Module 5 · Les 37 - Het behandelplan

Zelfstudie voedingsleer · Module 5: Coachen en begeleiden als gewichtsconsulent

Inhoudsopgave

37.1 Inleiding: van intake naar plan

37.2 Probleemanalyse

37.3 Doelen stellen

37.4 Interventies kiezen

37.5 Het plan opschrijven: begeleidingsplan en begeleidingsformulier

37.6 Samenwerken, doorverwijzen en rapporteren

37.7 Gewichtsbehoud en afronding

37.8 Beroepsethiek, klachten en reclame

37.9 Omstreden punten eerlijk bekeken

37.10 Je rol en je grenzen

37.11 Samenvatting

37.12 Oefenopgaven

37.13 Praktijkopgaven

Bronnen

Over dit materiaal

Dit is eigen studiemateriaal, geschreven op basis van de exameneisen en formulieren van de BGN (begeleidingsplan en begeleidingsformulier), het beroepscompetentieprofiel en de klachtenregeling van de BGN, de NHG-Standaard Obesitas (2025), de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz), de Nederlandse Reclame Code en eerdere lessen (zie Bronnen achteraan). De voorbeeldcliënt, het ingevulde plan en de rapportage zijn verzonnen. Het materiaal is bedoeld om te leren en is geen juridisch of medisch advies.

37.1 Inleiding: van intake naar plan

Na de intake (les 32), de metingen (les 34) en de voedingsanalyse (les 36) weet je wat er speelt bij je cliënt. Nu maak je samen een plan: waar wil de cliënt naartoe, wat gaat hij daarvoor anders doen, en hoe houd je bij of het lukt? Het examen vraagt dat je samen met de cliënt heldere en haalbare doelen stelt (SMART) (vaardigheid 13), een behandelplan en strategie opstelt die passen bij het doel, de wens en de situatie van de cliënt (vaardigheid 14), regelmatig evalueert (vaardigheid 20) en een rapportage voor een verwijzer kunt schrijven (vaardigheid 21). In deze les, module 5, onderdeel 5.6, komen die stappen aan bod.

Let op de woorden. Het toetsdocument spreekt van een behandelplan, het formulier van de BGN heet begeleidingsplan. Ze bedoelen hetzelfde. 'Begeleidingsplan' past beter bij je rol: de BGN zegt zelf dat de gewichtsconsulent geen zorgverlener is en geen aandoeningen behandelt (les 32). Figuur 1 laat zien waar het plan staat in het hele traject.

Figuur 1: de vijf stappen van het begeleidingstraject zoals de BGN die in het portfolio vraagt. Het begeleidingsplan (stap 3) wordt bij tussentijdse evaluaties bijgesteld.

Na deze les kun je:

37.2 Probleemanalyse

Een plan begint met een duidelijke probleemstelling: wat is er aan de hand, in jouw woorden en die van de cliënt? Je combineert de gegevens uit de algemene anamnese, de voedingsanamnese, de metingen en de hulpvraag (vaardigheid 14). Het BGN-begeleidingsplan vraagt daarnaast om een analyse leefstijl en een analyse voeding.

Formuleer de probleemstelling in eigen termen, niet als medische diagnose. Schrijf dus niet 'Monique heeft een eetbuistoornis' of 'haar overgewicht komt door haar medicijn', maar wat je ziet: 'Monique eet 's avonds na drukke werkdagen chips en chocola voor de tv; ze ervaart soms controleverlies, maar herkent geen echte eetbuien (SCOFF 1 × ja)'. Twijfel je over een medische oorzaak, dan verwijs je (les 32, 33).

Voorbeeld: probleemstelling en hulpvraag van Monique

Probleemstelling: Monique (46) heeft obesitas (BMI 32,6; middelomtrek 104 cm) en is in drie jaar 6 kg aangekomen, in dezelfde periode waarin ze een antidepressivum gebruikt. Ze slaat het ontbijt over, eet 's middags koek op het werk en 's avonds na drukke dagen chips voor de tv, en drinkt dagelijks frisdrank. Haar voeding bevat weinig vezel, calcium en ijzer en veel vrije suikers. Ze beweegt weinig (2 × 10 minuten lopen per dag) en heeft knieklachten bij traplopen. Eerdere diëten gaven steeds een jojo-effect.

Hulpvraag: 'Ik wil hulp om gezond af te vallen en dat vol te houden, zodat mijn knieën minder pijn doen.'

37.3 Doelen stellen

37.3.1 SMART volgens de BGN

Een goed doel is SMART. Het servicedocument van de BGN geeft per letter een toetsvraag. Leer deze variant voor het examen: de A staat voor Acceptabel. In andere boeken en trainingen zie je soms een ander woord bij de A; het examen gebruikt Acceptabel.

LetterToetsvraag (BGN)Uitgewerkt voor Monique
SpecifiekIs de doelstelling eenduidig?Ze eet op werkdagen een ontbijt
MeetbaarOnder welke (meetbare/observeerbare) voorwaarden of vorm is het doel bereikt?Op minstens 4 van de 5 werkdagen; ze houdt het bij in Mijn Eetmeter
AcceptabelIs deze acceptabel voor de cliënt?Ze kiest zelf: yoghurt met havervlokken of 2 sneetjes volkorenbrood; ze vindt dit haalbaar en wil het
RealistischIs het doel haalbaar?Ze staat 10 minuten eerder op; het ontbijt kost weinig tijd; past bij haar gezin
TijdsgebondenWanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?Over 3 weken (bij het volgende consult) evalueren we

Als zin: 'Over drie weken ontbijt ik op minstens vier van de vijf werkdagen met yoghurt en havervlokken of twee sneetjes volkorenbrood, en dat houd ik bij in Mijn Eetmeter.' De cliënt formuleert het doel zo veel mogelijk in eigen woorden: een doel dat de cliënt zelf heeft gekozen, is acceptabel voor hem. Jij helpt het concreet te maken met gesprekstechnieken (les 38, 39).

37.3.2 Uitkomstdoelen en gedragsdoelen

Een uitkomstdoel beschrijft het resultaat (bijvoorbeeld 5 procent lichter, minder knieklachten). Een gedragsdoel beschrijft wat de cliënt daarvoor doet (ontbijten, wandelen, minder frisdrank). Gedrag heeft de cliënt zelf in de hand, het gewicht maar ten dele: het schommelt (les 34) en reageert met vertraging. Daarom werk je met één of twee uitkomstdoelen en per periode een paar gedragsdoelen die je vaak evalueert (figuur 2). Zo kan een cliënt ook 'slagen' in een week waarin de weegschaal tegenvalt.

Figuur 2: van hulpvraag naar uitkomstdoel en gedragsdoelen (voorbeeld Monique). De gedragsdoelen volgen uit de voedingsanalyse van les 36 en worden stap voor stap ingevoerd.

37.3.3 Wat is realistisch?

37.4 Interventies kiezen

Met de analyse en de doelen kies je samen wat er gaat veranderen en hoe. Het examen vraagt een strategie die past bij het doel, de wens en de situatie van de cliënt, en in het portfolio moet je meer dan twee of drie strategieën kunnen benoemen en uitleggen waarom ze passen (criterium 3b). Denk in drie sporen:

SpoorVoorbeelden (Monique)Achtergrond
VoedingOntbijt; fruit in plaats van koek; volkoren; meer groente; minder frisdrank en sap; zuivelVoedingsanalyse les 36; Schijf van Vijf les 11
BewegenWandelen met de buurvrouw 3 × 30 min; later krachtoefeningen; minder lang achter elkaar zittenBeweegrichtlijnen, knieën: weinig belastend; les 30
GedragKoektrommel uit het zicht (stimuluscontrole); als-dan-plan voor drukke avonden; eetmomenten bijhouden; partner betrekkenLes 39; NHG: partner en gezin betrekken

Stap voor stap. Begin met één tot drie veranderingen die de cliënt zelf kiest en waarvan hij verwacht dat ze lukken. Als die goed gaan, komt de volgende stap. Een plan waarin alles tegelijk verandert, lijkt op de diëten die bij Monique steeds misgingen. De NHG noemt ook: partner en gezin betrekken (zij hebben vaak dezelfde eet- en leefgewoonten) en krachttraining naast bewegen, zodat bij afvallen minder spiermassa verloren gaat. Geef de cliënt handvatten: recepten, een boodschappenlijst, Mijn Eetmeter, een voorbeeld van een als-dan-plan. Het examen noemt dat expliciet: in het plan staat welke handvatten de cliënt nodig heeft.

Wat je niet doet: geen afslankproducten of maaltijdvervangers verkopen of adviseren (BGN-lidmaatschapseis), geen dieet onder 1200 kcal, en niet adviseren met een medicijn te stoppen (les 31, 33).

37.5 Het plan opschrijven: begeleidingsplan en begeleidingsformulier

37.5.1 Het begeleidingsplan (BGN, bijlage 2)

Het BGN-begeleidingsplan heeft vaste onderdelen. Hieronder is het ingevuld voor Monique (ingekort; de getallen komen uit les 32, 34 en 36).

Onderdeel (BGN)Ingevuld voor Monique (verzonnen)
PersoonsgegevensMonique, 46 jaar (contactgegevens in dossier)
MeetgegevensLengte 1,68 m; gewicht 92 kg; BMI 32,6; vet% 44 en spier% 28 (BIA-weegschaal, alleen als trend); middelomtrek 104 cm
Doelstelling SMARTUitkomst: over 6 maanden (maart) weegt ze ± 87 kg (−5%) en loopt ze de trap op het werk op zonder pijn van meer dan 3 op 10. Gedrag eerste periode: zie 'stappen'
ProbleemstellingZie § 37.2
Hulpvraag'Gezond afvallen en volhouden, zodat mijn knieën minder pijn doen'
Analyse leefstijlZittend werk 32 uur; 2 × 10 min lopen per dag; geen sport; slaapt matig; stress bij deadlines; 's avonds moe; wijn in het weekend (4-6 glazen)
Analyse voedingWerkdag ± 1900 kcal (onderrapportage waarschijnlijk); geen ontbijt; vrije suikers 20 en% (cola, sap, koek); vezel 13 g; calcium, ijzer en folaat laag; verzadigd vet 11 en%
EnergiebehoefteHenry × PAL 1,4 ≈ 2200 kcal; doel ± 1700 kcal (niet onder 1200); bijsturen op het gewicht
NutriëntenbehoefteEiwit 59-76 g; vet 20-40 en%, verzadigd < 10 en%; koolhydraten ≥ 40 en%; vezel ± 30 g; calcium 950 mg; ijzer 16 mg; folaat 300 µg; vrije suikers < 10 en%
Welke onderdelen behoeven aandachtOntbijt, tussendoortjes op het werk, avondeten voor de tv, suikerhoudende dranken, beweging, omgaan met stress
Welke veranderingen moeten plaatsvindenRegelmatig eetpatroon met ontbijt; meer volkoren, groente, fruit en zuivel; minder vrije suikers; meer bewegen; ander gedrag op drukke avonden
Welke stappen om dat te realiserenWeek 1-3: ontbijt 4/5 werkdagen; cola → light of water. Week 4-6: fruit in plaats van koek; wandelen 3 × 30 min. Week 7-12: als-dan-plan voor drukke avonden; volkorenpasta en 200 g groente. Daarna: krachtoefeningen; weekendpatroon
Tijdlijn6 maanden afvalfase met consulten om de 2-3 weken (evaluatie na 6 weken, 3 en 6 maanden); daarna 6 maanden behoudfase met minder consulten; eindevaluatie na 12 maanden

Het plan is van de cliënt: bespreek het, laat hem aanvullen en geef hem een kopie. Leg in het dossier vast dat de cliënt akkoord is (les 32: AVG en dossier).

37.5.2 Het begeleidingsformulier (BGN, bijlage 3)

Van elk contactmoment maak je een verslag (vaardigheid 10). De BGN gebruikt daarvoor het begeleidingsformulier. Voor het portfolio begeleid je drie cliënten met elk minstens zes contactmomenten.

Onderdeel (BGN)Consult 3 van Monique (verzonnen)
Datum5 november
MeetgegevensGewicht 90,6 kg (−1,4 kg in 6 weken); middelomtrek 102 cm
Ervaring afgelopen periodeOntbijt lukt 5/5 werkdagen, 'voelt fijn, minder trek om 11 uur'. Cola vervangen door water met citroen. Wandelen 2 × gelukt (regen). Twee drukke avonden met chips.
Besproken tijdens dit consultWat hielp bij het ontbijt; drukke avonden: wat gebeurt er vooraf (ABC, les 39); knie: pijn bij wandelen 2/10
Informatie meegegevenInformatie over gezonde tussendoortjes (website Voedingscentrum); voorbeeld als-dan-plan
Welke afspraken zijn er gemaaktFruit mee naar het werk, koektrommel niet meer op haar bureau; als-dan-plan: 'Als ik na een drukke dag thuiskom, dan drink ik eerst thee en eet ik om 18 uur'
Volgende keer besprekenWeekenden en wijn; wandelen bij slecht weer (binnenalternatief)
OpmerkingenGemotiveerd; geen signalen van eetbuien; huisarts heeft (met haar toestemming) bericht gekregen over de start

37.6 Samenwerken, doorverwijzen en rapporteren

37.6.1 Met wie werk je samen?

De NHG-Standaard Obesitas beschrijft naar wie de huisarts verwijst. Die lijst is ook voor jou nuttig: als je merkt dat iets buiten je rol valt, adviseer je de cliënt om met de huisarts te overleggen.

Verwijzing (NHG)Wanneer
DiëtistBehoefte aan begeleiding naar gezond eten; dumpingklachten of andere maag-darmklachten na bariatrische chirurgie; een medisch dieet (les 33)
Fysio- of oefentherapeutBewegen onder begeleiding, bijvoorbeeld bij chronische gewrichtsklachten of een aandoening met inspanningsbeperking
GLI-aanbiederBij indicatie en motivatie (les 29)
Sociaal domein (maatschappelijk werk, wijkteam, Welzijn op Recept)Financiële of huisvestingsproblemen; ontspanning, sport of zingeving
GgzPsychische klachten, afhankelijk van de lijdensdruk; eetstoornissen (les 33)
Obesitascentrum of internist (via de huisarts)Onder meer bij vermoeden van een hormonale of genetische oorzaak (les 29)

De NHG zegt ook dat psychische en sociaal-economische factoren meestal eerst behandeld moeten worden voordat er aandacht kan zijn voor leefstijl. Een cliënt met grote geldzorgen of een depressie heeft vaak meer aan hulp daarvoor dan aan een eetschema. En bij een vermoeden van een eetstoornis begin je geen afvaltraject (les 33).

37.6.2 Rapporteren aan een verwijzer

Is een cliënt door een andere zorgverlener naar je verwezen (bijvoorbeeld door de huisarts, praktijkondersteuner of fysiotherapeut), dan maak je - als dat gewenst is en met goedkeuring van de cliënt - een rapportage voor die verwijzer (vaardigheid 21). De NHG noemt terugrapportage over het beloop vanuit interventies ook wenselijk. Volgens de BGN vermeld je in de rapportage wat de probleemstelling en de doelstelling waren en op welke manier de doelen zijn bereikt. Houd het kort, zakelijk en zonder diagnoses. De BGN-beroepscode zegt: informatie aan derden alleen met goedkeuring van de cliënt (les 32).

Voorbeeld: rapportage aan de huisarts (verzonnen)

Aan: dr. X, huisarts    Betreft: mevrouw M., geb. [datum]    Met toestemming van cliënte

Geachte collega, mevrouw M. is op [datum] gestart met begeleiding bij gewichtsverlies. Probleemstelling: obesitas (BMI 32,6, middelomtrek 104 cm), onregelmatig eetpatroon met veel suikerhoudende dranken en tussendoortjes, weinig beweging, knieklachten bij traplopen. Doelstelling: in 6 maanden 5% gewichtsverlies en traplopen met minder pijn, via een regelmatig eetpatroon volgens de Schijf van Vijf en meer bewegen.

Verloop: in 6 maanden (9 consulten) daalde het gewicht van 92,0 naar 87,6 kg (−4,8%) en de middelomtrek van 104 naar 99 cm. Cliënte ontbijt dagelijks, drinkt geen suikerhoudende frisdrank meer en wandelt 3 × per week 30 minuten. Kniepijn bij traplopen nam af van 6 naar 2 (op 10). Vervolg: behoudfase met maandelijkse consulten. Mevrouw wil met u bespreken of haar antidepressivum invloed heeft op haar gewicht.

Met vriendelijke groet, [naam], BGN-gewichtsconsulent, [contactgegevens]

37.7 Gewichtsbehoud en afronding

Afvallen is één ding, het gewicht vasthouden het andere. Plan daarom een behoudfase (figuur 3). Daarin wordt het energietekort opgeheven, maar blijven de nieuwe gewoonten. De NHG adviseert voor het behouden van gewichtsverlies 200-300 minuten matig intensief bewegen per week plus 2 keer per week krachttraining. Mensen in het Amerikaanse National Weight Control Registry, die veel gewicht verloren en dat jaren vasthielden, bewegen gemiddeld ongeveer een uur per dag, ontbijten, wegen zichzelf regelmatig en eten door de week en in het weekend ongeveer hetzelfde (les 29). Let op: dat is een zelf aangemelde, geselecteerde groep.

Figuur 3: voorbeeld van een begeleidingstraject van een jaar met een afvalfase en een behoudfase, met de evaluatiemomenten. Het verloop is illustratief; gemeten gewichten schommelen rond de lijn.

37.8 Beroepsethiek, klachten en reclame

37.8.1 De beroepscode van de BGN

Het beroepscompetentieprofiel van de BGN (2020) bevat een beroepscode met gedragsregels. De belangrijkste punten:

37.8.2 Klachten: de BGN-klachtenregeling

Heeft een cliënt een klacht, dan bespreekt hij die eerst met jou. Komen jullie er niet uit, dan kan hij schriftelijk een klacht indienen bij het secretariaat van de BGN, binnen 12 maanden na het einde van de begeleiding. Daarbij horen onder meer een omschrijving, de reden waarom het overleg niet werkte en jouw schriftelijke antwoord. De BGN bevestigt de ontvangst binnen 7 werkdagen; twee bestuursleden en een senior kernlid behandelen de klacht met hoor en wederhoor, met als streven binnen 3 maanden een gemotiveerd oordeel. Maatregelen kunnen gaan tot royement (uitsluiting als lid). De BGN noemt geen geschilleninstantie en mengt zich niet in een procedure bij de rechter.

37.8.3 Valt je praktijk onder de Wkkgz? Een open vraag

De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verplicht zorgaanbieders tot onder meer een schriftelijke klachtenregeling, een gratis klachtenfunctionaris, een schriftelijke beslissing op een klacht binnen 6 weken (eventueel 4 weken verlengd) en aansluiting bij een erkende geschilleninstantie. Onder 'zorg' valt volgens de wet ook 'andere zorg': handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg, en de Wet BIG omschrijft dat breed: zorg die ertoe strekt iemands gezondheid te bevorderen of te bewaken, het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen.

Hier zit een spanningsveld. De BGN zegt dat het werk van de gewichtsconsulent 'niet onder de wettelijke definitie van zorg' valt, terwijl de wettelijke definitie ruim is. Er is geen uitspraak of toelichting gevonden die dit beslist. Deze les neemt daarom geen standpunt in. Praktisch: volg in elk geval de klachtenregeling van de BGN, en ga voor je eigen praktijk na (bijvoorbeeld bij de BGN of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) of de Wkkgz voor jou geldt. Dat komt terug in les 40 (een eigen praktijk starten), net als de verzekeringen die je als zelfstandige nodig hebt.

37.8.4 Reclame en claims

Je praktijk mag je natuurlijk promoten (les 40), maar volgens de Nederlandse Reclame Code moet reclame in overeenstemming zijn met de wet, de waarheid, de goede smaak en het fatsoen, en mag ze niet misleidend zijn. Getuigenissen van cliënten moeten op waarheid berusten en passen bij aanvaarde wetenschappelijke inzichten, en als iemand een bewering aanvecht, moet jij de juistheid aannemelijk maken. Onder alle omstandigheden misleidend is bedrieglijk beweren dat een product of dienst ziekten kan genezen. Klachten gaan naar de Reclame Code Commissie; die verklaarde bijvoorbeeld reclame voor groene-koffieproducten en 'afslankslippers' misleidend, en klantervaringen of 'resultaat niet gegarandeerd' waren niet genoeg als onderbouwing. Voor voedings- en gezondheidsclaims gelden daarnaast de Europese regels (les 14).

Niet zoWel zo
'Genees uw diabetes met mijn methode''Begeleiding naar een gezond eetpatroon volgens de Richtlijnen goede voeding'
'Gegarandeerd 10 kilo kwijt in 6 weken''Samen werken aan haalbare doelen in uw eigen tempo'
Voor-en-na-foto's met 'resultaat van al mijn cliënten'Een echte, eerlijke ervaring van een cliënt, met toestemming, zonder beloften

37.9 Omstreden punten eerlijk bekeken

37.9.1 'Het streefgewicht hoort bij een BMI van 25'

Wat klopt er: een BMI van 18,5-25 hoort bij het laagste gezondheidsrisico (les 34). Wat niet klopt: dat dit het doel moet zijn. De NHG noemt gezondheidswinst het doel, en die begint al bij 5-10 procent verlies (voor de bloedsuiker bij 3 procent) of zelfs bij gewicht stabiliseren. Een te ver doel maakt elke stap een tegenvaller. Bewijs voor 5-10 procent als realistisch doel met gezondheidswinst: sterk.

37.9.2 'Het plan moet streng zijn, anders werkt het niet'

Wat klopt er: duidelijke afspraken en een energietekort zijn nodig om af te vallen. Wat niet klopt: dat strenger beter is. Diëten geven na zes maanden gemiddeld enkele kilo's verlies en na een jaar is een groot deel weer terug, ongeacht het type dieet (les 31). De NHG adviseert gedragsverandering voor de lange termijn en waarschuwt voor het jojo-effect, en de Zorgstandaard Eetstoornissen noemt streng lijnen een risicofactor voor eetbuien (les 33). Bewijs voor een kleine-stappenaanpak boven streng lijnen op lange termijn: matig.

37.10 Je rol en je grenzen

Je doet welJe verwijst of overlegt
Samen met de cliënt SMART-doelen stellen en een begeleidingsplan makenHuisarts: twijfel over een medische oorzaak of medicijnen; nieuwe klachten tijdens het traject
Probleemstelling in eigen termen; geen diagnoseDiëtist: medisch dieet, ziekte met voedingsconsequenties, dieet onder 1200 kcal
Elk consult vastleggen; tussentijds evalueren en bijstellenGgz of huisarts: psychische klachten, eetstoornis; sociaal domein: geldzorgen, huisvesting
Rapporteren aan een verwijzer, met toestemming van de cliëntFysio- of oefentherapeut: bewegen bij gewrichtsklachten of beperkingen
Werken volgens de beroepscode; eerlijke reclameBGN of jurist: vragen over klachtrecht en de Wkkgz voor je praktijk

37.11 Samenvatting

37.12 Oefenopgaven

Werk deze opgaven eerst zelf uit en controleer daarna je antwoorden achteraan.

1.Waar staan de letters van SMART voor volgens de BGN? Geef bij elke letter de toetsvraag.

2.Maak dit doel SMART: 'Ik wil gezonder eten.'

3.Wat is het verschil tussen een uitkomstdoel en een gedragsdoel? Geef van beide een voorbeeld en leg uit waarom je beide gebruikt.

4.Rekenopgave. Een cliënt weegt 110 kg. Hoeveel kilo is 5 procent en 10 procent? Hoeveel weken duurt 5 procent minstens bij het advies van het Voedingscentrum?

5.Noem de onderdelen van het BGN-begeleidingsplan.

6.Herschrijf deze probleemstelling zonder diagnose: 'Karin heeft een eetverslaving en een trage schildklier.'

7.Wat staat er volgens de BGN in een rapportage aan een verwijzer, en wat heb je eerst nodig?

8.Noem vier punten uit de beroepscode van de BGN.

9.Leg uit waarom het niet zeker is of een gewichtsconsulent onder de Wkkgz valt.

Tip

Kies een eigen gewoonte die je wilt veranderen. Schrijf een SMART-doel op, met de toetsvraag per letter, en evalueer het na drie weken. Was het doel echt acceptabel en realistisch voor jou?

37.13 Praktijkopgaven

Kies bij elke vraag het beste antwoord. De laatste opgaven zijn casussen zoals je ze in de praktijk tegenkomt.

1.Waar staat de A in SMART voor volgens de BGN?

a.Ambitieus

b.Afgesproken

c.Acceptabel

d.Actueel

2.Welke toetsvraag hoort bij de M?

a.Onder welke meetbare of observeerbare voorwaarden is het doel bereikt?

b.Is het doel haalbaar?

c.Is het acceptabel voor de cliënt?

d.Wanneer moet het doel bereikt zijn?

3.Welk doel is het meest SMART?

a.'Ik ga minder snoepen.'

b.'Ik wil slanker worden.'

c.'Ik ga gezonder leven.'

d.'De komende 4 weken eet ik op werkdagen fruit in plaats van koek om 15 uur.'

4.Welke uitspraak past bij de NHG-Standaard Obesitas?

a.Alleen een BMI onder 25 is een geslaagde behandeling

b.5-10 procent gewichtsverlies geeft al aanzienlijke gezondheidswinst

c.Gewichtsverlies onder 10 procent heeft geen zin

d.Het doel is altijd 1 kilo per week

5.Wat is een gedragsdoel?

a.3 × per week 30 minuten wandelen

b.5 kilo lichter

c.Middelomtrek onder 100 cm

d.BMI 28

6.Welk onderdeel staat NIET op het BGN-begeleidingsplan?

a.Hulpvraag

b.Energiebehoefte

c.Tijdlijn

d.Medische diagnose

7.Hoe heet het BGN-formulier voor het verslag van elk consult?

a.Intakeformulier

b.Verwijsbrief

c.Begeleidingsformulier

d.Evaluatieformulier van de huisarts

8.Naar wie verwijst de huisarts volgens de NHG bij financiële of huisvestingsproblemen?

a.De diëtist

b.Het sociaal domein (maatschappelijk werk, wijkteam, Welzijn op Recept)

c.De internist

d.De GLI-aanbieder

9.Wat hoort volgens de BGN in een rapportage aan een verwijzer?

a.De volledige voedingsanalyse van elke dag

b.Een diagnose

c.Probleemstelling, doelstelling en hoe de doelen zijn bereikt

d.De mening van de partner

10.Wat heb je nodig voordat je aan de huisarts rapporteert?

a.Goedkeuring van de cliënt

b.Toestemming van de BGN

c.Een verwijsbrief van de verzekeraar

d.Niets

11.Wat adviseert de NHG voor het behouden van gewichtsverlies?

a.Elke dag wegen

b.200-300 minuten matig intensief bewegen per week plus 2 × krachttraining

c.Een eiwitdieet

d.Elke week een vastendag

12.Binnen welke termijn kan een cliënt bij de BGN een klacht indienen?

a.Binnen 12 maanden na het einde van de begeleiding

b.Binnen 7 dagen

c.Alleen tijdens de begeleiding

d.Binnen 5 jaar

13.Welke reclame is volgens de Nederlandse Reclame Code onder alle omstandigheden misleidend?

a.Een prijs noemen

b.Bedrieglijk beweren dat iets ziekten kan genezen

c.Een foto van de praktijk

d.Een ervaring van een cliënt met toestemming

14.Casus. Fenna (52) zegt bij de intake: 'Ik wil binnen 2 maanden 15 kilo kwijt voor de bruiloft van mijn dochter.' Wat doe je?

a.Je stelt een dieet van 800 kcal voor

b.Je weigert haar te begeleiden

c.Je zegt dat het goed kan

d.Je bespreekt wat haalbaar is, waarom, en welk doel ze dan acceptabel vindt

15.Casus. Na 8 weken is Ahmed (39) 1 kilo afgevallen; hij voelt zich fitter en eet geen chips meer. Hij is teleurgesteld. Wat zeg je?

a.'Dan moeten we strenger worden.'

b.'U doet iets verkeerd.'

c.'Laten we kijken wat er allemaal veranderd is: fitter, geen chips. Zullen we het doel en de stappen samen bijstellen?'

d.'Stop dan maar.'

16.Casus. De partner van Monique belt en vraagt hoeveel ze is afgevallen. Wat doe je?

a.Je noemt het gewicht

b.Je vraagt het de BGN

c.Je stuurt het dossier

d.Je geeft geen informatie zonder goedkeuring van Monique

Bronnen

Leesdiepte: [V] volledig gelezen, [S] samenvatting of betreffend hoofdstuk/passage gelezen, [Sec] via een secundaire bron.

BGN (2025). Servicedocument beschrijving leerresultaten BGN-gewichtsconsulent, versie 11 (vakkennis 11-12, vaardigheid 10, 13, 14, 20, 21; bijlage 2 begeleidingsplan, bijlage 3 begeleidingsformulier); TCI (2024). Toetsdocument gewichtsconsulent (portfolio kerntaak 1). [V]

BGN (2020). Beroepscompetentieprofiel BGN-Gewichtsconsulent, h1 en h9 (beroepscode en gedragsregels); BGN (2026). Beleidsdocument Klachtenregeling; gewichtsconsulenten.nl, pagina's Over de BGN en Leden (geraadpleegd 8-10-2026). [V]

Nederlands Huisartsen Genootschap (2025). NHG-Standaard Obesitas (M95): doel en verloop van de behandeling, behandeling van de oorzaken, lichaamsbeweging en behoud, controles, consultatie en verwijzing. [V]

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (BWBR0037173), art. 1, 2, 13-18; Wet BIG (BWBR0006251), art. 1 (wetten.overheid.nl, geraadpleegd 8-10-2026). [V, artikelen]

Stichting Reclame Code. Nederlandse Reclame Code, algemeen deel art. 2, 7-10, 15 en bijlage 1 nr. 16 [V]; uitspraken van de Reclame Code Commissie over afslankproducten [Sec].

Voedingscentrum. Afvallen: tempo (zie les 29). [V]

Wing RR, Phelan S (2005). Long-term weight loss maintenance. Am J Clin Nutr 82(1 Suppl):222S-225S (zie les 29). [S]

Akwa GGZ (2025). Zorgstandaard Eetstoornissen (risicofactoren; zie les 33). [V, deze hoofdstukken]

Zelfstudie voedingsleer, les 11, 14, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 38, 39 en 40. [zie daar]

Bewust afgeweken van gangbare vereenvoudigingen: SMART met A = Acceptabel (BGN) en niet met een andere invulling; gezondheidswinst en gedrag als doel naast het gewicht, in plaats van een streefgewicht bij BMI 25; tempo volgens het Voedingscentrum (max. ± 0,5 kg per week) in plaats van de vaak genoemde 0,5-1 kg; de vraag of de Wkkgz voor gewichtsconsulenten geldt bewust open gelaten; de probleemstelling zonder medische diagnose.