-en-klaarmaaltijden en rauwkostsalades. Zwangeren, ouderen en mensen met een verzwakte afweer vermijden deze producten of verhitten ze goed. Bij een zwangere kan een Listeria-infectie leiden tot een miskraam of vroeggeboorte.
Op de verpakking van rauwe kip en kalkoen moet volgens de Warenwet staan: 'Let op, geef schadelijke bacteriën geen kans. Bewaar in de koelkast bij maximaal 4 °C. Was handen, snijplank en mes grondig na aanraking met rauw vlees. Eet het vlees goed doorbakken.'
Aardappelen bewaar je koel, donker en droog; dat voorkomt dat de giftige stof solanine ontstaat. Bewaar ze niet in de koelkast of onder 8 °C: dan stijgt het suikergehalte, waardoor bij bakken en frituren meer acrylamide ontstaat (§ 15.7). Brood blijft het langst goed in de vriezer.
De meeste manieren om voedsel houdbaar te maken, werken door een van de groeivoorwaarden van micro-organismen weg te nemen (§ 15.3.2) of door ze te doden. Een paar voorbeelden:
| Methode | Wat er gebeurt | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Koelen en vriezen | Lage temperatuur remt of stopt de groei, maar doodt de bacteriën niet | Koelverse producten, diepvries |
| Verhitten (pasteuriseren, steriliseren, koken) | Hitte doodt micro-organismen (boven 75 °C de meeste bacteriën) | Gepasteuriseerde melk, conserven |
| Drogen | Bacteriën hebben een vochtige omgeving nodig; zonder vocht groeien ze niet | Gedroogd fruit, pasta, rijst, kruiden |
| Conserveermiddelen | Toegevoegde stoffen remmen de groei (les 14) | Nitriet in vleeswaren, sorbinezuur |
Ook na het openen of na de houdbaarheidsdatum gelden de bewaaradviezen op de verpakking. Een geopende verpakking is vaak maar kort houdbaar, ook als de THT nog ver weg is.
Bij kruisbesmetting komen ziekmakende bacteriën van het ene product op het andere, meestal van rauw vlees, kip of vis op eten dat niet meer wordt verhit (figuur 4). Het gebeurt bijvoorbeeld als je met dezelfde vork rauw vlees in de pan legt en daarna de groente proeft, als je gebakken vlees teruglegt op het bord waarop het rauw lag, als je je handen afdroogt aan een vuile handdoek, of als druipvocht van ontdooiend vlees op andere producten komt.
Rauwe (niet-gepasteuriseerde) melk kan Salmonella, Campylobacter, STEC en Listeria bevatten. De NVWA en het Voedingscentrum adviseren rauwe melk te verhitten vóór gebruik, zeker voor jonge kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met een verminderde afweer. Op het etiket moet een waarschuwing staan, en melktappunten worden sinds 1 januari 2025 elke maand getest. Een gezondheidsvoordeel dat opweegt tegen het risico, is niet aangetoond (§ 15.10.2).
| Groep | Extra voorzichtig met |
|---|---|
| Zwangeren | Listeria-producten (§ 15.3.4), rauwe en (koud)gerookte vis en rauwe melk; leverproducten beperken (vitamine A, les 8). De verloskundige geeft het volledige overzicht |
| Jonge kinderen | Rauwe melk, rauwe en (koud)gerookte vis |
| Ouderen en mensen met een verminderde afweer | Listeria-producten, rauwe melk, rauwe vis en schaaldieren |
Bronnen: Voedingscentrum (Listeria, vis, rauwe melk); suppletiefactsheet (lever en vitamine A). Voor jonge kinderen geeft het consultatiebureau het volledige overzicht.
Koken maakt voedsel veiliger en vaak beter verteerbaar, maar een deel van de vitamines gaat verloren. Wateroplosbare vitamines (vooral vitamine C en foliumzuur) zijn gevoelig voor hitte en lossen op in het kookvocht (les 8). Hoeveel er verloren gaat, hangt af van de methode, de tijd en de hoeveelheid water.
Een Chinees onderzoek met broccoli (Yuan 2009) vergeleek vijf bereidingswijzen van 5 minuten. Na stomen was er geen significant verlies van vitamine C; in de magnetron (met 10 ml water) ging 16 procent verloren, bij roerbakken 24 procent, bij koken in water 33 procent en bij roerbakken met daarna smoren in water 38 procent. De onderzoekers schreven de grootste verliezen vooral toe aan het uitlekken in het kookwater. Het is één onderzoek bij één groente; de getallen verschillen per groente en per bereiding. Het principe is wel bruikbaar:
Acrylamide ontstaat als zetmeelrijke producten zonder water worden verhit boven 120 °C: bij bakken, frituren, roosteren en grillen, niet bij koken. Het ontstaat uit suikers en het aminozuur asparagine, in dezelfde reactie die voor de bruine kleur en de smaak zorgt (de Maillardreactie). Het zit vooral in friet, chips, kroketten, koek, ontbijtkoek, crackers, geroosterd brood en koffie. Bij volwassenen komt het meeste uit aardappelproducten en koffie, bij kinderen uit aardappelproducten en koek.
In dierproeven is acrylamide kankerverwekkend; bij mensen zijn er aanwijzingen, maar het bewijs is lastig te leveren. Het advies is daarom: zo laag mogelijk. Sinds 2018 moeten producenten volgens Europese regels (Verordening (EU) 2017/2158) maatregelen nemen om acrylamide te verminderen, met referentieniveaus per product, bijvoorbeeld 500 µg per kilo voor friet. Thuis kun je:
Bij het verhitten van vlees, vis en kip op hoge temperatuur ontstaan twee groepen stoffen (Amerikaans Nationaal Kankerinstituut, NCI):
Beide stoffen beschadigen in het laboratorium DNA, en in dierproeven gaven zeer hoge doses tumoren, duizenden keren meer dan mensen binnenkrijgen. Bij mensen is een verband niet zeker vastgesteld: sommige studies vonden meer darm-, alvleesklier- en prostaatkanker bij veel goed doorbakken of gebarbecued vlees, andere niet. Praktische tips om ze te beperken: vlees niet direct boven de vlam of op heet metaal leggen, het vlees vaak keren, eventueel eerst kort in de magnetron voorgaren zodat het korter op de barbecue hoeft, zwartgeblakerde delen wegsnijden en geen jus maken van het aangebakken vleesvocht.
PFAS zijn door mensen gemaakte stoffen die water en vet afstoten. Ze worden onder meer gebruikt in blusschuim, regenkleding en de anti-aanbaklaag van pannen, en ze worden in het milieu nauwelijks afgebroken. Mensen krijgen PFAS vooral binnen via voedsel, met vis als grootste bron, en verder via onder meer eieren, groente, fruit, zuivel, vlees, koffie en drinkwater; via voedsel ruim drie keer zoveel als via drinkwater. EFSA stelde in 2020 een veilige wekelijkse inname vast voor vier belangrijke PFAS samen (4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht per week), op basis van effecten op het afweersysteem, en concludeerde dat een deel van de Europeanen daarboven zit.
Uit antiaanbakpannen komen volgens EFSA maar zeer kleine hoeveelheden PFAS in het eten; dat is een zeer beperkte bron. Er gelden wettelijke limieten voor PFAS in eieren, vis, vlees en wild, en de EU werkt aan een breder verbod. Vis blijft aanbevolen: de voordelen wegen volgens het Voedingscentrum op tegen de nadelen. Eieren van hobbykippen kunnen wel zeer veel PFAS bevatten; het RIVM adviseerde in 2025 om die (vooralsnog) niet te eten (les 12).
Volgens de NHG-Standaard Voedselovergevoeligheid en coeliakie heeft in Europa ongeveer 1 tot 3 procent van de mensen een voedselallergie, terwijl veel meer mensen denken dat ze een allergie hebben: van de volwassenen meldt 9,5 tot 35 procent klachten, terwijl het bij ongeveer 0,9 procent wordt bevestigd. De meest voorkomende allergenen zijn koemelk, kippenei, noten, pinda, vis, schaal- en schelpdieren, soja, tarwe en sesam. Allergieën voor pinda, noten, vis en schaaldieren blijven meestal levenslang; koemelk- en ei-allergie bij kinderen verdwijnen meestal. Verhitting maakt sommige allergenen (vooral die samenhangen met hooikoorts, zoals in rauwe appel) onschadelijk.
Mealprep betekent dat je maaltijden of onderdelen ervan van tevoren klaarmaakt, bijvoorbeeld op zondag voor een paar dagen. Voor veel cliënten is het een goede manier om gezonder te eten, geld te besparen en minder te verspillen. Een paar regels voor veiligheid en praktische uitvoering:
Rekenvoorbeeld: wat levert planning op?
Een gezin van vier verspilt gemiddeld 4 × 25,5 = 102 kilo vast voedsel per jaar. Met een weekmenu en restjes invriezen halveert het gezin de verspilling. Volgens het Voedingscentrum bespaart wie niets verspilt ongeveer € 100 per persoon per jaar; voor dit gezin is halveren dus ongeveer 4 × € 50 = € 200 per jaar.
Wat de feiten zeggen: elke verhitting kost wat vitamines. De magnetron verhit kort en met weinig water, en in het broccoli-onderzoek ging er minder vitamine C verloren dan bij koken in water (16 tegenover 33 procent); stomen was het best. Er is geen aanwijzing dat magnetronstraling voedsel op een andere manier 'kapotmaakt' dan gewone verhitting. Let wel op dat eten gelijkmatig door en door heet wordt (koude plekken). Bewijs tegen de claim: matig.
De claim: rauwe melk bevat meer 'levende' stoffen, is beter verteerbaar of beschermt tegen allergie. Wat de feiten zeggen: rauwe melk kan Salmonella, Campylobacter, STEC en Listeria bevatten; Een infectie kan, vooral bij kwetsbare mensen, ernstige complicaties geven. Een gezondheidsvoordeel dat daartegen opweegt, is niet aangetoond. Bewijs voor de claim: zwak.
PFAS zijn een echt milieuprobleem, en een deel van de mensen krijgt er te veel van binnen. Maar volgens EFSA komt er uit antiaanbakpannen maar heel weinig in het eten; de belangrijkste bronnen zijn voedsel (vooral vis) en het milieu. Een beschadigde pan kun je vervangen, maar de pan is niet je grootste bron. Bewijs voor de claim: zwak.
Klopt niet: na de THT is een product vaak nog goed (kijken, ruiken, proeven); alleen bij de TGT gooi je het weg. Wel geldt de datum alleen voor een ongeopende verpakking die goed bewaard is. Bewijs: sterk (het is de wettelijke betekenis van de datum).
Voor het Voedingscentrum gaat het niet om het materiaal maar om het onderhoud: vervang een plank vol groeven, maak hem goed schoon en gebruik een aparte plank voor rauw vlees. Er is weinig onderzoek dat het ene materiaal duidelijk veiliger maakt dan het andere. Bewijs: beperkt.
| Bewering | Oordeel | Bewijs |
|---|---|---|
| Bij 4 °C groeien de meeste bacteriën niet of heel langzaam | Klopt (Listeria wel langzaam) | Sterk |
| Invriezen doodt bacteriën | Klopt niet; ze stoppen alleen met groeien | Sterk |
| Boven 75 °C gaan bacteriën dood | Klopt (voor de meeste ziekteverwekkers; gifstoffen soms niet) | Sterk |
| Restjes kun je een week in de koelkast bewaren | Klopt niet; maximaal 2 dagen | Advies |
| De meeste voedselinfecties in NL komen door voedsel | Klopt niet; 39% van de ziektelast komt via voedsel | Matig (schatting) |
| Koken in veel water kost meer vitamine C dan stomen | Klopt (bij broccoli 33% tegen geen significant verlies) | Matig |
| De magnetron vernietigt voedingsstoffen | Klopt niet; vaak minder verlies dan koken | Matig (tegen) |
| Donkerbruin gebakken friet bevat meer acrylamide | Klopt | Sterk |
| Zwartgeblakerd barbecuevlees veroorzaakt zeker kanker | Niet zeker; schadelijke stoffen ontstaan wel, bewijs bij mensen wisselend | Beperkt |
| Antiaanbakpannen zijn een belangrijke bron van PFAS | Klopt niet; voedsel en milieu zijn de hoofdbron | Matig (tegen) |
| Rauwe melk is gezonder dan gepasteuriseerde melk | Niet aangetoond; wel risico op infecties | Matig (tegen) |
| Pinda en ei vroeg introduceren voorkomt allergie | Klopt (4-8 maanden, NHG) | Matig tot sterk |
Je geeft praktische adviezen over inkopen, bewaren en bereiden volgens het Voedingscentrum. Bij klachten van een voedselinfectie, vooral bij risicogroepen, en bij allergieën verwijs je door.
| Je mag wel | Doorverwijzen |
|---|---|
| Hygiëne- en bewaaradviezen van het Voedingscentrum geven | Huisarts: bloed bij de ontlasting, hoge koorts, tekenen van uitdroging (weinig plassen, suf), klachten langer dan een week, of klachten bij een jong kind of oudere |
| Een cliënt helpen met een weekmenu en mealprep | Huisarts of verloskundige: een zwangere met koorts of griepachtige klachten na het eten van een Listeria-risicoproduct |
| Tips geven om acrylamide en PAK's te beperken | 112 / huisarts: benauwdheid of zwelling van gezicht of keel na het eten |
| Uitleggen wat een zwangere beter kan vermijden | Consultatiebureau: vragen over de introductie van allergenen bij een baby met eczeem of een allergie |
| Uitleggen hoe kruisbesmetting met allergenen te voorkomen is | Diëtist (gespecialiseerd): een cliënt met een vastgestelde voedselallergie die hulp nodig heeft bij het samenstellen van de voeding |
Werk deze opgaven eerst zelf uit en controleer daarna je antwoorden achteraan. De opgaven 13 tot en met 15 zijn rekenopgaven.
1.Welke producten worden thuis het meest verspild? Noem drie tips om verspilling te verminderen.
2.Wat is het verschil tussen bederf, een voedselinfectie en een voedselvergiftiging?
3.Onder welke drie omstandigheden groeien bacteriën het snelst volgens het Voedingscentrum?
4.Waarom zie je in verschillende bronnen verschillende grenzen voor de 'gevarenzone'? Wat is de praktische boodschap?
5.Hoeveel mensen liepen in 2024 volgens het RIVM een infectie op met de veertien voedselgerelateerde ziekteverwekkers, en welk deel van de ziektelast kwam via voedsel?
6.Waarom is Listeria een bijzondere bacterie? Noem vier risicoproducten.
7.Geef de bewaaradviezen voor de koelkast, de vriezer, restjes en ontdooien.
8.Waarom bewaar je aardappelen niet in de koelkast?
9.Noem vier methoden om voedsel houdbaar te maken en leg bij elk uit waarom het werkt.
10.Wat is kruisbesmetting? Geef drie voorbeelden en drie manieren om het te voorkomen.
11.Wat vond het onderzoek van Yuan (2009) over vitamine C in broccoli, en wat is volgens de onderzoekers de belangrijkste oorzaak van het verlies?
12.Hoe ontstaan acrylamide, PAK's en HCA's? Geef per stof een tip om de vorming te beperken.
13.Rekenopgave. Een pan soep wordt om 18.00 uur van het vuur gehaald en blijft op het aanrecht staan. Hoeveel bacteriën kunnen er volgens het voorbeeld van het Voedingscentrum (× 8 per uur) om 22.00 uur zijn uit één bacterie? En als de soep om 18.30 uur afgekoeld in de koelkast (× 2 per uur) was gezet?
14.Rekenopgave. Een vrouw van 60 kg krijgt per week 200 ng PFAS (de vier PFAS samen) binnen. Zit ze boven de veilige wekelijkse inname van EFSA (4,4 ng per kg per week)?
15.Rekenopgave. Een cliënt gooit per week een half brood (400 g) weg. Hoeveel kilo is dat per jaar? Vergelijk met de gemiddelde verspilling van brood (4,3 kg per persoon per jaar).
Tip
Leg een koelkastthermometer een halve dag op de onderste plank van je eigen koelkast. Hoe koud is het? Noteer daarna een week lang wat je weggooit en waarom.
Kies bij elke vraag het beste antwoord. De laatste opgaven zijn casussen zoals je ze in de praktijk tegenkomt.
1.Hoeveel vast voedsel gooide een Nederlander in 2025 gemiddeld thuis weg?
a.10 kg
b.25,5 kg
c.50 kg
d.100 kg
2.Bij welke temperatuur groeien bacteriën volgens het Voedingscentrum het snelst?
a.Onder 0 °C
b.Rond 4 °C
c.Boven 75 °C
d.Tussen 15 en 60 °C
3.Wat is de ideale koelkasttemperatuur?
a.4 °C
b.10 °C
c.0 °C
d.7 °C
4.Wat gebeurt er met bacteriën in de vriezer?
a.Ze gaan allemaal dood.
b.Ze groeien sneller.
c.Ze stoppen met groeien, maar blijven in leven.
d.Ze worden giftig.
5.Hoe lang mogen restjes in de koelkast?
a.Een week
b.Een maand
c.Maximaal 2 dagen
d.Tot de THT van de ingrediënten
6.Welke bacterie groeit ook in de koelkast?
a.Listeria
b.Campylobacter
c.Clostridium botulinum
d.Geen enkele
7.Welk deel van de ziektelast door de veertien ziekteverwekkers kwam in 2024 via voedsel (RIVM)?
a.Bijna 100%
b.Ongeveer 5%
c.Ongeveer 75%
d.Ongeveer 39%
8.Hoe ontdooi je kip het veiligst?
a.Op het aanrecht
b.In de koelkast, afgedekt op een bord
c.In de zon
d.In warm water
9.Bij welke bereidingswijze ging in het broccoli-onderzoek het minste vitamine C verloren?
a.Stomen
b.Koken in water
c.Roerbakken met smoren
d.Roerbakken
10.Wanneer ontstaat acrylamide?
a.Bij koken in water
b.Bij invriezen
c.Bij rauw eten
d.Bij verhitten van zetmeelrijke producten boven 120 °C zonder water
11.Wat is volgens EFSA de belangrijkste bron van PFAS voor mensen?
a.Antiaanbakpannen
b.Voedsel (vooral vis) en het milieu
c.Plastic flessen
d.Kraanwater
12.Wat adviseert het NHG over pinda en ei bij baby's?
a.Uitstellen tot 3 jaar
b.Nooit geven
c.Vroeg introduceren, tussen 4 en 8 maanden
d.Alleen na een allergietest
13.Casus. Esra (31) is 20 weken zwanger en vraagt of ze een broodje met voorverpakte gerookte zalm en brie van rauwe melk kan eten. Wat zeg je?
a.Prima, vis is gezond.
b.Alleen de zalm laten staan.
c.Alleen als het broodje koud is.
d.Beide zijn Listeria-risicoproducten; beter vermijden (of goed verhitten); bij vragen de verloskundige.
14.Casus. Mark (35) maakt op zondag pasta met kip voor de hele week en bewaart alles in de koelkast. Wat adviseer je?
a.Snel afkoelen, 2 dagen in de koelkast en de rest invriezen; door en door opwarmen.
b.Prima, pasta blijft een week goed.
c.Alles in één grote pan in de koelkast zetten.
d.Op het aanrecht laten afkoelen tot de volgende ochtend.
15.Casus. Mevrouw De Boer (78) heeft sinds gisteren diarree, en vandaag ook koorts; ze plast weinig en is suf. Wat doe je?
a.Adviseren veel te eten.
b.Afwachten, het gaat vanzelf over.
c.Direct de huisarts laten bellen: oudere met tekenen van uitdroging.
d.Probiotica adviseren.
16.Casus. Tom (26) gooit al het eten weg zodra de THT-datum voorbij is. Wat leg je uit?
a.Dat is altijd verstandig.
b.Na de THT is een product vaak nog goed (kijken, ruiken, proeven); alleen na de TGT weggooien.
c.Hij moet alles invriezen voor de THT.
d.De THT geldt alleen voor vlees.
Leesdiepte: [V] volledig gelezen, [S] samenvatting of betreffend hoofdstuk/passage gelezen, [Sec] via een secundaire bron.
Voedingscentrum. Encyclopedie Voedselverspilling (cijfers 2025), Bacteriën, Voedselinfectie, Listeria, Acrylamide, PFAS, Vis; themapagina's Hoe snel groeien bacteriën?, Staat je koelkast koud genoeg?, Veilig koelen en bewaren, Kruisbesmetting voorkomen (geraadpleegd oktober 2026). [V]
RIVM (2025). Voedselgerelateerde en overige enterale infecties in Nederland. Jaarrapportage 2024. Rapport 2025-0098 (samenvatting; hoofdstuk 13, tabellen 13.5.3-13.5.6). [V, samenvatting en tabellen]
SHO/KHN. Hygiënecode voor de horeca: controlelijst bereiden, terugkoelen en presenteren (gekoeld < 7 °C, warm > 60 °C, verhitten > 75 °C). [Sec]
NVWA/BuRO, advies over voedselveiligheidsrisico's van rauwe consumptiemelk; testplicht melktappunten per 1 januari 2025 (via vakpers en Radar). [Sec]
Yuan, G.F. e.a. (2009). Effects of different cooking methods on health-promoting compounds of broccoli. J Zhejiang Univ Sci B. [S, abstract en resultaten]
Verordening (EU) 2017/2158 tot vaststelling van risicobeperkende maatregelen en referentieniveaus voor acrylamide, via EUR-Lex. [S, artikelen en bijlagen I en IV]
National Cancer Institute (VS). Chemicals in meat cooked at high temperatures and cancer risk (factsheet). [V]
EFSA (2020). Risk to human health related to the presence of perfluoroalkyl substances in food. EFSA Journal, 18, 6223 (via abstract en BfR-samenvatting). [Sec]
Gezondheidsraad (2025). Richtlijnen goede voeding: eiwitbronnen en voedingspatronen 2025 (PFAS in eieren van hobbykippen, RIVM-advies 2025). [S]
NHG (2023). NHG-Standaard Voedselovergevoeligheid en coeliakie (M47): prevalentie voedselallergie, introductie van allergenen, diagnostiek. [V, betreffende hoofdstukken]
Verordening (EU) 1169/2011 (allergeneninformatie bij onverpakte levensmiddelen; THT en TGT), via Voedingscentrum en EUR-Lex. [S]
Bewust afgeweken van gangbare vereenvoudigingen: de 'gevarenzone' niet als één vaste grens gepresenteerd, maar met de verschillende grenzen naast elkaar (Voedingscentrum 15-60 °C, hygiënecode 7/60 °C); niet alle voedselinfecties aan voedsel toegeschreven (RIVM: 39% van de ziektelast); 'de magnetron vernietigt vitamines' en 'antiaanbakpannen zijn de PFAS-bron' niet overgenomen; het verband tussen barbecuevlees en kanker bij mensen als onzeker beschreven.