Zelfstudie voedingsleer · Module 5: Coachen en begeleiden als gewichtsconsulent
Inhoudsopgave
36.1 Inleiding: van eetdagboek naar advies
36.2 Voedingsmiddelentabellen en -programma's
36.4 Energie en macronutriënten berekenen
36.5 Energie- en nutriëntenbehoefte bepalen
36.6 Energiebeperking berekenen
36.7 Een voedingsanalyse maken en interpreteren
36.9 Omstreden punten eerlijk bekeken
Bronnen
Over dit materiaal
Dit is eigen studiemateriaal, geschreven op basis van de exameneisen van de BGN, de Voedingsnormen van de Gezondheidsraad, de formules van Henry (2005), NEVO-online 2025/9.0 en de gebruiksinformatie van het RIVM, de informatie van het Voedingscentrum over Mijn Eetmeter en de Eettabel, en eerdere lessen (zie Bronnen achteraan). De voorbeeldcliënt en haar menu's zijn verzonnen; de voedingswaarden zijn met NEVO-online berekend. Het materiaal is bedoeld om te leren en is geen medisch advies.
In les 32 heb je bij Monique (46 jaar, 1,68 m, 92 kg) een voedingsanamnese afgenomen, en in les 34 haar metingen gedaan. Nu komt de vraag: klopt haar voeding met wat ze nodig heeft, en zo nee, waar zit het verschil? Daarvoor reken je twee dingen uit: wat ze eet (de inname) en wat ze nodig heeft (de behoefte). Het verschil koppel je terug naar haar voedselkeuzes. Dat is precies wat het examen vraagt in vakkennis 9 en 10 en vaardigheid 11 en 12: de energie- en nutriëntenbehoefte bepalen en een voedingsanalyse maken, de afwijkingen van de normaalwaarden vinden en die terugkoppelen naar de voedselkeuzes van de cliënt. In het portfolio is dit een apart beoordelingscriterium (2e). Deze les, module 5, onderdeel 5.5, oefent de methoden en het rekenwerk.
Na deze les kun je:
Het examen gaat ervan uit dat de gegevens over voedingsmiddelen uit het Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO) komen. Daarnaast noemt de BGN de Eettabel en Mijn Eetmeter van het Voedingscentrum als bronnen.
Het RIVM beheert NEVO, het officiële voedingsstoffenbestand van Nederland. De versie NEVO-online 2025/9.0 bevat de samenstelling van ruim 2300 voedingsmiddelen en gegevens van meer dan 130 voedingsstoffen: energie, eiwit, koolhydraten, vetten en vetzuren, vitamines en mineralen. In deze versie is onder meer de voedingsstof vrije suikers toegevoegd. Je zoekt een product op naam en ziet de waarden per 100 gram eetbaar gedeelte (vlees zonder bot, groente zonder schil en afval). De tabel is gratis te gebruiken op de website. Waar je op let, volgens het RIVM:
De Eettabel is een boekje van het Voedingscentrum (editie 2024) met de energie, eiwit, koolhydraten, suikers, vet, verzadigd vet, vezel en zout van meer dan 2200 producten, per gebruikseenheid: per glas, opscheplepel of boterham. Handig om snel te schatten en voor cliënten die liever op papier werken. Let op: de aanbevolen hoeveelheden die erin staan, zijn sinds de Schijf van Vijf van april 2026 iets aangescherpt (les 11).
Mijn Eetmeter is het gratis online eetdagboek (website en app met barcodescanner) van het Voedingscentrum, met ruim 100.000 producten. De productinformatie komt uit de Levensmiddelendatabank; het Voedingscentrum koppelt de producten aan algemene voedingswaarden, zodat ook vitamines en mineralen zichtbaar worden. De cliënt ziet per dag de energie en voedingsstoffen, krijgt een advies op maat en ziet hoeveel er uit de Schijf van Vijf komt. Gekookte pasta of gewokte groente rekent de app om naar de voedingswaarde 'zoals je het eet'. Het Voedingscentrum wordt door de overheid gefinancierd en heeft geen commercieel belang.
Er zijn ook commerciële calorie-apps en professionele voedingsberekeningsprogramma's voor diëtisten en consulenten. Professionele programma's kunnen recepten en dagmenu's opslaan en de uitkomst naast de normen zetten; kijk welke gegevensbron en versie een programma gebruikt (bij voorkeur NEVO). Commerciële apps bevatten vaak producten die door gebruikers zelf zijn ingevoerd; controleer bij opvallende waarden het etiket of NEVO. Kies een programma dat voldoet aan de AVG als je er cliëntgegevens in opslaat (les 32).
| Methode | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
| NEVO-online (RIVM) | Officiële, gratis bron; ruim 2300 producten, > 130 voedingsstoffen; herkomst van elk getal bekend | Per 100 g, dus zelf omrekenen; generieke producten, weinig merken; geen dagtotaal of advies |
| Eettabel (Voedingscentrum) | Per portie (glas, lepel, boterham); snel; geen computer nodig | Acht voedingsstoffen, geen vitamines of mineralen; zelf optellen; aanbevolen hoeveelheden in de editie 2024 zijn verouderd |
| Mijn Eetmeter (Voedingscentrum) | Gratis, onafhankelijk; 100.000 producten met barcodescanner; rekent zelf dagtotalen, Schijf van Vijf-advies; cliënt kan het thuis bijhouden | Afhankelijk van wat de cliënt invult (vergeten, porties schatten); opschrijven verandert het eetgedrag (les 32) |
| Commerciële apps | Gebruiksvriendelijk, veel merkproducten | Kwaliteit van de gegevens wisselt; doelen en adviezen niet altijd volgens de Gezondheidsraad |
| Professioneel programma | Recepten en menu's opslaan, toetsen aan de normen, rapporten | Kost geld; je moet er goed mee leren werken; uitkomst zo goed als de invoer |
Hoe goed het programma ook is: de grootste fout zit in de invoer. Alle methoden van voedingsanamnese onderschatten de energie-inname, en dat neemt toe met het gewicht (Burrows 2019; les 32). Een voedingsberekening laat dus vooral patronen en verhoudingen zien, niet de precieze inname.
Een cliënt vertelt in huishoudelijke maten: 'twee boterhammen', 'een bord pasta', 'een glas sap'. Voor de berekening zet je die om naar gram. De Eettabel en Mijn Eetmeter geven standaardporties; in deze lessen reken je een sneetje brood als 35 gram (les 11). Vraag bij twijfel naar het bord, het glas of de verpakking, of laat de cliënt een keer thuis wegen.
Rauw of bereid. Producten veranderen van gewicht bij het bereiden. Pasta en rijst nemen water op: in NEVO bevat 100 g rauwe witte pasta 356 kcal, 100 g gekookte pasta 142 kcal. Een bord met 250 g gekookte pasta (355 kcal) is dus ongeveer 100 g rauwe pasta. Wie die 250 gram per ongeluk als rauwe pasta invoert, komt uit op 890 kcal: ruim 500 kcal te veel. Vlees verliest juist vocht en neemt bakvet op: 100 g rauw half-om-half gehakt bevat 233 kcal, 100 g rul gebakken gehakt 317 kcal. Kies daarom altijd de NEVO-regel die past bij de vorm waarin het gewicht is bepaald. De Schijf van Vijf noemt vlees en vis in gram zoals gekocht (rauw) en de rest zoals je het eet (les 11).
Rekenregel
Hoeveelheid voedingsstof = (gehalte per 100 g / 100) × gegeten hoeveelheid in gram.
Voorbeeld: twee sneetjes volkorenbrood (70 g); NEVO: 11,1 g eiwit en 235 kcal per 100 g. Eiwit: 11,1 / 100 × 70 = 7,8 g. Energie: 235 / 100 × 70 = 165 kcal.
Met de energiewaarden uit les 10 reken je gram om naar kilocalorieën: eiwit en koolhydraten 4 kcal per gram, vet 9, alcohol 7 en voedingsvezel gemiddeld 2 kcal per gram. Eén kilocalorie is 4,184 kilojoule. Daarna kun je drie maten uitrekenen:
Rekenvoorbeeld: eiwit en vet in Monique's eetdagboek (menu A, § 36.7)
Totaal: 1900 kcal, 61,3 g eiwit, 67,1 g vet.
Eiwit en% = 61,3 × 4 / 1900 × 100 = 245 / 1900 × 100 = 12,9 en%.
Vet en% = 67,1 × 9 / 1900 × 100 = 604 / 1900 × 100 = 31,8 en%.
Eiwit per kilo = 61,3 / 92 = 0,67 g/kg.
Controle: tel je de en% van eiwit, vet, koolhydraten (53,6) en vezel (13,2 g × 2 kcal = 1,4 en%) op, dan kom je op ongeveer 100. Is dat niet zo, dan zit er ergens een fout (of alcohol).
De energiebehoefte bestaat uit drie delen (les 10): het basaal metabolisme of grondstofwisseling (gemeten 's ochtends, nuchter, liggend en ontspannen), dat in de praktijk vaak gelijkgesteld wordt aan het iets hogere rustmetabolisme of ruststofwisseling; de warmteproductie door de voeding (het thermisch effect, ongeveer 10 procent); en de lichamelijke activiteit. De activiteit druk je uit in de PAL-waarde: het totale verbruik gedeeld door het rustmetabolisme. De Gezondheidsraad gebruikt PAL 1,4 (licht actief: zittend werk, weinig beweging), 1,6 (matig actief), 1,8 (actief) en 2,0 (zeer actief). Invloeden op de energiebehoefte zijn vooral de vetvrije massa, lichaamsgrootte, geslacht, leeftijd, activiteit, groei, zwangerschap en borstvoeding, ziekte en een energietekort (les 10, § 10.4).
De Gezondheidsraad geeft een gemiddelde energiebehoefte per leeftijd en geslacht, berekend met de formules van Henry en Nederlandse referentiewaarden voor lengte en gewicht. Een vrouw van 40-49 jaar heeft bij PAL 1,6 gemiddeld ongeveer 2160 kcal per dag nodig, een man van die leeftijd 2710 kcal (les 10). Dat is een groepsnorm: geschikt voor een groep, niet voor één persoon. Voor een individuele cliënt reken je zelf.
Je hoeft de formules niet uit je hoofd te kennen, wel te kunnen invullen (servicedocument). In les 30 staat de volledige tabel van Henry (2005). Voor vrouwen van 30-60 jaar met gewicht (W, kg) en lengte (H, m): rustmetabolisme = 8,18 × W + 502 × H − 11,6.
Rekenvoorbeeld: de energiebehoefte van Monique
Vrouw, 46 jaar, 1,68 m, 92 kg; kantoorbaan, loopt 2 × 10 minuten naar de bus, geen sport.
Stap 1, rustmetabolisme: 8,18 × 92 + 502 × 1,68 − 11,6 = 752,6 + 843,4 − 11,6 = 1584 kcal.
Stap 2, PAL: zittend werk en weinig beweging: 1,4.
Stap 3, energiebehoefte: 1584 × 1,4 = ± 2220 kcal per dag.
Ter vergelijking: met de formule van Mifflin-St Jeor (les 10) komt het rustmetabolisme op 1579 kcal, dus vrijwel hetzelfde.
Hoe zeker is dat getal? Bij één persoon kan het werkelijke rustmetabolisme 10 tot 20 procent afwijken van de formule (les 10), en mensen schatten hun activiteit vaak te hoog in. Een iets andere PAL maakt veel uit: bij PAL 1,5 wordt het al ± 2380 kcal (figuur 2). Presenteer de uitkomst daarom als 'ongeveer 2200 kcal', niet als 2218, en stuur na een paar weken bij op het gewichtsverloop.
Bij overgewicht. Gebruik het actuele gewicht in de formule. In een review voorspelde Mifflin-St Jeor het rustmetabolisme zowel bij mensen met als zonder obesitas het vaakst binnen 10 procent van de gemeten waarde (Frankenfield 2005; les 10). Een 'aangepast gewicht' in de formule invullen is omstreden; doe dat niet zonder reden. Bij sporters reken je de sport apart met MET-waarden (les 30, § 30.7.3) of kies je een hogere PAL.
Voor de voedingsstoffen gebruik je de Voedingsnormen van de Gezondheidsraad (examenbron). Het examen vraagt per macronutriënt de norm, de marges waarbinnen je adviseert, de factoren die de behoefte beïnvloeden en de gevolgen van te veel of te weinig.
| Voedingsstof | Norm volwassenen (Gezondheidsraad) | Marge en factoren | Te weinig / te veel (zie) |
|---|---|---|---|
| Eiwit | Aanbevolen 0,83 g/kg per dag (gemiddelde behoefte 0,66), ook voor 60-plussers | Geen bovengrens; tot 2 × de aanbevolen hoeveelheid geldt als veilig (EFSA). Hoger bij zwangerschap, borstvoeding en groei; veganisten hogere norm | Te weinig: verlies van spiermassa, bij ernstig tekort oedeem. Te veel: geen bewezen schade bij gezonde nieren (les 3) |
| Vet | 20-40 en%; verzadigd < 10 en%, transvet < 1 en%; linolzuur 2 en%, alfalinoleenzuur 1 en%; visvetzuren 200 mg | Nadruk op onverzadigd vet | Te weinig: tekort aan essentiële vetzuren en vetoplosbare vitamines. Te veel: veel energie per gram; verzadigd vet verhoogt LDL (les 5) |
| Koolhydraten | Minstens 40 en% (GR 2001); EFSA 45-60 en% | Vrije suikers beperken (WHO: < 10 en%); vezel 3,4 g/MJ (≈ 30-40 g) | Te weinig: weinig vezel, bij zeer weinig koolhydraten ketose. Te veel vrije suikers: tanden, gewicht (les 4) |
| Alcohol | Richtlijnen goede voeding: geen, of niet meer dan 1 glas per dag | - | Energie (7 kcal/g) en gezondheidsrisico's (les 6) |
| Water, vitamines en mineralen | Zie les 7, 8 en 9 (vrouw: 1,4 liter dranken; man 1,8 liter) | Per leeftijd, geslacht, zwangerschap | Zie les 7-9 |
Eiwit bij overgewicht. De norm is per kilo lichaamsgewicht. Bij Monique geeft het actuele gewicht 0,83 × 92 = 76 g per dag. Vetweefsel vraagt weinig eiwit, dus dat is een ruime schatting. Wie wil weten wat de norm is bij een gezond gewicht, rekent met het gewicht bij een BMI van 25 (les 34: 70,6 kg): 0,83 × 70,6 = 59 g. Een inname tussen die twee getallen is voor haar ruim voldoende. Tijdens afvallen helpt voldoende eiwit (en krachttraining) om spiermassa te behouden (les 3, 29).
Het examen vraagt ook de behoeften van kinderen en zwangeren. De energiebehoefte van kinderen staat per levensjaar in de tabellen van de Gezondheidsraad; de eiwitnorm per kilo daalt van 1,31 g/kg bij 6 maanden naar 0,83 g/kg bij 18 jaar. Een zwangere heeft per trimester ongeveer 80, 310 en 570 kcal per dag extra nodig en bij volledige borstvoeding ongeveer 370 kcal; 'eten voor twee' is dus niet nodig. Haar eiwitbehoefte stijgt met 1, 9 en 28 gram per dag per trimester (les 10, 11). Het portfolio van de BGN gaat over volwassen cliënten; kinderen met overgewicht horen bij de jeugdgezondheidszorg en de huisarts (les 29), zwangeren met complicaties bij verloskundige, arts en diëtist.
Wil een cliënt afvallen, dan heb je een energietekort nodig. Een gangbare startschatting is een tekort van ongeveer 500 kcal per dag. Met de vuistregel van 7700 kcal per kilo lichaamsvet (les 10) is dat 3500 / 7700 ≈ 0,45 kilo per week: dat past bij het advies van het Voedingscentrum om niet meer dan ongeveer een halve kilo per week af te vallen (les 29). Het werkelijke verloop is langzamer: het verbruik daalt mee met het gewicht en het lichaam past zich aan (het dynamische model van Hall, les 10, § 10.6.2).
Rekenvoorbeeld: het energiedoel van Monique
Behoefte ± 2200 kcal − 500 kcal = ongeveer 1700 kcal per dag als richtwaarde.
Ondergrens: onder 1200 kcal per dag dreigen tekorten; dat hoort alleen bij een diëtist, met een multivitamine (Voedingscentrum; les 31).
Normen blijven gelden: bij minder energie moet dezelfde hoeveelheid eiwit, vezel, vitamines en mineralen erin. Dat lukt alleen met voedingsmiddelen uit de Schijf van Vijf.
Bijsturen: volg het gewicht een paar weken (weekgemiddelde, les 34). Valt ze niet af, dan ligt de inname waarschijnlijk hoger dan opgeschreven of de activiteit lager dan geschat; dan pas je samen de stappen aan.
Je kunt het tekort ook deels met bewegen maken. Als Monique bijvoorbeeld vijf keer per week 45 minuten stevig gaat wandelen, levert dat netto ongeveer 190 kcal per dag op (rekenvoorbeeld in les 30, § 30.7.3, voor iemand van 92 kg). Bewegen alleen geeft weinig gewichtsverlies, maar helpt bij behoud en gezondheid (les 30).
Monique hield vier dagen een eetdagboek bij. Je voert een gewone werkdag in (menu A) en berekent de inname met NEVO-online. Daarna vergelijk je met haar behoefte en de normen, en zoek je welke producten de afwijkingen veroorzaken (figuur 3).
| Moment | Menu A: werkdag uit het eetdagboek | kcal |
|---|---|---|
| Ochtend | Geen ontbijt; 3 koppen koffie zwart | 4 |
| Lunch | 2 sneetjes witbrood (70 g) met halvarine, belegen kaas 48+ (20 g) en ham (15 g); glas sinaasappelsap (200 ml) | 396 |
| Middag | 2 stroopwafels (60 g) uit de trommel op kantoor | 284 |
| Avond | Witte pasta (250 g gekookt) met rul gebakken gehakt (75 g), tomatensaus uit een pot (100 g), ui en paprika (100 g), geraspte kaas (10 g) | 742 |
| Avond voor de tv | Chips (50 g) en 2 glazen cola (500 ml) | 475 |
| Totaal | ± 1900 |
| Voedingsstof | Menu A | Norm of behoefte (vrouw, 46 jaar) | Oordeel | Waardoor? |
|---|---|---|---|---|
| Energie | 1900 kcal | ± 2200 kcal (Henry × 1,4) | Lager dan de behoefte, terwijl haar gewicht stabiel is | Waarschijnlijk onderrapportage (les 32) of meer eten in het weekend |
| Eiwit | 61 g; 12,9 en%; 0,67 g/kg | 59-76 g (zie § 36.5.3) | Aan de lage kant | Geen ontbijt; weinig zuivel, peulvruchten of noten |
| Vet | 31,8 en% | 20-40 en% | Binnen de marge | - |
| Verzadigd vet | 11,4 en% | < 10 en% | Te hoog | Stroopwafels, chips, gehakt, kaas 48+ |
| Koolhydraten | 53,6 en% | ≥ 40 en% | Binnen de marge, maar ... | ... een derde ervan uit vrije suikers |
| Vrije suikers | 19,6 en% | WHO: < 10 en% | Te hoog | Cola (52 g suiker), stroopwafels, sinaasappelsap |
| Vezel | 13 g (1,7 g/MJ) | 3,4 g/MJ (± 30 g) | Te laag | Witbrood, witte pasta, weinig groente, geen fruit, geen peulvruchten |
| Calcium | 458 mg | 950 mg | Te laag | Bijna geen melk of yoghurt |
| IJzer | 7 mg | 16 mg (vrouw 18-49) | Te laag | Witbrood, weinig volkoren, peulvruchten en groene groente |
| Folaat | 139 µg | 300 µg | Te laag | Weinig groente, fruit en volkoren |
| Vitamine C | 146 mg | 75 mg | Voldoende | Sinaasappelsap en paprika |
| Zout | 4,1 g (uit natrium) | max. 6 g | Binnen de grens | Let op: zout bij het koken is niet meegeteld |
Zo kun je Monique laten zien waar haar voeding afwijkt en waardoor. Vier producten (cola, chips, stroopwafels en sap) leveren samen ongeveer 850 kcal, bijna de helft van haar opgeschreven inname, en vrijwel al haar vrije suikers. Haar tekorten aan vezel, calcium, ijzer en folaat komen doordat de basisproducten uit de Schijf van Vijf ontbreken of geraffineerd zijn: geen ontbijt, witbrood en witte pasta, weinig groente, geen fruit, geen zuivel. Leg ook de gevolgen uit, in gewone taal: weinig vezel geeft minder verzadiging en vaker obstipatie (les 4); weinig calcium is op lange termijn ongunstig voor de botten (les 9); vrije suikers in dranken geven veel energie zonder verzadiging (les 4, 13). Stel geen diagnose: een lage ijzerinname is geen ijzertekort. Bij klachten zoals moeheid verwijs je naar de huisarts (les 9).
De analyse is geen lijst met verboden. Samen met Monique kies je de eerste stappen (les 37 en 39). Menu B laat zien wat een paar haalbare veranderingen doen: een ontbijt van yoghurt met havervlokken, volkorenbrood en kaas 30+, een appel in plaats van één stroopwafel, volkorenpasta met 200 g groente, een half zakje chips en cola light. Figuur 4 vergelijkt de energieverdeling.
| Voedingsstof | Menu A | Menu B | Norm |
|---|---|---|---|
| Energie | 1900 kcal | 1535 kcal | doel ± 1700 kcal, minstens 1200 |
| Eiwit | 61 g (0,67 g/kg) | 76 g (0,82 g/kg) | 0,83 g/kg |
| Verzadigd vet | 11,4 en% | 11,3 en% | < 10 en% |
| Vrije suikers | 19,6 en% | 3,1 en% | < 10 en% |
| Vezel | 13 g | 28 g (4,4 g/MJ) | 3,4 g/MJ |
| Calcium | 458 mg | 800 mg | 950 mg |
| IJzer | 7 mg | 11 mg | 16 mg |
| Folaat | 139 µg | 223 µg | 300 µg |
Wat valt op? Vezel en vrije suikers zitten nu goed, eiwit ligt op de norm en de energie is lager. Verzadigd vet is nog net te hoog (gehakt, kaas, stroopwafel) en calcium, ijzer en folaat liggen nog onder de norm. Een volgende stap kan zijn: een glas melk of een extra schaaltje yoghurt (+ ± 185 mg calcium per 150 ml melk), mager rundergehakt of de helft van het gehakt vervangen door bruine bonen (meer ijzer en folaat, minder verzadigd vet), en groente bij de lunch. Zo bouw je het plan stap voor stap op. Verwacht niet dat elke dag alle normen haalt: de normen gaan over een gemiddelde over langere tijd.
Begrippen uit les 2-10 die het examen letterlijk vraagt
Grondstofwisseling / basaal metabolisme en ruststofwisseling (§ 36.5.1); warmteproductie = thermisch effect van voeding; PAL; energieprocent; assimilatie (opbouw) en dissimilatie (afbraak) (les 2); glycogenese, glycogenolyse, gluconeogenese en lipogenese (les 4, § 4.4.4); kcal en kJ (1 kcal = 4,184 kJ).
| Valkuil | Voorbeeld | Hoe voorkom je het? |
|---|---|---|
| kJ en kcal door elkaar | Het etiket noemt 1000 kJ; dat is 239 kcal, niet 1000 | Kijk naar de eenheid; deel kJ door 4,184 |
| Per 100 g vergeten om te rekenen | Je telt '235 kcal' voor 2 sneetjes brood | Altijd: gehalte / 100 × gram |
| Rauw en gaar verwisselen | 250 g gekookte pasta ingevoerd als rauw: 890 in plaats van 355 kcal | Kies de NEVO-regel die bij het gewogen product past |
| Vergeten producten | Smeersel, saus, olie bij het bakken, suiker in de koffie, dranken | Vraag er gericht naar (les 32); kijk of de en% optellen tot ± 100 |
| Alcohol niet meegeteld | 2 glazen wijn = ± 20 g alcohol = 140 kcal | Neem alcohol op als aparte regel (7 kcal/g) |
| En% van het verkeerde totaal | Eiwit-en% uitgerekend met de behoefte (2200) in plaats van de inname (1900) | Deel altijd door de totale inname van die dag |
| Schijnnauwkeurigheid | 'Uw behoefte is 2218 kcal' | Rond af (± 2200) en noem het een schatting |
| Eén dag als waarheid | Eén slechte dag gebruiken als oordeel over het hele patroon | Bereken meerdere dagen, inclusief een weekenddag |
De claim: zolang je eiwit, vet en koolhydraten in gram haalt (if it fits your macros), maakt het niet uit wat je eet. Wat klopt er: voor het gewicht telt vooral de energiebalans (les 10), en flexibiliteit maakt een plan beter vol te houden. Wat niet klopt: drie macro's zeggen niets over vezel, vitamines, mineralen en het soort vet. Menu A en een menu met dezelfde macro's maar uit de Schijf van Vijf verschillen sterk in vezel, calcium en ijzer (§ 36.7). De Richtlijnen goede voeding gaan over voedingsmiddelen en voedingspatronen, niet alleen over macro's (les 11). Oordeel: bruikbaar als hulpmiddel voor energie en eiwit, onvolledig als enige maatstaf. Er is geen onderzoek gebruikt dat IIFYM als aparte methode toetst.
Wat klopt er: apps rekenen snel en nauwkeurig met de gegevens die erin staan. Wat niet klopt: de invoer is onnauwkeurig. Mensen schrijven systematisch te weinig op (24-uursrecall 8-30 procent, eetdagboek 11-41 procent; Burrows 2019), de samenstelling van echte producten wijkt af van tabelwaarden (RIVM), en sporthorloges zitten bij het energieverbruik vaak 20 procent of meer naast (les 10). Bewijs voor onnauwkeurigheid: sterk. Gebruik een app voor bewustwording en patronen, en het gewichtsverloop als controle.
| Je doet wel | Je verwijst of overlegt |
|---|---|
| Energie- en nutriëntenbehoefte schatten met Henry × PAL en de GR-normen voor gezonde volwassenen | Diëtist: een dieet onder 1200 kcal; berekeningen bij ziekte (nierziekte, diabetes met medicatie, coeliakie) of een medisch dieet |
| Een voedingsanalyse maken en afwijkingen terugkoppelen naar voedselkeuzes | Huisarts: klachten die op een tekort kunnen wijzen (moeheid, bleekheid); een lage inname is geen diagnose |
| Algemene adviezen volgens de Schijf van Vijf en de suppletieadviezen van de Gezondheidsraad (les 8, 11) | Huisarts of diëtist: supplementen in hoge doseringen of bij medicijngebruik |
| Uitkomsten eerlijk presenteren als schatting en bijsturen op het gewicht | Huisarts, ggz: signalen van een eetstoornis bij het tellen van calorieën (obsessief tellen, angst bij 'te veel', les 33) |
Let op bij calorieën tellen
Rekenen is een hulpmiddel voor jou, niet altijd voor de cliënt. Voor sommige cliënten werkt het eetdagboek met kcal als eye-opener; bij anderen versterkt het een gespannen relatie met eten. Bij eetbuien of een (vermoeden van een) eetstoornis werk je niet met een energiedoel (les 33).
Werk deze opgaven eerst zelf uit en controleer daarna je antwoorden achteraan.
1.Noem drie bronnen of programma's voor voedingsberekeningen en geef van elk een voor- en een nadeel.
2.Rekenopgave. Een cliënt eet 150 g magere kwark (NEVO per 100 g: 51 kcal, 8,4 g eiwit). Hoeveel kcal en eiwit is dat?
3.Rekenopgave. Een dagmenu bevat 2000 kcal, 70 g eiwit, 80 g vet en 245 g koolhydraten. Bereken de en% van eiwit, vet en koolhydraten. Liggen ze binnen de normen?
4.Rekenopgave. Jeroen is 35 jaar, 1,85 m en 98 kg en heeft een kantoorbaan; hij fietst niet en sport niet. Bereken zijn rustmetabolisme met de formule van Henry (man 30-60 jaar: 11,4 × W + 541 × H − 137) en zijn energiebehoefte. Wat is een redelijk energiedoel om af te vallen?
5.Rekenopgave. Hoeveel eiwit heeft Jeroen volgens de norm nodig, gerekend met zijn actuele gewicht en met het gewicht bij BMI 25?
6.Rekenopgave. Een cliënt eet per dag 18 g vezel bij een inname van 2100 kcal. Bereken de vezelinname in g/MJ en vergelijk die met de norm.
7.Waarom is een voedingsanalyse geschikt om patronen te zien, maar niet om de energie-inname precies vast te stellen?
8.Noem vier rekenfouten die vaak voorkomen.
9.In de analyse van een cliënt is de calciuminname 500 mg. Hoe koppel je dit terug naar haar voedselkeuzes, en wat zeg je wel en niet?
Tip
Houd zelf twee dagen Mijn Eetmeter bij en reken één dag daarnaast met de hand uit met NEVO-online. Vergelijk de uitkomsten. Zo merk je hoe groot de invloed van portiegrootte en productkeuze is.
Kies bij elke vraag het beste antwoord. De laatste opgaven zijn casussen zoals je ze in de praktijk tegenkomt.
1.Van welke bron gaat het examen uit voor de samenstelling van voedingsmiddelen?
a.Etiketten van supermarkten
b.Commerciële calorie-apps
c.Het Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO)
d.Buitenlandse tabellen
2.In NEVO-online staan de voedingswaarden per:
a.100 gram eetbaar gedeelte
b.portie
c.stuk
d.100 ml voor alle producten
3.Wat is een nadeel van de Eettabel?
a.Hij werkt per portie
b.Hij is van het Voedingscentrum
c.Er staan geen producten in
d.Er staan geen vitamines en mineralen in
4.100 g volkorenbrood bevat 235 kcal. Hoeveel kcal leveren drie sneetjes van 35 g?
a.235 kcal
b.247 kcal
c.705 kcal
d.82 kcal
5.Een dag bevat 2400 kcal en 90 g vet. Hoeveel en% vet is dat?
a.34 en%
b.15 en%
c.38 en%
d.90 en%
6.Welke waarde is de PAL bij zittend werk en weinig beweging in de vrije tijd?
a.2,0
b.1,8
c.1,4
d.1,6
7.Wat is de aanbevolen hoeveelheid eiwit voor volwassenen volgens de Gezondheidsraad?
a.1,6 g/kg
b.0,5 g/kg
c.0,83 g/kg
d.2,0 g/kg
8.Wat geldt voor de energiebehoeftetabel van de Gezondheidsraad?
a.Hij is exact voor iedereen
b.Hij geldt alleen voor sporters
c.Hij vervangt de formule van Henry
d.Het is een groepsnorm, niet bedoeld voor één persoon
9.Een cliënt heeft een behoefte van ongeveer 2300 kcal. Wat is een redelijke startschatting om af te vallen?
a.1100 kcal
b.2300 kcal
c.2800 kcal
d.1800 kcal
10.Welke norm geldt voor verzadigd vet?
a.Minder dan 20 en%
b.Minder dan 10 en%
c.Minstens 10 en%
d.Er is geen norm
11.Een cliënt voert 200 g gekookte rijst in als 'rijst rauw'. Wat gebeurt er?
a.De energie wordt sterk overschat
b.Er verandert niets
c.De energie wordt onderschat
d.Alleen het eiwit klopt niet
12.Wat is de norm voor voedingsvezel?
a.10 g per dag
b.1 g per MJ
c.50 g per kg
d.3,4 g per MJ
13.Wat doe je als de analyse een lage ijzerinname laat zien?
a.Je stelt ijzertekort vast
b.Je koppelt het terug naar voedselkeuzes en verwijst bij klachten naar de huisarts
c.Je adviseert een hoog gedoseerd ijzersupplement
d.Je negeert het
14.Casus. Linda (38) zegt: 'Volgens mijn app eet ik maar 1300 kcal en ik val niet af.' Wat is de meest waarschijnlijke verklaring?
a.Haar stofwisseling is kapot
b.Ze eet te weinig om af te vallen
c.Er wordt niet alles opgeschreven of de porties worden onderschat
d.De app rekent verkeerd
15.Casus. In de analyse van Tom (52) komt 22 en% uit vrije suikers. Wat is de beste eerste stap?
a.Samen bekijken welke producten de suiker leveren, bijvoorbeeld frisdrank of sap, en een alternatief kiezen
b.Alle koolhydraten schrappen
c.Een suikervrij dieet voorschrijven
d.Niets: koolhydraten zijn binnen de norm
16.Casus. Anja (44, diabetes type 2, gebruikt insuline) vraagt of je een menu van 1000 kcal voor haar wilt berekenen. Wat doe je?
a.Je berekent het menu
b.Je verwijst naar de diëtist en de huisarts: een dieet onder 1200 kcal met insuline hoort daar
c.Je adviseert maaltijdvervangers
d.Je adviseert 's ochtends geen insuline te spuiten
Leesdiepte: [V] volledig gelezen, [S] samenvatting of betreffend hoofdstuk/passage gelezen, [Sec] via een secundaire bron.
BGN (2025). Servicedocument beschrijving leerresultaten BGN-gewichtsconsulent, versie 11 (vakkennis 9 en 10, vaardigheid 11 en 12, bronnenlijst); TCI (2024). Toetsdocument gewichtsconsulent (portfoliocriterium 2e). [V]
RIVM. Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO), pagina's 'NEVO online versie 2025/9.0', 'Aandachtspunten' en 'Voedingsmiddelen' (geraadpleegd 8-10-2026); NEVO-online 2025/9.0, gegevens van alle producten in deze les. [V]
Voedingscentrum. Eettabel (editie 2024; webshoppagina) en Mijn Eetmeter (mijn.voedingscentrum.nl, geraadpleegd 8-10-2026). [V]
Gezondheidsraad (2022). Voedingsnormen voor energie (2022/19); (2021). Voedingsnormen voor eiwitten; (2001) en (2006) normen voor vet, koolhydraten en vezel; Voedingscentrum (2025), overzicht voedingsnormen vitamines en mineralen. Zie 00_BASISBRONNEN (A2). [V/Sec]
Henry CJK (2005). Basal metabolic rate studies in humans: measurement and development of new equations. Public Health Nutr 8:1133-1152 (tabel 15). [V, tabellen]
Frankenfield D, Roth-Yousey L, Compher C (2005). Comparison of predictive equations for resting metabolic rate in healthy nonobese and obese adults: a systematic review. J Am Diet Assoc 105:775-789 (zie les 10). [S]
Burrows TL, Ho YY, Rollo ME, Collins CE (2019). Validity of dietary assessment methods when compared to the method of doubly labeled water: a systematic review in adults. Front Endocrinol 10:850 (zie les 32). [S]
World Health Organization (2015). Guideline: sugars intake for adults and children (zie les 4). [S]
Zelfstudie voedingsleer, les 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 29, 30, 31, 32, 33 en 34. [zie daar]
Bewust afgeweken van gangbare vereenvoudigingen: de energiebehoefte niet als exact getal maar als schatting met een marge (afgerond, bijsturen op het gewicht); de GR-tabel als groepsnorm en niet als individuele behoefte; de eiwitnorm bij overgewicht als bandbreedte (actueel gewicht en gewicht bij BMI 25) in plaats van één getal; de inname uit een eetdagboek niet als werkelijke inname (onderrapportage); een lage inname van een micronutriënt niet als tekort; 500 kcal minder als startschatting en niet als vaste rekenregel voor gewichtsverlies.